Ik heb nogal onvoorzichtig ‘ja’ gezegd, toen de redactie van het e-magazine me vroeg, wat op te schrijven over, hoe het toch tot ‘Oek en opa’ is gekomen. Pas later realiseerde ik me, dat het link en aanmatigend kan overkomen, als ik teveel van een fictief verhaal ga uitleggen. Mocht ik in het vervolg van deze bijdrage dan ook zo bij u, waarde lezer, overkomen, dan mijn nederige excuses daarvoor. Ik heb het zo in ieder geval niet bedoeld.

oekenvaderErgens in mij sluimert nog steeds de leraar geschiedenis, die ik ooit was. Mijn drijfveer, zoals die van alle met het leraarsgen belaste mensen, was en is nog steeds: leerlingen iets bijbrengen, hen onvermoede verbanden te laten ontdekken, hen het prachtige van het oproepen van het verleden te laten ervaren. Niet prachtig in de betekenis van een roze wolk van voorspoed en geluk, maar het verbazingwekkende van het streven en doen van lang tot stof vervlogen mensen. Misschien is het, omdat je weet, dat je ook ooit zelf tot stof zal vergaan en totaal zult worden vergeten. Dat je ergens hoopt, dat iemand je later nog eens zal opzoeken in filmpjes, krantenberichten, brieven, e-mails, interviews en … boeken. Een antwoord heb ik niet. Niet echt. Ik weet het gewoon niet, maar het zou zo maar kunnen, dat boeken een langer leven hebben dan de schrijver ervan.

oekBij ‘Oek en opa’ heb ik niet bewust over mijzelf nagedacht. Toen ik het schreef, was ik nog geen opa, dus vanuit die beleving is het niet begonnen. Ik heb ook niet aan mijn eigen opa’s gedacht, want die zijn me al in mijn jeugd ontvallen of toch misschien: opa’s bevinden zich in de laatste levensfase en elk ziekteverschijnsel kan fataal zijn. Dat besef van sterfelijkheid kan dus wel degelijk een rol hebben gespeeld. De zesjarige Oek, zo stelde ik mij dat voor, had ook wel dat sluimerende gevoel van de sterfelijkheid van zijn opa. Een opa die hij niet kon missen. De opa die ikzelf zou willen zijn. De zielsverwant met zijn kleinkind (eren). Misschien is het om die reden, dat ik opa in het verhaal dingen toedicht, die hij niet kan weten, die hij hooguit kan hebben gevoeld of vermoed. Dat magische van wat we niet kunnen weten, verbaast ook Oek.

oekdorpOver de Hunebedbouwers weten we niet zo gek veel. Er zijn geen geschreven berichten en al bijna helemaal geen menselijke resten, die ons op het spoor van een individu kunnen zetten. We moeten het doen met een vorm van inleving. Je even wanen in de voetsporen van iemand uit de prehistorie. Wat heeft hij gedaan, wat heeft hij gedacht? ‘Empathie’ heet dat met een stoer woord en empathie zit in onze genen al sinds onheuglijke tijden. We zijn in staat ons in te leven in iemand anders. Zelfs in iemand van een lang vervlogen tijd. Omdat we onszelf in de spiegel als individu herkennen, zijn we in staat ons bewust te zijn van anderen. Andere mensen, in andere culturen of in andere tijden. Daar ben ik in de Oek-serie van uitgegaan en die poging tot inleving is een hele prettige bezigheid. Ik heb er erg van genoten om me te verplaatsen in een kind van zes jaar uit de tijd van de hunebedbouwers. Niet zo moeilijk als het lijkt, wat we zijn allemaal ook kind geweest, ook eens zes jaar, en hebben daar nog herinneringen aan. Bovendien weet ik het een en ander van de hunebedbouwers – ze zeulden zich een ongeluk met zware keien, woonden in huizen, hielden vee en waren boer in een omgeving waarin de beer, de wolf en de oeros nog rondrenden. De combinatie van die twee dingen is ‘Oek’ geworden, een verbinding van non-fictie met fictie. Dat gebeurde in de hoop, dat kinderen van nu zich helemaal ‘into Oek’ zouden kunnen voelen en daartoe heeft vooral bijgedragen dat Roelof Wijtsma Oek heeft getekend. Zo staat Oek nu op mijn netvlies: soms ongerust, soms heel lief, soms ondeugend, soms onvoorzichtig, maar altijd leergierig, altijd op zoek naar nieuwe dingen in zijn wereld. Een wereld, waarin honing moet zijn geweest, dus ook bijen, die je konden steken (net als in onze tijd) en een wereld waarin koeienstront een belangrijke rol vervulde. Wel een andere rol toen, dan de rol van het mestoverschot van nu, maar toch goed voor te stellen.

moederVan sommige vaders en moeders hoor ik wel eens, dat hun kinderen Oek zo spannend vinden, dat ze er een beetje bang van worden. Dat vind ik erg spijtig, maar het zal wel de leraar in mij zijn, die er niet om heen wil draaien. Soms is het leven gevaarlijk, maar meestal toch niet. Empathie levert niet alleen maar een roze wolk op van voorspoed en geluk. Ik hoop maar dat mijn jonge lezers er geen slapeloze nachten aan overhouden.
Dat wil je elk kind graag besparen. Dat zal ik altijd weer proberen, tegen beter weten in.

25 november 2015
Hein Klompmaker.oekenmax

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.