Dit artikel is geschreven door Gérard Versijp en is eerder verschenen in de Spieker, periodiek van de Drents Prehistorische Vereniging (DPV) , jaargang 38, juni 2017. Meer informatie over de DPV zie www.dpv.nu

Sommigen zijn gefascineerd door hunebedden. Anderen daarentegen zien er niets anders in dan een grote hoop stenen. Steenhopen worden ze ook wel genoemd en soms liggen zij, net als in Drouwen aan de Steenhopenweg. Het is zoals met zo veel hobby’s, het doet je wat of je hebt er niets mee. Ik kan niet zeggen dat ik altijd al interesse heb gehad voor hunebedden, wel voor de prehistorie en archeologie. De laatste tien jaar heb ik mij wel verdiept in deze majestueuze bouwwerken. Tijdens een cursus in het Hunebedcentrum in Borger heb ik veel geleerd. Na deze cursus heb ik alle Nederlandse hunebedden opgezocht. Eerst alleen, later samen met anderen. Langzamerhand ging mij iets opvallen: sommige stenen hadden merkwaardig genoeg een rechte hoek. Ook leek het dat een steen met een rechte hoek een vaste plaats in het hunebed had. Ik maakte mijn reisgenoten hierop attent en zij beaamden dit fenomeen. Het betrof meestal de draagsteen links aan het einde van de poort of ingang. ( zie tekening )
Een van mijn vaste compagnons, Anne Smith, schreef hierover een e-mail naar Jan Albert Bakker. Hij is een archeoloog die befaamd werd door zijn onderzoek naar hunebedden en het Trechterbekervolk. Het verrassende antwoord was, dat hem dat nooit was opgevallen maar hij moedigde ons aan om in Drenthe bij de hunebedden te gaan kijken hoe vaak dat voorkwam.
We hebben provisorisch wat observaties gedaan en kwamen tot de conclusie dat bij ongeveer de helft van de hunebedden dit zo was.

Foto van een rechte hoek bij een hoekdraagsteen. Hunebed Srockhoff 896

Lange tijd heb ik met die kennis niet veel gedaan.
Later zijn we met een groep enthousiaste DPV-ers ook in Duitsland gaan kijken. Tot mijn verbazing zagen wij ook hier dit zelfde fenomeen.

Dit was voor mij de aanleiding om een gradenboog te kopen en de observaties die we tot dan toe met het oog geschat hadden, met echte metingen te verifiëren. ( zie foto 1. )

Op zich lijkt het heel eenvoudig. Je meet met een gradenboog de juiste hoek. Maar dat valt tegen bij een hunebed. Ten eerste hebben de draagstenen een hobbelig oppervlak. Ten tweede is de hoek vaak min of meer afgerond en staan de vlakken wel of toch bijna recht op elkaar.

Foto 2 Meten van de hoek onder een hunebed. Foto: Evert Jan Stokking.

Dus waar plaats je precies de gradenboog? Een deel van de problemen hierbij kun je oplossen door een winkelhaak te gebruiken waarmee je de plaats van meting beter kunt bepalen.

Foto 3. Meting hoek van hoekdraagsteen m.b.v gradenboog en winkelhaak Foto: Evert Jan Stokking

Dan is er het probleem dat je op één plaats op het oppervlak van de draagsteen wel een rechte hoek vindt en elders niet. Wat doe je dan? Gelukkig kwam dat bijna niet voor en als het gebeurde dan noteerden wij de hoek als negatief. Later in het proces hebben we de hoeken nagemeten met een gradenboog en een laser.

