Keisnijden zal iets met Drenthe met al zijn keien te maken hebben, zul je denken.
Maar nee, oorspronkelijk had het woord ‘kei’ een andere betekenis. Als men zei dat iemand een kei in het hoofd had, dan was dat een dom of dwaas persoon.
Het begrip ‘kei’ stond voor dwaasheid zonder aan een kei, steen te denken. Maar in de middeleeuwen werd het begrip kei verbonden aan een steen. Hoe kwam men aan een steen in het hoofd? Tijdens de slaap kon één of ander diertje zo maar via je oren of neus naar binnen lopen en zich in het hoofd nestelen. Na verloop van tijd zouden de diertjes verstenen en de persoon tot dwaasheid brengen. Maar gelukkig, er was raad, een chirurgijn kon de dwaze persoon genezen door de steen uit het hoofd te snijden, het zogenaamde keisnijden. Dit gebeurde vooral in het openbaar, een beetje reclame voor de heelmeester, op de kermis of markt. Dat de heelmeester ook de handigheid van een goochelaar bezat blijkt uit het feit dat de dwaze patiënt inderdaad met een scherp voorwerp in het hoofd werd gekerfd maar door een ‘handige’ handeling kwam er inderdaad een kei tevoorschijn. Vol trots werd de kei op een rijtje gelegd om aan te tonen dat de heelmeester zijn kunst verstond en er weer een dwaze minder op de wereld was. Inderdaad was het laatste soms het geval daar de operatie zodanig was dat de patiënt aan de ingreep bezweek.
Onder andere de schilders Jheronimus Bosch en Jan Sanders van Hemessen legden een keisnijding vast.
Het is jammer dat in geschriften uit die tijd geen opmerkingen over deze ‘operaties’ zijn te vinden maar alleen in de uitingen van de schilders.

Jheronimus Bosch
Jheronimus Bosch
Jan Sanders van Hemessen.
Jan Sanders van Hemessen.

 

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.