Als je vanaf de N34 het dorp binnen rijdt, dan begrijp je meteen waarom Borger zich hunebedhoofdstad van Nederland noemt. Ligt de rotonde langs de N34 al vol met grote zwerfkeien, even verderop na nog een rotonde ziet U er nog veel meer. Met deze keien en het grootste hunebed van ons land op een steenworp afstand doet Borger zijn alternatieve naam eer aan.

Bij de reconstructie en inrichting van het centrum in Borger hebben zwerfkeien een prominente plaats toebedeeld gekregen. In de middenberm van de toegangsweg naar het centrum zijn op een kunstzinnige manier veel stenen geplaatst. Verder liggen er veel grote zwerfkeien op het plein en op de grasveldjes voor en opzij van de kerk. Zwerfstenen als straatmeubilair benadrukken het karakter van veel Hondsrugdorpen, Borger voorop.

1) Zwerfstenen centrum Borger
Zwerfstenen in de middenberm in Borger vormen een effectieve scheiding van de rijstroken.
2) Zwerfstenen centrum Borger 2
Er liggen juweeltjes van zwerkeien bij. De grote kei rechts is een rapakivigraniet uit Zuidwest-Finland. De steen links is een migmatietgneis. De rode steen in het midden is van vulkanische oorsprong. Het is een rode Oostzeeporfier, afkomstig uit het noordoosten van de Oostzee.

De grote keien symboliseren de vroegere rijkdom aan stenen op de Hondsrug rond Borger. Maar vooral vormen deze stenen stille getuigen van een tijd waarin het klimaat bar en boos moet zijn geweest met uit Scandinavië een enorme massa gletsjerijs die vanuit het noordoosten ons land binnen schoof. Iedereen begrijpt dat hiermee de ijstijd bedoeld wordt. Samen met het ijs kwam een hoop gletsjerpuin mee. Het was dit chaotische mengsel van klei, zand, grind en stenen dat na het verdwijnen van het ijs in het landschap achter bleef en dat we keileem noemen. Deze taaie leemlaag vormt vandaag de dag de onderlaag, zeg maar het fundament, waar Borger op gebouwd is.

Borger na de ijstijd
Van het landschap destijds kunnen we ons geen voorstelling meer maken. Dat de Hondsrug en omgeving er volstrekt anders uitzagen wil iedereen wel geloven. Nadat de enorme massa’s landijs waren verdwenen bleef een lichtgolvend landschap achter, bedekt met leem en duizenden stenen, zonder één plant of boom. Mensen en dieren waren er niet. Die hadden hier niets te zoeken.

Oostelijk van de Hondsrug ligt het Hunzedal. Van oorsprong is het een gletsjerdal van ruim 25 meter diep dat door de schurende werking van het gletsjerijs tegelijk met de Hondsrug is ontstaan. Via deze gletsjerlaagte stroomde op het laatst van de ijstijd, zo’n 130.000 jaar geleden, lange tijd overvloedig veel smeltwater richting Noordzee. Vandaar dat veel mensen menen dat het Hunzedal een smeltwaterdal is. Dat is het ook, maar niet in aanleg.

Als het gekund zou hebben dan moet het uitzicht vanuit het toen nog diepe Hunzedal op de Hondsrug indrukwekkend zijn geweest. Als we nu in de buurtschap Bonnen bij Gieten vanaf de rand van de Hondsrug het Hunzedal inkijken, dan merken we het voor Drentse begrippen flinke hoogteverschil. Vanaf de Hondsrugweg daalt het terrein over een afstand van iets meer dan een kilometer ruim 11 meter! Aan het eind van de Saale-ijstijd toen het landijs net was verdwenen, moet de Hondsrugrand als een bijna 50 meter hoge wal voor de toeschouwer zijn opgerezen. Een warme periode daarna gevolgd door nog een ijstijd hebben ervoor gezorgd dat het diepe Hunzedal opgevuld werd met zeezand, klei en veen en tenslotte heel veel stuifzand. Het huidige oppervlak van het Hunzedal bij Borger is eigenlijk niets anders dan het oude zandige ijstijdoppervlak van zo’n dikke 10.000 jaar geleden. De metersdikke veenlaag die er naderhand overheen groeide, is in een paar eeuwen tijd door mensen afgegraven.

