In de ijzertijd had je niet zomaar ijzer voorhanden. Als je iets van ijzer wilde maken, zoals een mantelspeld of een tang, moest je eerst ijzer zien te maken. Hoe men dat vroeger deed kunnen we reconstrueren aan de hand van vondsten en experimentele archeologie.
Bert Jager en Sebastiaan Pelsmaeker van de ijzerwerkgroep zijn aan het werk op het experimenteel veld in het Oertijdpark. Op het veldje ligt een stapel hout, een berg houtskool en grote brokken ijzeroer.

ijzer1
IJzeroer

Om ijzer te maken heb je allereerst ijzeroer nodig. IJzeroer is te vinden in de oevers van rivieren, vertelt Bert. De brokken die hier op het terrein liggen heeft hij gevonden in de Westerwoldse Aa, een rivier die in Oost- Groningen loopt in de buurt van Nieuweschans. De brokken moeten geroosterd worden zodat alle vervuiling in de vorm van organische resten, zoals bijvoorbeeld takjes en blaadjes, verbrandt. Na het roosteren worden de brokken vermalen tot stukjes van maximaal een halve centimeter. Hierdoor is het later goed gelijkmatig te verhitten.

ijzer2
Het roosteren van ijzeroer

Om geroosterd ijzeroer te kunnen verhitten heb je een oven en houtskool nodig. Houtskool wordt gemaakt met een houtskoolmeiler. Een stapel brandhout wordt grotendeels afgedekt met aarde of leem en wordt vervolgens aangestoken via een luchtgat. Als al het hout brand worden de luchtgaten dichtgemaakt. Omdat het geheel dan luchtdicht is afgedekt, verbrandt het hout niet tot as, maar tot stukken houtskool.

ijzer3
Gemalen ijzeroer

Het houtskool wordt gebruikt in de oven. Er zijn resten gevonden van verschillende soorten ovens in Nederland. Eén bepaald type proberen Bert en Sebastiaan nu uit. Het is een schoorsteenvormige oven van 75 cm hoog, gemaakt van leem, zand en strohaksel.
Als de oven is aangestoken duurt het 4 à 5 uur om al het vocht uit het leem te laten verdampen. Dit is nodig om een zo hoog mogelijke temperatuur te krijgen binnen in de oven. Als er geen stoom meer uit het leem komt is het tijd om het gebrande ijzeroer toe te voegen. Nu kan het smelten van het ijzeroer beginnen.

ijzer4
Het stoken van de oven

Sebastiaan doet afwisselend een grote hand houtskool en een hand gemalen ijzeroer in de oven. Het houtskool is nodig om de oven op temperatuur te houden. IJzeroer is in feite roest, oftewel ijzeroxide. In de oven ontstaat door verbranding koolmonoxide, wat zich gaat binden aan zuurstof. Door die verbinding hou je ijzer over zonder oxide. Dit is het product wat uiteindelijk gewenst is. Hoe meer zuurstof er gebonden is aan koolstof, hoe minder zuurstof er is voor de verbranding in de oven. Dit betekent dat de vlammen die uit de oven komen langzaam blauw van kleur worden. Dit is een teken dat het reduceerproces aan de gang is.

ijzer5
De brandende leemoven

Na enkele uren stoken op houtskool en ijzeroer is het tijd om de oven uit te laten branden. Als de oven afgekoeld is kan het resultaat bekeken worden. Een spannend moment, want pas aan het eind van het proces weet je of een lange dag werken resultaat heeft geleverd. Als alles goed is gegaan ligt er in de oven een klomp ijzer, een wolf genaamd.

ijzer6
Bert en Sebastiaan maken de oven open

In totaal is er vandaag 8,5 kilo aan gemalen ijzeroer de oven ingegaan. Het resultaat is 402 gram wolfachtig materiaal met een hoog ijzergehalte, 930 gram slak met een hoog ijzergehalte en 895 gram slak met laag ijzergehalte (dit laatste is afval). Het overige materiaal is in de oven achtergebleven in de vorm van slak. De stukken met een hoog ijzergehalte zullen een volgende keer weer worden vermalen en verhit in de hoop dat ijzer en slak beter gescheiden worden.
Al met al geen slecht resultaat, maar de wolf heeft nog niet de juiste structuur om mee te kunnen smeden. Op naar de volgende smelt!

ijzer7
Het resultaat

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.