In Nederland komen twee soorten lisdoddes voor, namelijk de kleine lisdodde (Typha latifolia) en de grote lisdodde (Typha latifolia). Typha kan zijn afgeleid van tiphos dat moeras of plas betekent, maar kan ook komen van typhe wat kattestaart betekent. Moeras of plas zou wijzen naar de plek waar de plant groeit en kattenstaart zou wijzen naar de vorm van de bloei. De naam zou ook afgeleid kunnen zijn van typhein wat branden betekent of typhè wat staat voor rook maken, smeulen of verbranden. De vijfde mogelijkheid is een afleiding van typhos wat zich iets verbeelden betekent.
De naam lisdodde is een samenstelling van lis (de bladeren lijken op die van een lis) en dodde (een propperig dik voorwerp). De lisdodde is net als veenmos en riet een plant die water laat verlanden.

Typha latifolia MichaD
Grote lisdodde

Deze plant groeit bij voedselrijke oevers en wordt met gemak 2 meter hoog. De plant heeft lange grote bladeren met aan het uiteinde een sigaar. In juni en juli bloeit de plant met de mannelijke aar meestal direct boven de vrouwelijke lichtbruine aar, waaraan de bloemen zitten. Bij rijpheid zijn de vrouwelijke aren zwartachtig bruin: de sigaren.

Typha latifolia 02 bgiu

De grote lisdodde komt voor in ondiep water aan de randen van vijvers en meren en langs langzaam stromende beken en riviertjes. De plant groeit op zeer voedselrijke omstandigheden en in zure, voedselrijk wordende vennen en plassen. De plant is algemeen en kan zich snel verspreiden door middel van de wortelstokken. De plant kan helpen met het verlanden van ondiep water.

Typha latifolia nf

Kleine lisdodde

De kleine lisdodde heeft een blad wat slanker is, maar de lengte komt vrijwel overeen. Ook deze lisdodde kan twee meter hoog worden. In juni en juli bloeit ook deze lisdodde met vrouwelijke en mannelijke lichtbruine aren waar de bloemen zitten. De vrouwelijke aren zijn rijp geel tot groen van kleur. In de oksels van de kleine schutbladen zitten de vrouwelijke bloemen. De afstand tussen de mannelijke en de vrouwelijke aar is minstens 3 centimeter.

Typha angustifolia1

De kleine lisdodde groeit langs oevers, in rietlanden en op drijftillen (drijvende eilandjes). Ook is deze plant geschikt om te planten in een middelgrote of grote vijver.

Typha angustifolia nf

Gebruik van de prehistorie tot nu

De lisdodde neemt vervuiling uit het water op en is hierdoor zeker tot heden een nuttige plant. De lisdodde wordt naast riet als waterzuiveraar in natuurlijke helophietenfilters gebruikt.
In de prehistorie zal de lisdodde zijn gegeten en zeer waarschijnlijk zijn gebruikt als tondel bij het maken van tondel. Doordat de aar zo dichtgepakt is, blijft de binnenste pluis altijd droog, zo ook bij regen.

Boy blowing at a Typha latifolia seed head

De sigaar wordt ook wel pompstok genoemd en een pompstok was een buigzame stok met een lap die werd gebruikt om een geweerloop van binnen schoon te maken. De lisdodde wordt ook wel lampenpoetser genoemd, omdat deze werd gebruikt om de glazen van de olielampen schoon te maken. In een toneelstuk werd de acteur met de lisdoddekolf als skepter uitgebeeld als zot of nar. In de noordelijke provincies werd het pluis gebruikt als vulling in matrassen en kussens. Vroeger werden de vruchtkolven veel verwerkt in zogenaamde droog- of winterboeketten. Interessant is dat het ook als bouwmateriaal wordt gebruikt, zogenaamd Typhaboard.

De sigaar wordt wel aangestoken door kinderen en gebruikt als stinksigaar, maar door ze aan een stok te binden, in olie te dopen en aan te steken, maak je een eigen fakkel. Van de stengels en bladeren kan dakbedekking worden gemaakt, maar je kunt ook manden, hoeden, schoenen, matten en zittingen van stoelen vlechten. Je kunt er zelfs papier van maken. Tegenwoordig worden beide lisdoddes gebruikt in de bloembinderij, met name de kleine. Bij survivalkleding wordt het pluis gebruikt als isolatie in schoenen of jassen. Ook wordt het pluis gebruikt in reddingsvesten.

Typha latifolia section

De gel tussen de bladeren werkt als bindmiddel in soep, maar is ook antibacterieel. In de reguliere geneeskunde wordt de lisdodde niet gebruikt, maar in de volksgeneeskunde zou het pluis helpen bij brandwonden en het stelpen van wonden, de as van bladeren zou bloedstelpend werken, de bladeren zouden vochtafdrijvend zijn en de bladeren en wortel zijn bruikbaar als kompres op brandwonden en open wonden.
De bladeren van de lisdodde zijn vochtafdrijvend. De gedroogde bladeren kun je toevoegen aan theemengsels. De bladeren en de fijngestampte wortel zijn bruikbaar als kompres op open wonden en om brandwonden af te dekken.

De lisdodde als voedsel

De lisdodde zuivert net als riet water, maar slaat tevens vervuiling op. Belangrijk is dus alleen lisdodde te verzamelen bij onvervuild water. Als de lisdodde zuur, pittig of bitter smaakt, eet de plant dan niet.

Van de lisdodde zijn de volgende delen eetbaar:
• de jonge knoppen zijn eetbaar in het voorjaar, net een soort asperges. De scheuten kunnen worden gekookt, gewokt, gebakken, gestoofd en worden verwerkt in soepen. Rauw kunnen de scheuten in salades worden verwerkt. De jonge knoppen worden ook wel Kozakkenasperge genoemd,
• de wortels kunnen worden gekookt, gebakken, gedroogd of tot meel worden gemalen (in de wortels zit veel zetmeel). Per persoon eet je 15-20 wortels voor een maaltijd,
• de zaden kunnen worden gedroogd en geroosterd, verwijder wel eerst de bruine pluis,
• de gedroogde bladeren kunnen worden toegevoegd aan theemengsels,
• de binnenkant van de jonge scheuten kan worden gegeten (rauw te eten), het smaakt naar verse komkommer. Ook kunnen deze worden ingemaakt in zuur,
• de groene kolven kunnen gegeten worden als mais, niet de binnenste kern. Je kunt de kolven poffen op de barbecue,
• en het stuifmeel is bruikbaar als meel (bijvoorbeeld voor het bakken van een koek, brood of pannenkoek), een aar levert een eetlepel meel op.

Door Nadine Lemmers & Lianne Schuiling

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here