3) Porfierische rapakivigraniet van Kökar - Borger
Porfierische rapakivigraniet van Kökar, een gidsgesteente uit Zuidwest-Finland.
4) Alandrapakivi - Borger
Alandrapakivi. Dit is de bekende ‘ringetjesgraniet met zijn eivormige veldspaatkristallen. Is een van de meest voorkomende zwerfsteensoorten in het Hondsruggebied. Herkomst Alandeilanden in Zuidwest-Finland.
5) Pegmatietgraniet - Borger
Pegmatietgraniet. Een granietachtig gesteente met grote kristallen van veldspaat, kwarts en donkere glimmer (biotiet)

Een ijskanter in Borger
Zwerfstenen vormen de enige tastbare herinnering aan een langdurige koudeperiode, waarin het landschap van Oost-Drenthe zijn voornaamste contouren kreeg. In het centrum van Borger zie je veel zwerfkeien liggen, waaronder enkele zeer grote. Op de kop van de tweede rotonde in Borger ligt zo’n kei. Het is een ietwat bleke grijsrode steen. Bekijk je hem wat van dichterbij dan blijkt het een graniet te zijn. Ogenschijnlijk graniet zoals er veel meer zijn. Maar schijn bedriegt in dit geval. Duidelijk is dat de oorspronkelijk ruwe vorm van de kei door het ijstransport behoorlijk is veranderd. De steen is overal afgerond en gladgeschuurd. Vooral de bovenzijde van de steen is bijzonder en dat is een geluk. Was de steen door de aannemer met de kraan net andersom geplaatst, dan waren de merkwaardig afgeschuurde en bekraste vlakken onopgemerkt gebleven.

6) Norrlandgraniet 1 - Borger
Norrlandgraniet op de tweede rotonde in Borger. Dit is tot dusver de grootste zwerfsteen van dit type die in het Hondsruggebied aangetroffen is. De kei is afkomstig uit de provincie Norrbotten in het uiterste noorden van Zweden, ca. 2500 km hiervandaan.
7) Norrlandgraniet 2 - Borger
Norrlandgraniet. De granieten kei is tijdens het transport naar hier sterk afgeschuurd

De krassen en groeven op de steen zijn gletsjerkrassen. Deze ontstonden toen de steen tijdens het transport naar ons land over andere stenen of waarschijnlijker nog over rotsondergrond schuurde. Onder een bepaalde belichting zijn de krassen in de steen goed te zien. Wat ook opvalt is dat deze krassen op meerdere vlakken aanwezig zijn en dat deze op elk vlak in een andere richting lopen. In totaal zijn op het oppervlak van de kei een zestal plekken aan te wijzen waarop gletsjerkrassen in een andere richting lopen. De bekraste steenvlakken maken hoeken met elkaar of raken elkaar onder een stompe hoek op de manier zoals we dat ook zien bij windkanters. Bij deze laatste zijn de vlakken door zandstraalwerking ontstaan. Stenen die door het ijs afgeschuurde vlakken hebben gekregen noemt men ijskanters. IJskanters zijn zeldzaam in zwerfsteenland. In de keientuin bij het hunebedcentrum iggen enkele, maar een zwerfkei met op zes afgeschuurde vlakken evenwijdig verlopende gletsjerkrassen, is wel bijzonder zeldzaam.

8) Norrlandgraniet - Rotonde Borger
Norrlandgraniet met zijn ijskanter oppervlak. Op de bovenzijde van de kei zijn een paar sterk afgeschuurde vlakken zichtbaar met gletsjerkrassen. De vlakken maken hoeken met elkaar, vandaar de uitdrukking ‘ijskanter’.

