De wilde peer (Pyrus pyraster) komt nog maar heel zelden voor in ons land, de meeste wilde peren zijn nog te vinden in Oost-Gelderland/Achterhoek, Twente, bij Steenwijk en in het stroomdal van de Drentse Aa. Opvallend aan wilde peren is dat de vruchten niet echt peervormig zijn. Ze zijn meer bolvormig, als een appel. De wilde peer behoort tot de rozenfamilie, maar wordt ook wel gerekend tot een aparte familie van de appelachtigen (Malaceae). Wilde peren zijn middelhoge bomen met bijna loodrecht afstaande takken met doornen. Oudere bomen hebben soms geen doornen meer. Wilde peren groeien bij voorkeur op voedselarme zandgronden, maar ook wel op leemhoudende bodems. Wilde peren zijn lichtminnende bomen en worden gemakkelijk overschaduwd en verdrongen door andere bomen. In het wild voorkomende perenbomen zijn waarschijnlijk cultuurperen gegroeid uit weggegooide klokhuizen. De peer bloeit van april tot mei. De boom kan wel 150 jaar oud worden. Stuifmeel van appel en peer zijn niet te onderscheiden van andere soorten van de rozenfamilie. Bij archeologisch onderzoek maakt dit het lastiger om vast te stellen of er inderdaad een peer bekend was, maar ondanks dat zijn er aanwijzingen.

Peren kunnen steencellen bevatten, zogeheten verhouten sklerenchymcellen. De inhoud van een steencel is dood of bestaat uit bijvoorbeeld looistofderivaten, kristallen, enz.
Een eenvoudig hulpmiddel om het verschil tussen een appelblad en een blad van de wilde peer vast te stellen is het blad enkele dagen te laten drogen. Het blad van een perenboom verkleurt zwart en dat van een appelboom niet. Zo kan je dus gemakkelijk “appels met peren vergelijken”. Over de oorsprong van cultuurperen, en welke rol wilde peren gespeeld hebben bij de ontwikkeling, is erg weinig bekend.

Wilde peren behoren tot de zeldzaamste inheemse houtgewassen in ons land. Er zouden nog slechts enkele tientallen voorkomen. Ook internationaal is de wilde peer een bedreigde boomsoort geworden.

Wild Pear Tree in full blossom
Gebruik van de prehistorie tot nu

De vruchten van de wilde peer bevatten pectine, fruitzuren en looistoffen. De vruchten van de wilde peren zijn waarschijnlijk al in de oude steentijd verzameld, zeker zo’n 12.000 jaar geleden. Met zekerheid is aangetoond dat wilde peren al in de nieuwe steentijd (3.000 v.Chr.), de tijd dat de hunebedden werden gebouwd, hier voorkwamen. Bij de ontwikkeling van de wijk Ypenburg bij Den Haag werd in een grafveld uit de steentijd een pit van een wilde peer gevonden in een monster uit 3.800-3.000 v.Chr. Er zijn resten van peren gevonden in de prehistorische paalwoningen rondom het meer van Zurich in Zwitserland, maar ook in Duitsland en Frankrijk.

De gecultiveerde peer was al 1000 jaar v.Chr. bekend bij de Grieken. Voor hen was de peer een gift van de goden. Perenhout werd gebruikt voor het maken van speerpunten en sculpturen. Pitten van peren zijn ook aangetroffen in latrines uit de Romeinse tijd. Het betrof hier dus consumptieafval. Omdat de Romeinen het veredelen van vruchtbomen door middel van enten al kenden, is het echter waarschijnlijker dat het hier gaat om gekweekte peren. Pitten van wilde peren en van gekweekte zijn namelijk niet te onderscheiden. In zijn Naturalis Historia schreef Plinius al over 38 perenrassen en de vermeerdering van deze rassen via enten. De peren werden bereid door ze te stoven in honing, maar ze aten ze ook rauw. Uit het Romeinse kookboek De re coquinaria staat een recept voor gekruide, gestoofde perensouffle. Van wilde peren kan met appels of cultuurperen kan men er brandewijn of azijn van produceren. Siroop van wilde peren werd vroeger gebruikt tegen diarree en migraine.

