Tijdens de Oergezondmarkt op 24 juli vergeleken ca. 35 kinderen de moderne Schijf van Vijf met `de Schijf van Vijf uit de ijzertijd`. Een mooie aanleiding om (een deel) van het menu van de ijzertijdmens eens nader te bekijken en toe te lichten.

De kinderen kregen de moderne schijf op papier (afb. 1), de ijzertijdschijf tekende ik op de grond en vulde de 5 vakken met etenswaren en dranken (afb. 2). Een leuke en geslaagde aanpak! Om te kunnen vergelijken, wilden ze natuurlijk precies weten wat wat was, hoe het heette en wat je ermee kon doen. Een paar kinderen vroegen of ze de granen en peulvruchten mochten `voelen` (vastpakken). Natuurlijk mocht dat, ook daarvoor lagen de etenswaren uitgestald.

schijf1
Afb. 1 Schijf van vijf (Voedingscentrum Nederland)
schijf2
afb. 2 Schijf van vijf ijzertijd

De vijf vakken

Vak 1, Groente en fruit

Top-10 van veel voorkomende, wilde planten die in het Oertijdpark en/of naaste omgeving groeien en wat je van die planten kunt eten:

brandnetel, toppen en jonge scheuten – als rauwkost, gekookt als groente, rauw in soep of stamppot.
paardenbloem, jonge blaadjes – als rauwkost, gekookt als groente of rauw in soep of stamppot.
– herderstasje, bladeren – gekookt als groente;
– perzikkruid, bladeren – gekookt als groente;
– vogelmuur, bladeren – gekookt als groente;
weegbree, bladeren – als rauwkost, als soepgroente;
zevenblad (berucht onkruid !), bladeren – rauwkost, in stamppot;
– rode Klaver, blaadjes – rauwkost, smoren als spinazie;
veldzuring, bladeren – rauwkost, stoven als groente, soepgroente;
– kleefkruid (berucht onkruid !), hele plant – als rauwkosten, groente en rauw in stamppot.

Van eetbare planten kun je het beste de jonge blaadjes of scheuten gebruiken,
dus vóór de bloei. De zaaddoosjes van b.v. kleefkruid hechten zich niet alleen
aan dierenvachten, maar blijven ook in keel of slokdarm `hangen`!

Het aanwezige fruit bestond uit appeltjes, rozenbottels en wilde aardbeitjes (afb. 3)

schijf3
afb. 3 wilde aardbeien

Op internet en in de literatuur zijn nog veel meer eetbare, wilde planten te vinden. Niet al deze planten werden in de prehistorie geplukt en gegeten.
Vaak staat er ook bij of ze medicinaal gebruikt kunnen worden, of je er thee van kunt trekken, ze kunt gebruiken om eten of dranken te kruiden en zijn er meer bereidingswijzen vermeld dan alleen koken. Van een aantal planten zijn na bereiding ook de bloemen en wortels eet- of drinkbaar.

Voor alle te plukken wilde planten geldt: kijk goed uit waar je ze plukt ! Dus niet op plekken waar veel motorverkeer langs komt of honden uitgelaten worden. Pluk alleen de planten die er gezond en fris uitzien. En tot slot: pluk niet teveel, zodat planten de kans krijgen volgend jaar weer terug te komen of zich te vermenigvuldigen.

Vak 2, Smeer- en bereidingsvetten:

Voor kinderen zijn dit nogal moeilijke begrippen, maar met `eitje bakken’, `je boterham smeren`en`vlees bakken en braden`was snel duidelijk wat er werd bedoeld.

In vak 2 waren aanwezig: schapenvet, lijnzaadolie en boter. De vlasplanten in het Oertijdpark waren grotendeels uitgebloeid en droegen bruine zaadbolletjes (afb. 4). Uit het zaad kan olie gewonnen worden dat ook bruikbaar is om leer en hout te conserveren en vitaal te houden.

De klont schapenvet had ik opgehaald bij het slachthuis en gebruik ik eveneens om leer en hout te conserveren en om mijn handen in te vetten. Schapenvet wordt tegenwoordig vooral gebruikt als `hondensnack`.

schijf4
Afb. 4 zaadbolletjes vlas

Vak 3, Zuivel, noten, vlees, vis, ei en peulvruchten:

Vak 3 was goed gevuld met schapenvlees, visjes, eieren, hazelnoten, erwten (gedroogde kapucijners), linzen, en zuivel als witte kaas, melk en yogurt.

