Jeneverbessen zijn heel gezond. Ze zijn rijk aan vitamine C en antioxidanten en hebben een gunstig effect op de stofwisseling. Toch moet u ze met mate eten. Niet alleen zijn ze intens van smaak, ook kunnen ze een prikkelende werking op de nieren hebben. De Latijnse naam is Juniperus Communis.  Juniperus komt van het Keltische woord juniperus en betekent “stekelig” en stekelig is de Jeneverbes- struik of boom zeker. Jenever is een verbastering van juniperus, communis betekent “gewoon”.

Boom en katje

De jeneverbes is een bijzondere boom, die ook als struik voorkomt. De struik of boom is sterk vertakt. De scherpe, priemvormige naalden staan in kransen van drie rond de takken. Zij zijn aan de bovenkant blauwgroen, aan de onderkant sapgroen. Het is een coniferensoort en is een van de weinige soorten die van nature in Nederland voorkomt. Jeneverbes gedijt goed op droge humusarme, maar wel mineraalrijke bodem zoals leemgrond. Om de bessen tot rijping te laten komen heeft hij veel zon nodig. In de winter is hij goed tegen vorst bestand en in de zomer tegen aanhoudende droogte. In ons land is de plant wettelijk beschermd. In de Drentse natuur, bijvoorbeeld op het “Drouwenerzand”, kun je fraaie grillig gevormde oude exemplaren tegenkomen. Op de heide wordt hij om zijn stekende naalden door de schapen gemeden. Jeneverbes is belangrijk voor een aantal insecten zoals de jeneverbeskever, jeneverbesmot en de schorskever.

Jeneverbes

De jeneverbes is eigenlijk geen bes. Het is het gedroogde, rijpe katje dat groeit uit de bloem van de jeneverbesstruik of -boom. Het duurt 3 jaar voordat dit katje gerijpt en verkleurd is. Hoe zuidelijker de jeneverbessen groeien, hoe meer etherische oliën ze bevatten en hoe sterker de smaak. De beste komen uit Italië en Macedonië.
Jeneverbes bloeit in april/mei en is tweehuizig, d.w.z. dat mannelijke en vrouwelijke bloemen niet op één plant voorkomen. Beide bloeiwijzen verschijnen in mei. De mannelijke bloemen zijn geelachtig, de vrouwelijke lichtgroen. Ze zijn weinig opvallend. Het stuifmeel wordt door de wind meegevoerd. De mannelijke bloemen zijn stuifmeelleveranciers voor bijen.

Gebruik van prehistorie tot nu

Via archeologische opgravingen weten we dat de jeneverbes een rol speelde in de prehistorie. Stuifmeel van jeneverbessen is gevonden in bodemlagen uit het laatglaciaal en vroeg-holoceen (13.500-12.100 v.Chr.). Bessen en zaden zijn aangetroffen in beerputten uit de Middeleeuwen wat wijst op het gebruik van jeneverbessen als specerij. Naast de vondsten van naalden en bessen is er ook een gesneden houten kraal gevonden (VAN GINKEL, 2016). In 2015 hebben archeologen experimenten gedaan om jeneverbesolie te verkrijgen door het hout te “kraken”. Het bewijs voor het gebruik van deze olie was gevonden op prehistorisch aardewerk. Bij de Kelten werd de jeneverbes gewijd aan de god Balder, god van onschuld en licht, bij de Grieken aan Hermes, de boodschapper van de goden. De reden was waarschijnlijk dat de jeneverbes altijd groen is en vanwege de bijzondere vormen van de struik, en de speciale geur van hout, naalden en bessen. De Germanen gebruikten het hout bij de verbranding van doden en bij offerrituelen. Dit weten we door de vondst van houtskool van jeneverbes op een Germaans urnenveld in de buurt van Vlodrop (Zuid-Limburg).
Jeneverbessen werden ook gebruikt bij het mummificeren van lichamen. Ten tijde van de Oude Grieken (o.a. Hippocrates) en de antieke Romeinen werd jeneverbes als middel tegen baarmoederkrampen gebruikt. Fytotherapeuten schrijven het tegenwoordig nog steeds voor bij menstruatiepijn. Rond 1500 voor Christus wordt de jeneverbes beschreven in geneeskrachtige recepten in een papyrusrol.
In de Oudheid werd jeneverbeshout verbrand om kwade geesten en ziekten te verdrijven. Ook in de Middeleeuwen werd dit nog gedaan om ziekten uit te bannen. Als er in een stad of dorp een pestepidemie had plaats gevonden dan zuiverde men de huizen door er jeneverbeshout te verbranden. In vroeger tijden woonde er in de jeneverboom een goede geest. Daarom mocht deze niet gekapt worden.
In de 16e eeuw werd de jeneverbes gezien als hét middel tegen allerlei kwalen; goed voor de spijsvertering, lever, tegen maagpijn, krampen en winden, goed voor de longen, nieren en als pijnstiller tegen spierverrekkingen. Ook nu nog gebruiken fytotherapeuten jeneverbes voor deze bonte rij van klachten en kwalen. In de 19e eeuw werd jeneverbes voorgeschreven als “maagversterkend middel” (men moest beginnen met dagelijks 4 bessen te eten en dat elke dag met één extra verhogen tot maximaal 15 bessen per dag, en daarna de kuur weer af te bouwen door er dagelijks één minder te eten).
Jeneverbeshout werd gebruikt om kledingkasten te maken (motten houden niet van de geur), karnstokken werden van jeneverbeshout gemaakt zodat de boter niet snel zou bederven. Van jeneverbesgom, vermengd met lijnzaadolie, maakte men vroeger vernis voor schilderijen. Kauwen op jeneverbessen verbeterd de adem.

