Over brood en broodbakken in de hunebedtijd

Pruttelende pap in aardewerk pot

Vanaf ongeveer 5500 jaar geleden legden de eerste vaste bewoners, van wat wij nu Drenthe noemen, op de hoger gelegen gronden hun akkertjes aan. Op die akkertjes verbouwden ze ondermeer gerst en emmertarwe.
Met de vondsten van maalstenen en (verkoolde) restanten van pap/brood- achtige ingrediënten uit die tijd, lijkt de conclusie simpel: de hunebedbouwers, want daar hebben we het over, maalden hun granen tot meel en bakten daar broden van.
Noch gerst, noch emmer is echter een geschikte graansoort om brood van te bakken, daarvoor is het glutengehalte te laag. Te weinig gluten zorgen voor een dik en plakkerig deeg dat met name geschikt is voor pap, niet voor brood.

Daarnaast was het malen van granen met de maalstenen van destijds een zeer zware en tijdrovende klus, ook als het om grofgemalen granen ging.

Pakweg 2000 jaar later (bronstijd) kwamen er granen beschikbaar die beter bruikbaar waren voor broodbakken en weer 1000 jaar later (ijzertijd) verschenen er maalstenen/handmolens waarmee het makkelijker was wat grotere hoeveelheden graan tot (grof)meel te vermalen. `Makkelijker` hield echter niet in `minder zwaar`.

Prehistorisch brood

Als we het over prehistorisch brood hebben, moeten we zeker niet denken aan waar wij op zaterdagmorgen vroeg voor in de rij staan bij de warme bakker: heerlijk geurende, knapperige broden en broodjes in allerhande variëteiten qua smaak, vorm, samenstelling en grootte.
Het brood van destijds had meer weg van platte koeken die warm en vers nog wel eetbaar zijn, maar eenmaal afgekoeld met de minuut harder lijken te worden (weet schrijfster uit ervaring).
Deze harde koeken, gemaakt van gries (= grofgemalen graan), waren overigens heel geschikt om wat langer te bewaren of op reis mee te nemen: om het weer eetbaar te maken, hoefde het enkel geweekt te worden in water (Bier ? Melk ? Bouillon ?).

Wrijf/maalsteen uit de hunebedtijd
gerstgries of grofgemalen gerst: ideaal voor gerstepap

Een volgende stap in de ontwikkeling van de maalsteen: de handmolen (IJzertijd – begin jaartelling)

Wat er wel van grof gemalen gerst en emmer werd gemaakt

Als er, voor zover bekend, in de hunebedtijd geen brood werd gebakken van meel, waar werden de grofgemalen granen dan wel voor gebruikt ? In ieder geval voor vulling en bind- en verdikkingsmiddel in stoofpotten en soepen.
Verder werd er pap van gekookt. Pap kon zo gegegeten worden maar ook worden ingekookt tot brij en vervolgens, al of niet in plakken gesneden, gebakken op een hete, platte steen: gebakken pap. Of anders gezegd: platbrood.

De oudst bekende resten van `gebakken papbroden` zijn in 1990 gevonden in Oxfordshire, Engeland. Het platbrood was gebakken van grofgemalen granen, waaronder gerst en dateert van ca. 5500 jaar terug (nieuwe steentijd).

Platbrood/platte koek van grofgemalen granen

Andere mogelijkheden tot verwerking van pap waren: de brij bakken in hete as onder een aardewerk pot of de brij bovenop de pot leggen en afbakken.

Mogelijk waren de omgekeerde potten de voorlopers van lemen ovens ?

Van oudsher is brood van fijngemalen (tarwe)meel bestemd geweest als offer voor de goden, voor koningen en koninginnen en andere  heersers en heerseressen en voor rijke lieden. Fijn witbrood noemde men in de 16de eeuw niet voor niets `herenbrood`.

Tot ver in de middeleeuwen at het gewone volk pap of grof bruinbrood gemaakt van rogge-, haver-, gierst en boekweitmeel.
Pas bij het ontstaan van broodfabrieken in de 19de eeuw werden de wat fijnere broden betaalbaar voor een bredere laag van de bevolking.
Met `fijnere` wordt o.a. bedoeld dat er hoofdzakelijk tarwe werd gebruikt dat verwerkt was tot fijngemalen witmeel.

Ons dagelijks brood: van fijn witte brood tot grofgemalen volkoren broodjes , brood voor `elck wat wils`.

In een volgend artikel: Zeg je gerst, dan zeg je bier. Graanmouten en bier brouwen in de prehistorie

Yvonne Ording

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here