Een beproefde en oude methode om textiel te verven

Een beproefde methode

Een van de oudste en eenvoudigste manieren om wol te verven, is met behulp van looizuur. Looizuur is een organisch zuur dat in vrijwel alle delen van planten en bomen voorkomt, maar de hoogste concentratie bevindt zich doorgaans in boomschors. Looizuur beschermt de boom tegen o.a. insectenvraat, binnendringen van schimmels en bacteriën en tegen bevriezing.

Looizuur heeft, in tegenstelling tot veel andere kleurstoffen, geen beitsmiddel nodig om te zorgen dat de kleurstof blijvend aan de textielvezels hecht. Dergelijke verfstoffen noemt men in de textielververij  `directe kleurstoffen’.

Een pan, pot of ketel, water, vuur en een grote lepel of roerhout, meer is er niet nodig om kleding of garens van een mooie, blijvende kleur te voorzien.

Een oude methode

Textiel verven met looizuur is in Noordwest-Europa waarschijnlijk een van de oudste textielverftechnieken. Al tijdens de Bronstijd werden looizuren, vooral afkomstig van boomschors en boomgallen, gebruikt voor medicinale doel- einden en leerlooien.

Het kan niet moeilijk geweest zijn om te ontdekken dat de gebruikte looistoffen textiel blijvend konden (ver)kleuren in vele gradaties beige en bruin.

Werden er behalve fijngehakte stukken boomschors of boomgallen ook nog b.v rijpe bessen, bloeiende bloemen, verzuurd vruchtensap of zout water aan de kookpot toegevoegd, dan werd het kleurenpallet beduidend groter, van roodbruin via geelbruin naar oranjebeige of rosebruin.

De boomschorsen die ik heb uitgezocht om wol te verven, zijn afkomstig van 3 bomen die beschreven zijn in Hunebednieuwscafe: Iep, Berk en Els.

Werkwijze

 Op de eerste plaats heb je boomschors nodig, waar haal je dat vandaan ?

Gelukkig ruimen gemeenten en natuurorganisaties al lang niet meer iedere omgekapte of omgevallen boom. Mijn gebruikte stukken schors heb ik van dode bomen gehaald die op gemeenteterrein liggen.

Schorsen van levende bomen schijnen meer tannine te bevatten, maar om ze van levende bomen te snijden en te trekken zou ik stellig afraden: schors heeft een beschermende functie voor de boom !

Voor alle drie de boomschorsen heb ik dezelfde methode gebruikt: laten drogen, in zo klein mogelijke stukken breken, in een ruime pan met (regen)water laten koken, vervolgens geheel af laten koelen, aftreksel een dag en een nacht laten staan, strengen in water voorgeweekte wol toevoegen, aftreksel met de wol verhitten tot net-niet-koken en een uur à anderhalf uur op oma’s oliestelletje laten trekken. Af en toe voorzichtig roeren. Tot slot de wol in het aftreksel laten afkoelen, uitspoelen met schoon water en laten drogen.

Een oliestel is uiteraard geen vereiste, maar ik vind de temperatur wel makkelijker onder controle te houden en dan met name het bijna-kookpunt.

Wat de wol betreft gebruikte ik dikke, eendraads, witte wol.

Oma`s oliestelletje

Hoeveelheden

 

De hoeveelheden schors heb ik niet precies afgewogen. Ik heb de kookpan (emaille of roestvrijstaal) voor ca. de helft gevuld met stukjes schors. Er is dan nog genoeg ruimte voor een streng wol (30 gram). De wol moet ruim kunnen `zwemmen` (dus niet samenpersen).

Nabeitsen

Alle drie de boomschorsen heb ik deels nagebeitst met `koperazijn’, ’ijzerazijn’ en/of oude urine.

Werkwijze nabeitsen: Vul een pan of pot met een bodem water. Doe daar een flinke scheut beits bij. Voeg de streng wol toe. De wol moet onder water staan, zonodig water bijvullen. Verhit de beits tot bijna-koken, haal de pan/pot van het vuur en laat de beits-met-wol helemaal afkoelen. Wol goed naspoelen met schoon water.

Mijn zelf-gebrouwen vloeistoffen doen hun naam eer aan: als vakterm is het woord ‘beitsen’ ontleend aan Duits woord ‘beizen’ = bijten, uitbijten. Gebruik dus rubberen handschoenen !

In hoeverre er in de prehistorie voor textielverven koper en ijzer werd gebruikt in onze contreien, is niet bekend. Wel zijn sporen van deze metalen gevonden in textielfragmenten uit Hallstatt, Oostenrijk.