Jeneverbes bessen

Medicijn?

Jeneverbes heeft de volgende inhoudsstoffen: 3-5% looistoffen, flavonoiden. Bessen bevatten maximaal 2% etherische olie, sabineen, citronellol, 30% glucose en fructose. Hout bevat een ander soort etherische olie (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 29-30).

Hout en bessen worden als medicijn gebruikt. In de volksgeneeskunde worden de bessen gebruikt bij bevorderen de spijsvertering en maagklachten. Jeneverbessen werken urineuitdrijvend en worden gebruikt als bloedreiniger, bij reuma en infectie urinewegen. De etherische olie is antimicrobieel en wordt gebruikt in producten die reuma verlichten, denk aan zalven en badproducten
(FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 29-30).

Door uitscheiding van bijvoorbeeld urinezuur zou jeneverbes gunstig kunnen zijn bij gewrichtsaandoeningen waarbij sprake is van een te veel aan urinezuur, dat kan ophopen in de gewrichten. Het bevordert de glomerulaire (glomeruli zijn de kluwentjes van bloedvaten en urinewegen waar de uitwisseling van stoffen van bloed naar urine plaatsvindt) filtratiesnelheid van de nieren zodat de uitscheiding van schadelijke stoffen in de urine wordt vergroot. Jeneverbes zou ook goed zijn ter voorkoming van nier- en blaasstenen, bij blaas- en urinebuisontsteking, als deze niet met nierontsteking gepaard gaat. Deze toevoeging is een verstandige want indien er sprake is een nierbekkenontsteking dan betekent dit dat er een ernstige infectie is en geen simpele blaasontsteking. De gedachte achter het gebruik van bessen om urine aan te zuren is niet onredelijk. Veel bessen maken de zuurgraad van urine zuurder, en dat is gunstig tegen de vorming van bepaalde stenen, en kan een eenvoudige blaasontsteking verhelpen.
Omdat de uitscheiding van urinezuur door jeneverbes zou worden bevorderd is men van mening dat de bessen helpen bij artrose, gewrichtsontsteking, jicht en ook bij spier- en peesontsteking.
In de hedendaagse kruidengeneeskunde worden er preparaten van gemaakt voor de behandeling van nierkwalen, huidziektes, jicht en reuma.

De jeneverbes moet een korte periode worden gebruikt, denk aan enkele weken (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 29-30).

Juniperus communis - Köhler–s Medizinal-Pflanzen-082

Eetbaar?

In maart en april kunnen de toppen worden geplukt en geblancheerd. De toppen zijn toe te voegen als smaakmaker aan vleesgerechten en wortelgerechten. Van de toppen kan een siroop worden gemaakt door het te koken in water en in te dikken met suiker. Van de naalden kan thee worden gezet in de maanden maart tot juni, maar ook gedroogd en gemalen. De meel kan groente en gebak een aroma geven
(FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 29-30).

De binnenbast kan in maart en april gegeten worden. Snij de bast in reepjes en kook het als pasta (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 29-30).

De bessen kunnen in augustus geplukt worden. Doe ze rauw of gekookt door een zeef en deze sap of moes met wat zout is lekker als smaakmaker in diverse gerechten, denk aan koolgerechten, augurken, rode bieten, marinades, ragouts, stoofgerechten en braadgerechten. De bessen neutraliseren de smaak van wild en deze combinatie met wild is een klassieker. Wanneer de bessen langer worden verwarmd, komen de verborgen zachte, zoete tonen vrij. De gedroogde bessen zijn ook in deze gerechten, theemelanges en likeuren te gebruiken (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 29-30). De bessen kunnen tot siroop worden ingekookt met suiker.

De smaak is kruidig, houtachtig, verfrissend en iets bitter en lijkt op gin (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 29-30).

De bessen hebben een hoog suikergehalte en worden gefermenteerd tot wijn (waarvan later jenever kan worden gemaakt). De jeneverbes heeft zijn naam gegeven aan jenever, een typisch Nederlandse sterke drank, die behalve in ons land ook gemaakt wordt in België, in het noorden van Frankrijk en in Oost-Friesland. De basis van jenever is moutwijn waaraan jeneverbessen worden toegevoegd.

Pas op: de bessen in zeer kleine hoeveelheden eten anders gaat het maagslijmvlies irriteren. Verwar de boom niet met de giftige zevenboom (FLEISCHHAUER, ET.AL., 2017, pp. 29-30).

Zeegse - jeneverbes (2)

Bronnen
VAN GINKEL, J., 2016. Blij met bomen. Het Drentse Boek, Beilen.
www.stemderbomen.nl
www.mens-en-gezondheid-Infonu.nl

Door Eric Duiverman en Nadine Lemmers

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.