Weefplaatjes, weefkaarten en kaartweven

`Weefplaatjes` noemde P. Boeles ze ruim driekwart eeuw geleden. P.C.J.A. Boeles was destijds conservator van het Fries Museum in Leeuwarden en met weefplaatjes bedoelde hij de kleine, benen plaatjes die eind 19de eeuw – begin 20ste eeuw werden opgegraven uit de terpen en wierden van Noord-Nederland (afb.1).

afb1 prehistorische benen weefplaatjes
Afb 1 prehistorische benen weefplaatjes

Een deel van de plaatjes is afkomstig uit de ijzertijd. Veel zijn er helaas niet bewaard gebleven. Ongetwijfeld is een behoorlijk aantal vergaan en verder stonden de plaatjes bepaald niet bovenaan op het lijstje van spectaculaire vondsten.

Kartonnen weefkaarten (afb.2) en het daarvan afgeleide woord `kaartweven`, bestonden toen nog niet, weefplaatjes waren gemaakt van materialen als been, hout en leer/huid (afb.3).

afb2 kartonnen weefkaarten
Afb 2 kartonnen weefkaarten

afb3 verschillende materialen van links naar rechts been, taxushout, runderhuid en varkensblaas
Afb. 3 weefplaatjes van bot, taxushout, runderhuid en varkensblaas

Een aantal decennia later zat weven, inclusief band-en kaartweven, behoorlijk in de lift. Vanaf die tijd werden de plaatjes behalve van karton, ook van gewone speelkaarten gemaakt (afb.4).

De kartonnen kaarten waren een stuk groter dan de benen plaatjes en daardoor wat makkelijker te hanteren.

afb4 weven met speelkaarten
Afb. 4 een `pak` weefkaarten gemaakt van speelkaarten

 

Eenvoudig `weefgetouw `

Weefkaarten behoren tot de tot de meest eenvoudige weefgereedschappen  waarmee je betrekkelijk snel mooie en interessante patronen kunt weven.

Kaartweven verschilt in principe niet van getouwweven of weven met behulp van een weefkam. Ook bij kaartweven heb je te maken met kettingdraden en inslagdraden. Door het in een bepaalde volgorde voor- en achteruit draaien van de kaarten ontstaan patronen.

De structuur van een kaartweefsel verschilt echter wel van bovengenoemde weeftechnieken. De kettingdraden bij kaartweven worden in elkaar gedraaid waardoor ze koordjes vormen. Door de koordvorming ontstaat een zeer sterk weefsel, ideaal voor bijvoorbeeld gordels en bindmateriaal.

Naarmate je een bredere band wilt maken, heb je meer kaarten nodig.  Een aantal bij elkaar horende en ingeregen kaarten noemen we een pak (afb.4). Het aantal kaarten in een pak is uiteraard niet onbeperkt, de kaarten moeten immers met de handen vastgehouden en gedraaid kunnen worden.

Voor zover bekend beschikte men in vroegere tijden niet over de bandweef- getouwtjes die we tegenwoordig gebruiken. Met behulp van die getouwtjes is een groter aantal kaarten en dus een breder weefsel mogelijk. Toch blijft het resultaat een band, maar banden aan elkaar genaaid, kunnen wel weer een breed weefsel vormen (afb.5).

afb6 brede lap van aan elkaar genaaide banden
Afb. 5 lap stof gemaakt van aan elkaar genaaide banden

 

Het meest gebruikte type weefkaart is en was de vierkante kaart met in elke hoek een gat. De gaten hoeven niet alle 4 doorgeregen te worden, een inrijg van 2 draden per kaart is ook mogelijk. Ik kom hier op terug bij `Geweven bandjes uit een Friese terp`.

De ingeregen kettingdraden kunnen hetzelfde of verschillend van kleur zijn. De kleur van de inslagdraden doet er niet zo veel toe omdat je van de inslag maar hele kleine stukjes kunt zien aan de randen van de band (afb.6).

afb7 inslagstukjes aan de zijrand van een band
Afb. 6 zichtbare inslagdraden (oranje-bruin) aan de rand van een bandje

Geweven bandjes uit een Friese terp

band2
Afb. 7 nageweven bandje m.b.v. 7 benen weefplaatjes

Behalve de bronstijdgordel (zie 1ste artikel `Banden weven in de prehistorie) heb ik ook 2 banden van latere tijd nageweven. Tot mijn verrassing kwam ik een van die banden in de grote brei-expositie van het Fries Museum tegen. Het betreft een smal bandje van 7mm breed en 17 cm lang (afb.8). Het bandje is geweven met behulp van 7 weefplaatjes.

 

afb8 Fries bandje, Leeuwarden
Afb. 8 geweven bandje Fries Museum in Leeuwarden

Voor mijn eigen bandje heb ik wat dikkere wol gebruikt zodat er op de foto, maar ook voor geïnteresseerde bezoekers, `wat meer te zien valt`(afb. 7).

Het aparte van dit bandje is de inrijg: voor de buitenste 2 kaartjes zijn 4 en voor de binnenste 3 kaartjes 2 kettingdraden per kaartje gebruikt. Deze 2 kettingdraden lopen (bij aanvang) door de bovenste 2 gaten. Bij het draaien van de kaarten komen op een gegeven moment de lege gaten boven (afb.9).

afb9 middelste 3 kaartjes met de lege gaten aan de bovenkant
Afb. 9 lege gaten aan de bovenkant van de middelste 3 kaartjes

De inslagdraad gaat dan over de kettingdraden van de middelste 3 kaartjes heen. Er ontstaan zo `oversprongetjes` (woordvondst van Constance Nieuwhoff, schrijfster van het door mij gebruikte artikel) die te zien zijn als horizontale streepjes (afb. 10).

band3
Afb. 10 oversprongetjes, te zien als horizontale streepjes

Wat de functie van het bandje was en waarom het met oversprongetjes is geweven, zullen we nooit aan de weet komen. Maar dat laatste geldt voor vele van de door ons gevonden archeologische `schatten`.

Door Yvonne Ording

Vorig artikelDe Appelboom
Volgend artikelDe Wilg

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.