Het maken en gebruiken van vuur kan worden gezien als één van de belangrijkste uitvindingen van de mens, maar ook als één van de eerste uitvindingen. Vuur is een warmtebron en een lichtbron, maar het wordt ook gebruikt voor het bereiden van eten en drinken. Het vuur wordt gebruikt als gereedschap om houten stammen uit te hollen (denk aan de kano van Pesse), als manier om akkers aan te leggen (afbranden van bos) en als bron voor grondstoffen (as en houtskool). Ook kon vuur een rol spelen om sommige dieren af te schrikken, maar er zijn ook juist dieren die worden aangetrokken tot vuur.

Toen de eerste mensachtige vuur kon maken was dit een belangrijk en bijzonder iets. Maar vuur maken is niet gemakkelijk! Veel oefenen en goede voorbereiding zijn heel belangrijk. Er zijn verschillende manieren van vuur maken: vuur slaan met vuursteen en vuur maken door wrijving.

Vuur door wrijving

Het maken van vuur kan door warmte op te wekken bij de wrijving van twee oppervlakken. Bij voldoende druk en beweging gaat het hout verkolen en zelfs gloeien. Dit gloeien is meteen het begin van vuur (je gebruikt geen tondel). Er zijn twee manieren: een handboor en een vuurboog. De methoden vuurzaag en vuurploeg zullen in dit artikel niet worden behandeld. Het is aan te raden eerst de vuurboog jezelf eigen te maken. Voor het gebruik van de handboor is meer techniek en eelt nodig!
Bij het gebruik van wrijving moet de ene houtsoort zachter en droger zijn dan de andere. Het zachtere en drogere hout gaat gloeien en dan moet het tot een vlam worden aangeblazen. Je legt het gloeiende materiaal onder de houtstapel van kleine houtjes en blaast. Je kunt het vuur uitbouwen door steeds grotere stukken erop te leggen en te blazen.

Handboor oftewel vuurboor oftewel vuurtol

Met een handboor (een tak en een plank) kan vuur worden gemaakt. Deze manier van vuur maken is moeilijk en vereist een zekere techniek. De tak kan het beste gemaakt zijn van wilg, vlier, roos, teunisbloem, toorts (Verbascum, o.a. koningskaars: Verbascum thaptus) en de plank van berk, wilg of linde. De tak of handboor moet ongeveer 60 centimeter lang zijn en een 1 centimeter in doorsnede. Het materiaal moet goed gedroogd zijn. Maak de onderkant bolrond en aan de bovenkant een inkeping van een halve centimeter. Hang een touwtje door de inkeping met aan het uiteinde twee ogen voor de duimen. Het touw moet ongeveer de helft van de handboor beslaan. Het touw creëert extra druk op het boorplankje. Bij voldoende techniek kan je het touwtje weglaten. De plank moet al voorzien zijn van een goed gat op een halve centimeter van de rand en een inkeping waar het poeder van verkoold hout heen gaat.
Om nu vuur te kunnen maken, moet je je voet op het plankje zetten en op de knie van je andere voet knielen. Leg onder de inkeping een leren lapje of berkenbast met of zonder tondel (met tondel gaat het sneller). Zet de stok in het gat, doe het touwtje in de inkeping, doe de duimen in de lussen aan het uiteinde van de touwtjes en hou de stok tussen de handpalmen. Start met het wrijven van je handpalmen tegen elkaar alsof je het koud hebt. Eerst langzaam dan sneller. Als het goed gaat, zie je al snel rook en er ontstaat zwart houtskoolpoeder. Als de rook uit het poeder verdwenen is heb je een kooltje: het begin van vuur. Pak het kooltje in met riet, hooi of ander gemakkelijk brandbaar materiaal en blaas langzaam en rustig. Doe dit staand op neushoogte en op goede afstand tot je gezicht. Binnen de kortste keren vat het geheel vlam.

Voor de veiligheid leg ik het tondel op leer of een stukje berkenbast. Zo kan ik het tondel gemakkelijk oppakken en inpakken in brandbaar materiaal.