Koper: vul een pot (aardewerk, glas) met azijn. Voeg een paar koperen muntjes of stukjes koper toe en laat de pot met gesloten deksel een paar weken staan. Af en toe schudden. Als de vloeistof blauw kleurt, is hij klaar voor gebruik.

 IJzer: idem koper, maar nu voeg je aan de vloeistof geen koper maar ijzeroer (ijzerhoudend gesteente) of een paar roestige spijkers toe. Na een paar weken is de vloeistof bruin en klaar voor gebruik.

IJzerhoudende steentjes

Oude urine: zet een emmer met met urine een paar maanden buiten of in de schuur. Emmer afsluiten met deksel. Na een maand of 3 is de beits donker-bruin en klaar voor gebruik.  

Voor ’ kopereffect ’ voeg je aan een pot oude urine een paar koperen muntjes of stukjes koper toe. Een paar weken laten staan en als de beits blauw kleurt, is hij klaar voor gebruik.

 Zelf azijn maken: verzamel fruitschillen (appel, peer, pruimen, druiven) in een pot water. Zet de pot op een warme plaats ( bij mij op een vensterbank in de zon). Na een paar dagen begint de vloeistof te bubbelen. Je hebt dan al azijn. Hoe langer je de pot laat staan, hoe zuurder de inhoud.

 Els

Van de Els heb ik stukken schors en schors-met-hout gebruikt.

Wanneer een els gekapt wordt, is het hout wit maar binnen korte tijd verkleurt het van geel naar oranjerood.

Een deel van de geverfde wol is nagebeitst met koperazijn.

Gevelde Els vlak na omzagen
Van links naar rechts: wol geverfd met schors; met hout/schors; nagebeitst met koperazijn (Els)

Iep

Van de Iep heb ik alleen de schors gebruikt en een deel nagebeitst met koper- en ijzerazijn.

De omgezaagde boom was makkelijk te herkennen aan de gaatjes in de schors en de (toch wel mooie) figuren in het hout: iepziekte !

Het verbaasde me dat deze Iep niet door de gemeente was geruimd, burgers zijn daar wel toe verplicht als een boom iepziekte heeft en op eigen grond staat.

Iepenstam met iepziekte
Van links naar rechts: schors; nagebeitst met ijzer; nagebeits met koper (Iep)

Berk

De berk is een van mijn favoriete bomen: sierlijk, elegant ( een Engelse dichter  noemde de berk ooit ‘de jonkvrouw van de bossen’),  leverancier van o.a. berkenteer (prehistorische ‘lijm’) en schors voor mooie doosjes.

Berkenbast doosjes

Voor wolverven gebruikte ik berkenbast en vermolmd berkenhout.

Het iets oranjeachtige van het vermolmde hout is terug te zien in de kleur wol.

Tot slot beitste ik 3 strengetjes wol (van de bast) na in ijzerazijn, koperazijn en oude urine-plus-koper(laatste foto).

Vermolmd berkenhout
Van links naar rechts: wol geverfd met bast, wol geverfd met vermolmd hout
Van links naar rechts: nagebeitst in ijzerazijn, in koperazijn en in oude urine- plus-koper.
Verwerking geverfde garens: rondgeweven sleutelkoord, wol geverfd met Iepenschors.

Gebruikte bronnen:

– Colours of Hallstatt- Magazine, Textiles connecting Science and Art;

– The Archaeology of Textiles — Recent advances and new methods; Lise Bender Jørgensen, Karina Grömer;

– Kapitel 6: Expertenberichte
6.1 die Farben und Färbetechniken der prähistorischen textilien aus dem salzbergbau Hallstatt:  REGINA HOFMANN-DE KEIJZER, MAARTEN R. VAN BOMMEL;

– The Art of Prehistoric Textile Making; Karine Grömer;

– Diverse websites, o.a. http://www.jennydean.co.uk;

-_Journal of Archaeological Science: Reports Volume 2, June 2015, Pages 9–39

Slotwoord

Bovenstaande probeersels (experimenten zou ik ze niet willen noemen) geven een idee wat boomschorsen, al of niet gecombineerd met enkele toevoegingen, kunnen doen met wol en met name met witte wol.

Witte wol was echter vrij zeldzaam en dus alleen weggelegd voor rijke mensen.

Grijze of bruine wol geven uiteraard andere resultaten.

1 REACTIE

  1. Heel mooie site! Toch nog een vraag:
    Hoe kan ik naaldbinden in het platte vlak? Heen en terug, dus.
    Ideetjes?
    Dankjewel, alvast,
    Cathien

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here