Hunebed D26 ligt niet ver van Drouwen tegen de bosrand. Het hunebed is bekend omdat het de laatst opgegraven hunebed van Nederland is. Het hunebed is een middelgroot hunebed met vijf dekstenen, alle netjes op hun plek. Het hunebed oogt wat laag omdat de 12 zij- en 2 sluitstenen vrijwel onder het zand zijn verdwenen. Daardoor lijkt het haast alsof de dekstenen op de grond rusten. D26 is één van de 14 hunebedden waar nog één of meer kransstenen te vinden zijn. Hier zijn er nog 13 van de oorspronkelijke 27 aanwezig. De 14 ontbrekende zijn door Professor Van Giffen met plombes gemarkeerd. Aan de 4 nog aanwezige poortdraagstenen is te zien dat dit graf een lange toegang heeft gehad. Ook is de vorm van de oorspronkelijke heuvel nog goed zichtbaar.

Kaart omgeving Drouwen met hunebed D26. Kaart Hans Meijer

Routebeschrijving

Vanaf de Gasselterstraat in Drouwen gaat u de Steenhopenweg in, hier komt u allereerst al twee hunebedden aan uw linkerhand tegen. U rijdt onder de autoweg N34 door en gaat door tot een kruising, u gaat hier linksaf de Veldweg in (dus niet doorrijden het bos in). U volgt deze weg. Na korte tijd krijgt de weg een bocht naar rechts (vanaf hier heet de weg Lunsveenweg) en na korte tijd kunt u weer naar links. Hier gaat u echter niet heen, u gaat rechtdoor een zandpad op het bos in. Na 100 meter kunt u rechtsaf en ziet u een kleine parkeerplaats bij een balk die de weg verspert. Hier zet u uw auto neer en loopt nu een paar honderd meter langs de bosrand. U ziet het hunebed vanzelf verschijnen.

D26

Opgraving 1968

Dit hunebed is tussen 1968 en 1970 grondig door archeologen o.l.v. Dr. Jan Albert Bakker van de Universiteit van Amsterdam onderzocht, en niet zonder resultaat: op de keldervloer vonden ze de resten van 160 potten. Verder vonden ze stenen wapens, gereedschap en barnstenen kralen. Vóór de ingang troffen ze een soort offerkuil aan met 2 complete aardewerken potten. D26 is het laatste hunebed dat door archeologen is onderzocht. Wat betreft nieuwe opgravingen van hunebedden is men zeer terughoudend geworden. Enerzijds omdat men niet verwacht dat nieuwe opgravingen tot nieuwe inzichten zullen leiden, anderzijds omdat onderzoek onvermijdelijk vernieling van de oorspronkelijke situatie veroorzaakt. Toekomstige archeologen kunnen dit met nieuwe technieken misschien voorkomen.

Het instituut voor Pré- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam heeft de complete collectie van de opgraving van hunebed D26 uit 1968-1970 in bruikleen geschonken aan het Hunebedcentrum in Borger. Dit is het enige museum in Nederland dat een complete inventaris van een opgegraven hunebed toont.

Opgraving D26 in 1968
Opgraving D26 in 1968
Vondsten van aardewerk uit D26 te zien in het Hunebedcentrum.

Reconstructie opgraving 1968

In 2017 is een reconstructie van de opgraving, uit 1968, nagebouwd. Dit is te zien in het Oertijdpark van het Hunebedcentrum. Er is hiermee een relatie gelegd tussen de opgraving en de vondsten die in het museum zijn te bewonderen.

Reconstructie opgraving D26 in het Oertijdpark bij het Hunebedcentrum.
Reconstructie opgraving D26 in het Oertijdpark bij het Hunebedcentrum.

Bezoek Prof. Van Giffen in 1918

Een “beschadigd” hunebed waarvan de 5e deksteen ontbreekt, maar wel met 3 poortstenen en 10 kransstenen. Hierdoor concludeert Van Giffen dat de oorspronkelijke toestand “tamelijk duidelijk” is. Het basale gedeelte van de aanvankelijke dekheuvel treft hij nog grotendeels aan. De 12 zij- en 2 sluitstenen zijn compleet en nagenoeg in situ. D26 is sinds 1871 rijkseigendom. Let op de desolate heidevlakte van het Drouwenerveld van rond 1920.(
(Bron: Atlas bij “De Hunebedden in Nederland”, dr.A.E.van Giffen, 1925)

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D12

Meer informatie over deze en andere hunebedden in Drenthe zie www.hunebedden.nl en www.hunebeddeninfo.nl

Foto’s D26 (gemaakt door Davado)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here