Als voer voor zwijnen werden wilde peren al tijdens de Middeleeuwen gebruikt. In Duitsland werd het in 1749 verboden, om de vruchten in de bossen op te rapen of perenbomen te kappen, omdat zij belangrijk voer voor de wilde zwijnen waren. Deze gedijden door het vreten van de vitaminerijke vruchten goed en werden uiteindelijk door jagers geschoten.
Waarschijnlijk werden om die reden wilde peren in stand gehouden in houtkanten en hagen. Ook werden wilde peren wel gebruikt om met de vruchten een soort eau de vie te maken.
In een reglement voor houtverkoop van het Nederrijkswald bij Nijmegen uit 1580 staat vermeld dat de koper een aantal soorten in het bos moest laten staan. Dit waren meidoorn, sleedoorn, wilde lijsterbes, mispel, wilde appel en wilde peer. Deze soorten komen daar nog altijd in het wild voor.

Perenhout is door de hoge kwaliteit zeer geschikt voor muziekinstrumenten, meubels, houtsnijwerk, brandhout (aromatische rook voor het roken van vlees of tabak), keukengerei, handvatten en meetgereedschap. Het roodachtige hout is redelijk hard en stabiel, maar goed te bewerken. In Europa gebruikte men perenhout ook in de boekdrukkunst. Men maakte er zogenaamde ‘drukblokken’ van, waarin de letters uitgesneden werden.
Perenhout lijkt sterk op appelhout en is voor dezelfde zaken te gebruiken.
Peren kunnen zo worden gegeten, maar worden ook verwerkt tot sap, jam, gelei, cider, likeur en wijn. Ook kunnen peren gedroogd worden gegeten.

Wild Pear Flowers detail
Hoe gezond is een peer?

Peren bevatten geen mineralen en vrijwel geen vitaminen, maar wel veel vezels. Deze zorgen voor een betere spijsvertering en voor een gelijkmatigere opname van voedsel in het bloed. Hierdoor worden ook suikers gelijkmatiger opgenomen waardoor minder schommelingen in de bloedsuikerspiegels optreden, iets wat gunstig is bij bijvoorbeeld suikerziekte. Aanwezige antioxidanten in peer helpen tegen maculadegeneratie, een oogziekte waarbij iemand steeds minder gaat zien en uiteindelijk volledig blind kan worden. Net als andere fruitsoorten werkt het eten van peer preventief tegen kanker, vooral vezels in peer helpen tegen darmkanker.

Pears

Bronnen

MAES, B., ET.AL., 2006. Pyrus (Peer). In: Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen, 36, pp. 212-215. Boom, Amsterdam, 2006.
VAN GINKEL, J., 2016. Blij met bomen. Het Drentse Boek, Beilen.
http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/gezonde-voeding/100333-de-geneeskracht-van-peer.html

MAURITZ, J.P., 2015. Het geslacht Pyrus. Boomzorg 2015, nummer 3. http://edepot.wur.nl/345464

SUTER, P.J., 2009. Pfahlbauten – Palafittes – Palafitte. Palafittes, Biel.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Steencel

EBERSCHWEILER, B., 2004. Ur- und frühgeschichtliche Verkehrswege über den Zürichsee: Erste Ergebnisse aus den Taucharchäologischen Untersuchungen beim Seedamm. In: Mitteilungen des Historischen Vereins des Kantons Schwyz, Volume 96, Schwyz 2004.

TOUSSAINT-SAMAT, M., 2009. A History of Food. John Wiley & Sons.
http://www.stemderbomen.nl/pages/artikelen/art_wildepeer.htm

Door Eric Duiverman, Greetje Bijloo en Nadine Lemmers

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here