Met veel geestdrift zijn we onder de dekstenen gekropen, onze knieën met matjes beschermend en er voor wakend dat we onze hoofden niet onverhoopt zouden stoten, en hebben we de metingen verricht. Onze bezoekjes aan de hunebedden hebben we in wisselende samenstelling verricht en altijd in kameraadschappelijke sfeer.
De resultaten waren beter dan ik verwacht had. Van de 52 Nederlandse hunebedden waren er 40 te beoordelen. (77 %) Sommige hunebedden waren zo vernield in de loop van de tijd dat er geen poort meer aanwezig was of de betreffende stenen waren zo diep in de grond verwerkt dat een zinnige meting niet aan de orde was. Van de 40 gemeten hunebedden had zeventig procent van de hoekdraagstenen een hoek tussen de 80 en 100 graden, waarbij de beide uitersten mee werden gerekend. We maakten onderscheid tussen de linker hoekdraagsteen (aan de linkerhand gelegen als men door de poort het hunebed zou binnen gaan) en de rechter hoekdraagsteen precies aan de andere kant gelegen. Het gemiddelde was voor de linker hoekdraagsteen 93,4 graden met een standaardafwijking van 5,02 graden en voor de rechter hoekdraagsteen was het gemiddelde 86,7 graden met een standaardafwijking van 4,75 graden.
We hebben ook gekeken of er andere stenen in een hunebed verwerkt werden met een rechte hoek maar die op een andere plaats stonden. Dat was het geval in elf hunebedden ( 21 % van de 52 ) en deze stenen waren zowel andere draagstenen als ook kransstenen. Totaal van deze stenen met rechte hoek die geen hoekdraagsteen waren, bedroeg 17. Zeven hunebedden hadden zowel een positieve hoekdraagsteen als een of meer stenen met een rechte hoek.

Het blijkt dus dat zeven van de tien hunebedden in Nederland, zover wij nog kunnen nagaan, een karakteristieke hoekdraagsteen hebben. Deze stenen zijn door de Hunebedbouwers daarop uitgezocht. Er is geen bewijs gevonden dat de Hunebedbouwers de stenen die zij gebruikten voor de bouw van hun grafmonumenten, bewerkt hebben. Een rechte of nagenoeg rechte hoek komt in de natuur in de stenen die zij vonden, vaak voor. Het natuurlijk proces van diaklazen zorgt ervoor dat de stenen vervallen volgens bepaalde patronen. In dit proces komt het redelijk vaak voor dat er een rechte hoek ontstaat.

Foto Hunebedcentrum: diaklazen.

De stenen die de Hunebedbouwers vonden en gebruikten werden kennelijk gesorteerd op bruikbaarheid en vervolgens volgens een min of meer vast plan gebruikt in de bouw van een hunebed.
De eigenlijke bouw werd waarschijnlijk verricht door een groep bouwers die meer dan één hunebed achter elkaar bouwden. Hoe vaker men een dergelijk bouwwerk maakte hoe meer ervaring men opdeed. De ingang van een hunebed was vaak redelijk smal. Om ruimte te winnen kun je gebruik maken van stenen die een rechte hoek hebben. Een ronde hoek vergt meer plaats en maakt de ingang smaller. Ook bij hunebedden die geen ingang hebben met rechte draaghoekstenen zie je soms dat de stenen zo geplaatst zijn dat zij een scherpe hoek maken met de poort of ingang. Dan is het ruimte probleem bijna helemaal opgelost.

Volgens mij is het bovenstaande fenomeen van rechte hoeken bij de hoekdraagstenen niet eerder vermeld. Het vinden van zoiets spoort mij aan om samen met anderen intensief naar hunebedden te kijken, om zo nog meer ontdekkingen te kunnen doen. Zo hebben wij met een groep DPV-ers, die zich de “Hunebedjagers” noemt het plan om met behulp van strijklicht de binnenkant van de hunebedden te fotograferen. Wij zijn er van overtuigd dat dit nog onbekende inscripties kan opleveren. We hebben een aantal hunebedden reeds gefotografeerd en ik kan u nu al mededelen dat we inscripties hebben gevonden. Één is voorzien van een jaartal namelijk 1880 en is dus niet oorspronkelijk uit de tijd van het Trechterbekervolk maar van enkele andere figuren weet ik nog niet wat ik mij daar bij voor moet stellen. Hier is duidelijk nader onderzoek gewenst.
Namens de hele groep van Hunebedjagers: Eva Groot, Wolter ter Steege, Wicher Jansen, Ludy Bruggers, Evert Jan Stokking, Sipke van der Zee en Willem van der Meij,

Gérard Versijp.

Een hoek gemeten tussen de 80 en 100 graden werd meegerekend, hoeken die daarbuiten vielen niet.

Van de hoekdraagstenen links, die positief werden bevonden, was de gemiddelde hoek:93,4 graden.
Van de hoekdraagstenen rechts, die positief werden bevonden, was de gemiddelde hoek: 86,7 graden.

Standaardafwijkingen linker hoekdraagsteen 5,02 graden en rechterhoekdraagsteen 4,75 graden

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here