De ijzertijdboeren woonden in kleine nederzettingen van enkele boerderijen met daar omheen tientallen vierkante akkertjes per boerderij.
Op hun akkertjes verbouwden ze:
– graansoorten: gierst, spelt, tarwe en gerst;
– peulvruchten: linzen, bonen en erwten;
– planten met oliehoudende zaden: vlas en huttentut (afb. 5).

Verder aten ze `bladgroenten` (zie Vak 1, wilde planten), wortels (pastinaak, paardenbloem) en knolgewassen (b.v. grote egelskop, een oeverplant).

schijf5
Afb. 5 huttentut (koolzaadfamilie)

De ijzertijdboer was niet alleen akkerbouwer, hij hield ook runderen, varkens, schapen en geiten. Deze dieren leverden o.a. vlees en melk.

Waarschijnlijk werd het menu aangevuld met wilde appels, bramen, bessen, hazelnoten, eieren, vis en op heel bescheiden schaal jachtwild.

Vak 4, Brood, graanproducten en aardappelen

Een paar pientere kinderen wisten te vertellen dat er in de prehistorie in Nederland geen aardappelen werden gegeten omdat die onbekend waren.
De aardappel komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en werd pas een paar eeuwen geleden in Nederland geïntroduceerd.
Voor pasta geldt min of meer hetzelfde, ook dat kenden ze in de prehistorie niet. In de jaren zestig van de vorige eeuw trokken Italianen massaal naar Noordwest-Europa om daar als seizoenarbeider aan de slag te gaan. Sinds die tijd eten we in de in Nederland de oudst-bekende pasta, n.l. macaroni. Pizza kwam tegelijkertijd met macaroni uit Italië.

Het eten van brood is een ander verhaal: van een permanente graanproductie is sprake vanaf de nieuwe steentijd, de tijd van de Hunebedbouwers.
Vanaf die tijd werd er behalve platte broden (afb. 6) ook broodpap gegeten (afb. 7). De broodpap kon hartig gemaakt zijn met vlees of vis, al of niet met gebruik van groenten, maar ook zoet door er honing of zoete vruchten/fruit aan toe te voegen.

schijf6
afb. 6 platte broden op hete stenen
schijf7
afb. 7 broodpap koken

Vak 5 Dranken

In het laatste vak stonden uitgestald: melk, water, vruchtensap, bier en thee.

De meest voor de hand liggende drank was water. Nederzettingen lagen altijd in de buurt van beken, rivieren of meren. Als er geen geschikt open water in de buurt was, werden waterputten gegraven.
Van water kon, naast het puur te drinken, ook thee worden gezet. Mogelijke toevoegingen voor thee waren berkenblaadjes, vlierbloesem, brandnetel, lindebloesem, munt, rozenbottels, bramenblad, frambozenblad, kamille, appel en duizendblad.
Vruchtensap was eenvoudig te verkrijgen door fruit/vruchten te koken met water en honing.

Alcoholische dranken
Gegist graan, vruchtensap en honing worden al duizenden jaren gebruikt om alcohol te maken. De eerste aanwijzingen voor het gebruik van drank dateren uit de nieuwe steentijd en zijn gebaseerd op vondsten van aardewerk waarin resten drank werden aangetroffen. Mogelijk ging het om bier met honing of om honingwijn. Vondsten van verkoold, gekiemd graan kunnen duiden op het brouwen van bier en zijn bekend vanaf de bronstijd.
In haar algemeenheid waren de kinderen wel te spreken over de ijzertijdschijf. Olie en vetten mochten wat minder, misschien konden er halva-versies bij? En zoetigheid …………tja, dat is ook niet zo gezond, maar te lekker om te schrappen. Over alcoholische dranken waren ze eensgezind streng: ongezond en meteen verwijderen uit de schijf! Ouders reageerden glimlachend en begripvol. Je zág ze denken `Ach, af en toe een glaasje kan geen kwaad, toch ?’.

schijf8

Door: Yvonne ording

Vorig artikelEsdoorn
Volgend artikelThe largest Bronze Age copper mine in the world

1 REACTIE

  1. Dit artikel was mij nog niet eerder opgevallen. Het is heel leuk en informatief en past goed in de serie die geschreven wordt over planten, struiken, groenten en kruiden van prehistorie tot nu. Ik heb het met heel veel plezier gelezen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.