Gewone Klimop (Hedera helix) is een groenblijvende plant die groeit tegen bomen en langs muren, maar kan tevens als bodembedekker groeien. De klimop klimt met behulp van luchtwortels omhoog langs bomen en muren en is dus geen parasiet. Bomen gaan dus niet dood wanneer er klimop tegenaan groeit, maar kunnen wel, indien verzwakt, bezwijken door de flinke begroeiing. De plant klimt wel meer dan 10 meter hoog. De geur is kenmerkend. De bloeitijd is van september tot december. De zwarte bessen zijn in het voorjaar rijp. Overrijpe bessen worden door vogels gegeten en verspreid. Giftig zijn zowel de vruchten als de bladeren.

Gebruik van prehistorie tot nu

In het begin van het atlanticum (7.000 v. Chr.) bereikte de klimop onze streken. Zaden van klimop zijn aangetroffen van circa 5.000 v.Chr. in Hardinxveld en circa 3.000 v.Chr. in Vlaardingen. Verkoolde zaden zijn aangetroffen bij een opgraving in Overijssel uit het mesolithicum. Klimop werd vanaf de nieuwe steentijd (5.000-2.000 v.Chr.) in grote delen van Europa gebruikt als veevoer in tijden van schaarste. In Europa werd klimop een symbool van trouw, verbondenheid en vaderlandsliefde. Klimop komt vaak voor in (familie)wapens en op emblemen. In de bladeren zit veel saponinen waardoor de klimop gebruikt kan worden voor zeep of wasmiddel. Vroeger maakte men van klimophout een lepel zodat je nooit meer last zou hebben van keelpijn.

Interessanter is het gebruik van de klimop in de oudheid. In het Oude Griekenland was klimop een belangrijke plant. Toen de God Dionysos werd geboren groeide er heel snel een klimop om hem heen om het kind aan het zicht van de jaloerse Hera te onttrekken. Hera was de zus en de vrouw van Zeus. Zeus en Semele hadden het kind Dionysos verwekt en daarom was Hera zo jaloers. De aanhangers van Dionysos dronken veel te veel wijn maar konden dat doen zonder dronken te worden door een krans van klimopbladeren te dragen en een afkooksel van gekneusde klimopbladeren te drinken.

Pasgehuwden kregen in het oude Griekenland een krans van klimopbladeren op het hoofd als symbool van vriendschap tot over de dood heen.

De antieke Romein Plinius de oudere, die leefde in de eerste eeuw na Christus, beschreef klimop als geneeskrachtige plant. Hij maakte een onderscheid tussen in- en uitwendig gebruik. Hij waarschuwde voor het inwendige gebruik, hij wees op het gevaar dat de geest en de spieren zouden kunnen verstarren. Hij meende wel dat drinken van een afkooksel zou helpen tegen hoofdpijn, wormen en miltaandoeningen. Uitwendig adviseerde Plinius klimop tegen spinnen- en insectenbeten en zou het de spieren juist kunnen verzachten.

Medicinaal gebruik

Vroeger maakte men van klimophout een lepel zodat je nooit meer last zou hebben van keelpijn (?). Het is verboden klimop te verkopen als inwendig geneeskrachtig middel, als uitwendig middel mag het wel vrij verkocht worden. Dit leidt bij ons direct tot de nodige twijfels of je klimop wel zou moeten gebruiken als plantaardig inwendig geneesmiddel; de kans op mogelijke bijwerkingen weegt niet op tegen het gebrek aan wetenschappelijk bewijs over de werkzaamheid. Uitwendige werking wordt geclaimd bij gewrichtsklachten, lichte brandwonden, kiespijn, migraine en bij luizen. Inwendig gebruik van klimop is niet zonder risico. Langdurig gebruik is schadelijk voor de lever en er is een verhoogde kans op diarree, verwardheid en huiduitslag.

In de kruidengeneeskunde wordt klimop toegepast bij verschillende luchtwegaandoeningen en klachten. De stoffen emetine en saponinen verhogen de slijmproductie, waardoor hoest en slijm sneller oplossen. Ook zou het luchtwegverwijdend werken. Daarom wordt het door fytotherapeuten voorgeschreven bij o.a. bronchitis, chronische luchtwegaandoeningen, spastische bronchitis, kinkhoest, ontsteking van luchtpijp of strottenhoofd en als aanvullend middel bij astma. Gelet op de potentiële risico’s bij inwendig gebruik en het gebrek aan bewijs dat klimop werkelijk zou kunnen helpen maken dat wij klimop bij boven genoemde klachten nooit zelf zouden (durven) innemen. Er zijn veiligere, betere en eenvoudigere oplossingen te bedenken (dropje misschien?).

Bronnen

MAES, B, ET.A.L., 2006. Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen. Boom, Amsterdam.
http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/natuurgeneeswijze/109189-de-geneeskracht-van-gewone-klimop-hedera-helix.html
VAN GINKEL, J., 2016. Blij met bomen. Het Drentse Boek, Beilen.

Door Eric Duiverman en Nadine Lemmers

Vorig artikelWat voor steen heb ik?
Volgend artikelEen vrachtwagen met zwerfkeien

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.