Vuurboog

De vuurboog is een stap vooruit, omdat hogere snelheden kunnen worden bereikt. De vuurboog bestaat uit boor of spil van 1,5-3 cm doorsnede met een lengte van 15-30 cm, boog met koord (leer of huid), een plankje met gat of inkeping met dikte van 1,5 -2,5 cm en een lengte van minimaal 20 cm en handvat of dop waar de boor in draait. Veel houtsoorten kunnen worden gebruikt, maar harde houtsoorten en houtsoorten met veel hars zijn minder geschikt. De boor moet aan de onderkant bol zijn en aan de bovenkant spits, zodat de wrijving aan de onderkant het grootst is. De dop kan worden gemaakt van bot of een hardere houtsoort. Vet kan gebruikt worden om de boor goed te laten draaien in de dop.
Zet je voet op het plankje en doe de pees een keer om de boor. Zet de boor in het gat, leg tondel op berkenbast onder de inkeping van het plankje, kniel bij de boor, plaats je knie in de elleboog en druk met je gewicht op het handvat. “Zaag” langzaam met boog heen en weer. Ga steeds sneller “zagen” en voer meer druk uit met de dop. Als het goed gaat, zie je al snel rook en er ontstaat zwart houtskoolpoeder. Als de rook uit het poeder verdwenen is heb je een kooltje: het begin van vuur. Pak het kooltje in met riet, hooi of ander gemakkelijk brandbaar materiaal en blaas langzaam en rustig. Doe dit staand op neushoogte en op goede afstand tot je gezicht. Binnen de kortste keren vat het geheel vlam.

Voor de veiligheid leg ik het tondel op leer of een stukje berkenbast. Zo kan ik het tondel gemakkelijk oppakken en inpakken in brandbaar materiaal.

In onderstaande filmpje is te zien hoe vuur gemaakt wordt met behulp van een vuurboog:

Houtsoort vuurboog

Voor de soorten hout zijn er veel mogelijkheden, op deze website is een overzicht te vinden met de resultaten van diverse houtsoorten: https://nl.scoutwiki.org/Vuurboog. Op diverse websites komen de volgende houtsoorten aan bod: klimop, kastanje, iep of olm, populier, linde, berk, goudenregen, hazelaar, liguster, roos, wilg, eik, els, es en walnoot. In veel bronnen wordt het advies gegeven de plank en de boor van hetzelfde materiaal te maken. Uiteraard kan de vuurboog worden gemaakt door de materialen te verzamelen in het bos, maar goede resultaten worden vooral behaald met droog materiaal.

Experimenten tot nu toe

Bij de experimenten tot nu toe geeft Yvonne Ording de volgende tips:
– spil niet zo rond mogelijk maken, maar juist vlakke kanten aanhouden om slippen te voorkomen;
– beetje vet in het gat van de dop smeren. Het vraagt dan een stuk minder energie om te draaien. Ik heb schapenvet gebruikt, maar met boter gaat het ook goed. Je moet dan wel uitkijken dat de ingevette punt niet een volgende keer in het gat van het plankje wordt gezet!
– spil moet niet te dik zijn. Het materiaal in het Hunebedcentrum is duidelijk afgestemd op mannen en niet op vrouwen. Op heel internet zie je vrijwel niet één vrouw vuur maken! Snap ik geloof ik wel met het voorhanden zijnde gereedschap. Mijn spindels zijn niet dikker dan ongeveer 1,7 cm. Ze hoeven helemaal niet zo dik (2,5 cm) te zijn.
– tondel in inkeping. Vrijwel niemand doet het, maar ik vind het heel makkelijk: tondel in/tegen de inkeping schuiven. Waarom moeizaam gloeiende as overbrengen als je prima tondel (verkoolde katoen) hebt die veel langer doorgloeit dan as?
– Mijn favoriete combinatie: spil van hazelaar (heeft mooie rechte takken) en plankje van linde, roos of klimop.

Met dank aan:
De filmpjes komen natuurlijk niet zomaar tot stand, daarom willen de we producent Sunshine Films bedanken. Maar ook de experts die uitleg geven: Yvonne Ording, Nikky Kruithof, Nadine Vukkink en Sebastiaan Pelsmaeker.
Ook willen wij de oermens bedanken die op de foto’s staat: Bertram Knoop.

Meer weten
Vuur maken blijft iets magisch. Met regelmaat bieden we workshops vuur maken aan in het Oertijdpark. Kijk op onze agenda op de website!
Wilt u een workshop vuur maken reserveren, neem contact op met de afdeling Reserveringen van het Hunebedcentrum.

Door: Sabine van Wijk, Yvonne Ording en Nadine Lemmers

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.