Hoe ontstaan de afgeschuurde vlakken?
Voor het ontstaan van de bekraste vlakken moeten we ons voorstellen dat de granieten kei vastgevroren in de zool van het gletsjerijs over de onderliggende rotsbodem is geschuurd. Met de ijsbeweging mee is de kei ergens tegen een hindernis aangelopen. Dat kan een kleine rotsbult zijn geweest. Hoewel gletsjerijs uiterst langzaam beweegt, zijn de krachten waarmee dit plaats vindt enorm. Zelfs de hardste gesteenten raken bij het bewegen over de onderliggende rotsbodem afgeschuurd. Hierbij ontstaan krassen op het oppervlak. In enkele gevallen is de weerstand waarmee de kei tegen de rotsondergrond wordt gedrukt zo groot dat deze uit zijn ijzige omhulling losbreekt, van positie verandert en onmiddellijk daarna weer vastvriest. Vervolgens wordt een ander gedeelte van de kei afgeschuurd. De gletsjerkrassen lopen daardoor in een iets andere richting. Dit proces kan zich enige malen herhalen. Het resultaat is dat het oppervlak van de steen een aantal afgeschuurde vlakken vertoont met gletsjerkrassen die telkens in een andere richting lopen. Ontmoeten deze vlakken elkaar dan ontstaat langs het raakvlak een meer of minder scherpe rand of kiel. Dit is ook bij deze kei het geval. Met deze grote ijskanter is Borger een bijzondere zwerfsteen rijker. Maar dit is nog niet het complete verhaal.

9) Norrlandgraniet met gletsjerkrassen
Ook de zijkant van de kei toont een sterk afgeschuurd oppervlak met evenwijdig lopende gletsjerkrassen

Paraboolbarsten en drukkegels

Aan alles is te zien dat de kei op zijn reis naar Drenthe behoorlijk op zijn donder heeft gehad. Boven op de steen, maar dan meer naar achteren zijn een groot aantal barsten en breuken zichtbaar. Op drie plaatsen wordt duidelijk dat hierlangs zelfs stukken graniet zijn afgesprongen. Als we deze barsten wat beter bekijken, dat zien we dat deze gebogen zijn. De open einden van de barsten wijzen min of meer in dezelfde richting. Zij geven de bewegingsrichting aan. Deze barsten noemt men drukbarsten, maar ze worden vanwege hun gebogen vorm ook wel parabolische of kortweg paraboolbarsten genoemd.

10) Norrlandgraniet met paraboolbarsten - Rotonde Borger
Norrlandgraniet met talrijke gebogen drukbarsten in het oppervlak. Deze ontstonden doordat de kei in het ijs met enorme kracht tegen de rotsondergrond of tegen andere stenen in het ijs werd aangedrukt.
11) Norrlandgraniet met paraboolbarsten 2 - Rotonde Borger
Norrlandgraniet. Langs een van de drukbarsten is door de geweldige druk zelfs een groot stuk graniet los gesprongen.

De barsten ontstaan door kinetische en/of statische belasting. Veel van het meegevoerde gesteentepuin bevindt zich in de zool van de gletsjer. Door de beweging van het ijs over de ondergrond komen meegevoerde stenen in de knel. Sommige drukken met enorme kracht tegen elkaar of tegen de onderliggende rotsbodem en breken, maar vaker ontstaan drukbarsten. Soms waren de krachten zo groot dat langs de barst een stuk steen uit het oppervlak los sprong. Boven op de steen zijn drie van dergelijke plekken zichtbaar, waaronder een die door zijn grootte direct in het oog valt. Aan sommige paraboolbarsten is te zien dat het granietgesteente plaatselijk zelfs verbrijzeld is. Dat hiervoor een enorme belastingsdruk nodig is laat zich raden. Ook aan de voorzijde zijn een paar uitgesprongen drukbarsten zichtbaar.

