Bron: Dagblad van het Noorden

Deze column gaat over historisch besef. Of liever: het gebrek aan historisch besef. Het Dagblad van het Noorden van 14 juli 2017 kopte met het citaat ‘Drenthe achterlijke provincie’. Op zich zou dat kunnen. We meten tegenwoordig alles. Ons bruto nationaal product, ons geluk, wie de meeste sigaretten rookt en zo door en zo voort. Maar achterlijkheid wordt bij mijn weten niet gemeten. Het wordt uitsluitend gebruikt om iemand, of in dit geval, een provincie te diskwalificeren.

Waar het over gaat is niet zo interessant. In dit geval gaat het om Hoogeveen en Assen die allebei een ijsstadion willen bouwen en wie het beste plan heeft en dus de meeste subsidie opstrijkt. Een soort wedstrijd. Maar wat mij interesseert is niet wie het beste plan heeft, maar welke historische argumenten worden gebruikt. In het artikel wordt door een D66-gemeenteraadslid uit Assen een direct verband gelegd tussen achterlijkheid en hunebeddentijd. Het gaat me noch om de persoon, noch om de partij, maar om het gebrek aan historisch besef, ja, het achteloos delibereren van onvoldoende historische kennis. En dat in de oerprovincie van Nederland!

Terug naar de hunebeddentijd wordt gebruikt als metafoor voor een stap terug in de beschaving. Ook ‘beschaving’ is zo’n containerbegrip, dat nooit gemeten wordt, maar waar iedereen een soort kwaliteitskeurmerk in ziet. Maar waren de hunebedbouwers zo onbeschaafd, achterlijk en barbaars? Er zijn een paar zaken, die er sterk mee in strijd zijn.

Om een hunebed te kunnen bouwen is een goede samenwerking noodzakelijk. In je eentje, of met een paar man, gaat het niet lukken. Gezien het feit dat het merendeel van onze hunebedden er na 5500 jaar nog staat, rechtvaardigt het idee dat er zeer effectief is samengewerkt. Hoe groter het hunebed, hoe succesvoller de samenleving. In Borger staat het grootste hunebed… ik bedoel maar. In Assen en Hoogeveen staan helemaal geen hunebedden. Dus als je helemaal geen ijsstadions wilt, kunt je het beste een voorbeeld nemen aan de hunebeddentijd, of je kunt als je er wel één wil voor een Borger-oplossing kiezen. Maar dan moet je wel supergoed kunnen samenwerken! De hunebeddentijd zou ik dus eerder gebruiken als positief historisch argument, als het tegendeel van achterlijk, barbaars en onbeschaafd. ‘I rest my case’.

Ook in hetzelfde Dagblad kwam ik een korte tekst tegen onder de kop ‘Mammoet’, waarin Pauperparadijs-producent Tom de Ket het voornemen uit om een nieuwe productie in Drenthe te gaan maken. Ik vind het een mooi voornemen, maar ook in dit geval gaat het me om het historisch besef. ‘Het wordt een voorstelling met de oertijd als basis, de hunebedbouwers, de trechterbekercultuur’’, zo staat er te lezen. En even verderop ‘Het thema richt zich op het begrip ‘beschaving’. Hoe ver zijn we nu met onze beschaving, afgezet tegen die van de oertijd’’. Mooi is dat het hier nog een vraag is, waarop het antwoord nog zal volgen. Dat lijkt me wijs. Echter, mammoeten en hunebedbouwers zijn elkaar nooit in levende lijven tegengekomen. Het is dus wel zaak om de prehistorie niet als een soort ‘Jurrasic Park’ voor te stellen, waarbij alles uit de oertijd op één hoop wordt gegooid.

Misschien is het een idee voor Tom de Ket om het boek ‘Sapiens’ van Tuval Noah Harbart te lezen, waarin een genuanceerd beeld oprijst over de overgang van jagers-verzamelaars-culturen naar boerenculturen. Juist op dat snijvlak verschenen de hunebedbouwers.

De titel ‘Mammoet’ is mooi en spreekt vast een breed publiek aan, maar het dekt de lading niet als het om de Trechterbekercultuur gaat. daar past ‘Megaliet’ beter bij. Zo’n voorstelling zou bij Borger op zijn plaats zijn: een eerbetoon aan de meest geslaagde samenleving uit de hunebedtijd. En Borger zou er een voorbeeld aan kunnen nemen. Elkaar iets gunnen en niet meteen de pen in de aanslag om de boel tegen te houden. Ongefundeerd bezwaar maken van individuele burgers is het afvoerputje van de democratie.

Ik hou mijn hart vast!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here