Rapakivi’s zijn veel voorkomende zwerfstenen, vooral in het Hondsruggebied in Oost-Drenthe. Het probleem voor zwerfsteenliefhebbers is, dat je een rapakivizwerfsteen eerst moet zien om te weten met welk type je te maken hebt. Er is geen gesteentefamilie bekend waarvan de onderlinge leden zo van elkaar afwijken als juist bij rapakivi’s. Hoe talrijk ze ook mogen zijn, het is moeilijk twee identieke zwerfsteenexemplaren te vinden. Overigens geldt dit voor meer zwerfsteengranieten.
Smalandgraniet is ook zo’n verzamelnaam. Naast een aantal typerende gidsgesteenten uit Zuidoost-Zweden vinden we veel vaker zwerfstenen die alleen met de naam Smalandgraniet aangeduid kunnen worden. Verder komen we niet. Smalandgranieten zijn over het algemeen roodachtige granieten met veel kwarts en gemiddeld weinig donkere bestanddelen. Vandaar dat men deze groep zwerfstenen wel aanduidt als ‘soldaten uit hetzelfde regiment’.


Onlangs werd bij het Hunebedcentrum een vrachtwagenlading zwerfkeien afgeleverd. Daaronder waren zwerfblokken van meer dan een meter groot! De stenen kwamen te voorschijn bij graafwerkzaamheden op de Hondsrug, zuidelijk van Ees, langs de N34. Stenen groter dan 50cm werden door de aannemer apart gehouden. Deze waren bestemd voor de keientuin in Borger.

Na een aantal regenbuien wordt langzamerhand duidelijk wat voor ‘stenenvlees’ er in de kuip zit. De meeste stenen zijn, zoals te verwachten, van graniet en van gneis. Verder natuurlijk een aantal flink uit de kluiten gewassen rapakivigranieten, waaronder een paar Alandrapakivi’s met hun bekende ringetjesstructuur. Ook lijkt er een prachtige migmatietgneis tussen te zitten, alleen is die nog te vuil. Zandstenen groter dan 50cm zitten er niet tussen. Zwerfstenen van zandsteen komen als zwerfblok hoogst zelden voor. Het ontbreken ervan ligt aan de gelaagdheid van zandsteen, waardoor het gesteente makkelijk splijt. In de voorlaatste ijstijd werden voornamelijk kleinere brokken zandsteen door het ijs uit de vaste rots losgewerkt. Deze werden onderweg in het ijs vaak nog verder verkleind. Bij granieten ligt dit anders. Zwerfblokken hiervan zijn vaker massief en hoekig afgerond. Dit ligt aan een systeem van natuurlijke breuken (diaklazen) dat in granietgesteenten altijd aanwezig is. Deze breuken staan schuin of bijna loodrecht op elkaar. De aanwezigheid van diaklaassystemen is oorzaak dat het gletsjerijs in de ijstijd vrij gemakkelijk grote blokken graniet uit de vaste rots kon losbreken.

Zoals hierboven al opgemerkt zijn rapakivi’s zeer algemene zwerfstenen. In het Hondsruggebied is de laatste jaren duidelijk geworden dat er naast deze nog een groep zwerfsteengranieten voorkomt, die aanvankelijk als zeer zeldzaam te boek stond, maar die door steeds meer vondsten het predicaat ‘algemeen’ verdient: Norrlandgranieten. Deze granieten vormen in het verre noorden van Zweden talrijke, soms zeer uitgebreide voorkomens. Die van Linagraniet bijvoorbeeld beslaat in de meest noordelijke provincie Norrbotten in Zweden zelfs een oppervlak van ruim 25.000 vierkante kilometer!
Tot voor een paar jaar nam men aan dat landijs uit dit noordelijke deel van Zweden geen zwerfstenen naar ons land had vervoerd. Dit blijkt een misvatting. Zwerfstenen uit Norrbotten en het gebied ten zuiden daarvan komen in het Hondsruggebied wel degelijk als zwerfsteen voor.


Toch is er iets merkwaardigs aan de hand met Norrlandgraniet. Bij inventarisaties en tijdens zoektochten op de zuidelijke Hondsrug in Drenthe blijkt dat Norrlandgraniet een nogal gevarieerd uiterlijk bezit, maar er is nog iets anders. Kleinere zwerfstenen van Norrlandgraniet zijn zeldzaam, in tegenstelling tot grote zwerfblokken. Nu vallen deze laatste sowieso sneller op, maar onder grote zwerfstenen is Norrlandgraniet ronduit algemeen te noemen. In en rond Emmen zijn zwerfblokken van dit graniettype gevonden tot bijna drie meter groot! In bijna iedere hoop grote keien komen een of meer exemplaren voor.

Tussen de zwerfstenen die onlangs langs de N34 zuidelijk van Ees zijn opgegraven, zijn na een voorlopige inventarisatie twee grote Norrlandgranieten ontdekt. Een ervan is ruim een kubieke meter groot, de ander is ongeveer half zo groot. Door selectieve verwering heeft het grote exemplaar een fraai uiterlijk, waaraan vooral talrijke kleine, witte plagioklazen opvallen. De steen is is grijsrood met talloze witte vlekjes. De verwering in de keileem was blijkbaar dusdanig dat deze plagioklaaskristallen fraai geelwit gebleekt zijn en niet zijn opgelost. We zien dit ook geregeld bij Alandrapakivi’s die uit keileem op de zuidelijke Hondsrug te voorschijn komen. Deze tonen de karakteristieke ringetjesstructuur bijzonder fraai door de kleurtegenstelling van witte plagioklaas en rode kaliveldspaat.


Norrlandgranieten zijn geen mooie granieten, althans de meerderheid is dit niet. Ze kleuren en tekenen niet fraai. Deze granietsoort wijkt bovendien van andere, ‘gewone’ granieten af door een armoede aan kwarts, hoewel er variëteiten zijn die kwartsrijker zijn. Dit laatste is ook het geval met het grootste zwerfblok uit de hoop keien van de N34 bij Ees. Graniet moet per definitie voor 20% uit kwarts bestaan. In veel Norrlandgranieten merken we daar weinig van. Sommige typen bezitten op het eerste gezicht zo weinig kwarts dat het wel syenieten lijken. Dergelijke granietsoorten noemt men in de gesteentewereld kwartsmonzoniet.


Kwarts zit vooral in de grondmassa en is voor het oog niet of nauwelijks zichtbaar. In de vorm van rondachtige tot ovale eerstelingkristallen vallen deze kwartsen meer op, zeker als ze wat blauwig van kleur zijn. Maar zoals gezegd, eerstelingen van kwarts zijn in veel Norrlandgranieten spaarzaam aanwezig. De kwartsen zijn duidelijk gecorrodeerd en bevatten vaak kleine insluitsels van veldspaat. Deze zijn als kleine witte puntjes zichtbaar.

Kortom, ‘zeldzaam’ is een vaak een betrekkelijk begrip onder noordelijke zwerfstenen. Wat men niet herkent, daar zoekt men ook niet naar, vooral als de stenen in kwestie geen schoonheden zijn.

Norrlandgraniet – Zwerfblok van Emmen (Dr.). Dit is tot dusver de grootste zwerfsteen van Norrlandgraniet in ons land. De steen heeft een doorsnede van ruim 2,5 meter! De witte tint is het gevolg van bodemverwering, waardoor de roserode kleur van de kaliveldspaat is verbleekt. Het fijngespikkelde karakter van de steen wordt veroorzaakt door talloze kleine witte plagioklazen.