12) Norrlandgraniet 3 - Borger
Norrlandgraniet. Soms vormen drukbarsten een hele serie achterelkaar. De barsten liggen met hun open einden in dezelfde richting. De pijl geeft de bewegingsgrichting aan. Om een dergelijke reeks drukbarsten te veroorzaken moet de steen vastgevroren in het ijs met enorme kracht over een obstakel zijn geschuurd. Dit kan een andere grote kei zijn geweest of een oneffenheid in de onderliggende rotsbodem.

De linkerzijde van de steen is het minst afgesleten. Aan het onregelmatige oppervlak valt op te maken dat dit het oorspronkelijke breukvlak moet zijn, waarlangs het steenbrok door het ijs in Scandinavië uit het rotsverband werd losgebroken.

Gidsgesteente
De kei op de rotonde heeft nog meer in petto. Het is namelijk een gidsgesteente. Gidsgesteente? Ja, dit zijn zwerfstenen, groot of klein, waarvan de herkomst in Scandinavië bekend is. Door zwerfstenen te vergelijken met gesteentemonsters die men op verschillende plaatsen in Zweden en Finland heeft verzameld, zijn in de loop van de tijd meer dan 150 verschillende gidsgesteenten ontdekt. De meeste zijn van graniet, een minderheid bestaan uit andere gesteentesoorten. Graniet komt niet alleen heel veel voor in Scandinavië, de voorkomens zijn vaak ook beperkt van omvang. Als het type graniet in zo’n voorkomen over specifieke kenmerken beschikt, die zich goed met die van zwerfstenen laat vergelijken, komt het vroeg of laat tot een match. Bij sommige vulkanische gesteenten is dit ook gelukt. Zwerfstenen die zich zo laten identificeren noemt men gidsgesteenten. Ze leiden je als het ware naar het brongebied in Zweden en Finland.

Op de Hondsrug komen vooral gidsgesteenten voor uit het noorden van de Oostzee, Zuidwest-Finland, de Botnische Golf en Noord-Zweden. Met name van de Alandeilanden tussen Zweden en Finland, zijn op de Hondsrug bijzonder veel stenen te vinden. De meeste zijn van graniet en veelal roodachtig van kleur. De bekendste is een opvallende ‘ringetjesgraniet’, die onder zwerfsteenverzamelaars bekend staat als Alandrapakivi. De granieten kei op de rotonde is ook een gidsgesteente. Het interessante is dat deze graniet van nog veel verder weg komt. De herkomst ligt honderden kilometers noordelijker, namelijk in het uiterste noorden van Zweden, in Zweeds Lapland.

Norrlandgraniet
Onder deze naam vat men een aantal verschillende granietsoorten samen, die de laatste jaren, de een na de ander, bekend zijn geworden. Tot die tijd nam men vrij algemeen aan dat uit het verre noorden van Zweden, uit de provincie Norrbotten geen zwerfstenen naar Drenthe konden zijn getransporteerd. De ligging zou te noordelijk zijn. Zwerfsteenonderzoek heeft echter aan het licht gebracht dat ook uit dit noordelijke gebied in Zweden zwerfstenen op de Hondsrug zijn terecht gekomen. Deze keien hebben een reis achter de rug van meer dan 2500 km! Nadat eerst Noord-Zweedse Sorselegranieten herkend werden, volgden al snel andere, zoals Edeforsgraniet, Avavikengraniet en sinds vorig jaar ook Linagraniet. De meerderheid is bleekrose, zalmrood of grijsrood van kleur.

Van al deze granieten bestaan verschillende variëteiten, waardoor het zeker aanvankelijk niet mee valt om deze te herkennen. Wel hebben ze een aantal kenmerken gemeen. Norrlandgranieten bezitten net als rapakivi’s vaak twee generaties kwarts. In de vorm van eerstelingen zijn dit rondachtige of onregelmatige, blauwgrijze tot grijze gecorrodeerde kwartsen. Ze liggen in een gering aantal tussen de overige mineralen in en zijn vaak 4-6 mm groot. De kwartsen bevatten vaak kleine witte puntjes van witte veldspaat.

In de grondmassa komt ook kwarts voor, maar de kristallen zijn veel kleiner, vaak wat hoekig van vorm en niet zelden micrografisch met veldspaat vergroeid. Kaliveldspaateerstelingen zijn doorgaans 1-1.5 cm groot, afgerond en vaak gezoneerd omdat deze voorzien zijn van lichtkleurige zoom. Enkele zijn meer rhombisch van vorm of bezitten spitse uiteinden. Eerstelingen van plagioklaas zijn talrijk en vrij makkelijk te herkennen. Op het verweringsvlak zijn deze vaak hoekig gedrongen van vorm, wit, groenachtig tot blauwgroen, vaak met kleine zwarte insluitsels

13) Noorlandgraniet 4 - Borger
Detailopname van het granietoppervlak. De cijfers en pijlen duiden verschillende bestanddelen in de graniet aan. 1) grijze en blauwgrijze, grotere kristallen (eerstelingen) van kwarts, 2) eerstelingen van plagioklaas, 3) eerstelingen van kaliveldspaat.
14) Norrlandgraniet, detail - Rotonde Borger
Detailopname van een ander gedeelte van het steenoppervlak, waarop beide veldspaatsoorten met pijlen zijn aangegeven.

De graniet van de rotonde
De grote granieten kei op de tweede rotonde in Borger blijkt een Norrlandgraniet te zijn. De kenmerken zijn zo duidelijk dat er geen twijfel over bestaat. Heel bijzonder, want van deze grootte is in het Hondsruggebied nog niet eerder een dergelijk type gevonden. De kei is ook nog opmerkelijk vers. Dit betekent dat hij bij graafwerkzaamheden uit de keileem te voorschijn kwam.

De graniet is grijsrood van kleur waarin van dichtbij witachtige vlekjes opvallen. Het zijn roomwitte tot geelwitte en hier en daar ook groenachtige plagioklazen. De eerstelingkristallen zijn vaak gewolkt, een kenmerk overigens van Sorsele- en Norrrlandgranieten. Enkele plagioklazen zijn gezoneerd doordat een lichtkleurige rand een donkerder, vaak meer groenachtige kern omgeeft. De vorm van de plagioklazen is onregelmatig, soms hoekig idiomorf.

In het gesteente komen verspreid vrij talrijke 4-6mm grote kwartsen voor. Ze zijn rondachtig, langgerekt ovaal of meer onregelmatig van vorm. De kleur van de kwartseerstelingen is grijsblauw tot licht hemelsblauw. De kwartsen zijn gecorrodeerd en bevatten dikwijls kleine witte puntjes van veldspaat.

Kaliveldspaateerstelingen zijn tot ca 1 cm groot, hoogrose tot roodoranje. Ze zijn dikwijls omgeven door een smalle lichter gekleurde rand. In de grondmassa komen vrij veel kleine hoekige kwartsjes voor samen met veel grijsrode kaliveldspaat. Hier en daar zijn beide mineralen grafisch met elkaar vergroeid. De kleine kwartsen in de grondmassa vormen de tweede generatie kwartsen. Vaak komen ze in groepjes opeengehoopt voor. De kleur is helder grijs of licht rookkleurig.

Donkere mineralen zijn ook vrij talrijk in het gesteente aanwezig. Ze vormen zwarte spikkels en kleine vlekjes. Om sommige plaatsen vormen ze donkere, onregelmatige aggregaten.

Hoewel niet zeker, zou het hier om een variëteit van Linagraniet kunnen gaan. Deze graniet vormt verspreid in het uiterste noorden van Zweden een voorkomen van in totaal enige tienduizenden vierkante kilometers.

 

 

Vorig artikelGraanspieker gebouwd in Odoorn
Volgend artikelWeven met paardenhaar
Harry Huisman is conservator geologie in het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.