In de bronstijd spreken we over echte boeren. De boeren in de bronstijd verbouwen gewassen en houden vee. Jagen en verzamelen speelt nauwelijks nog een rol. Meer en meer mensen komen er in de loop van de bronstijd en er komen steeds meer nederzettingen. De nederzettingen worden ook steeds groter. Waar de boerderijen eerst ver uit elkaar lagen, vormen zich nu op veel plekken verzamelingen van boerderijen, een soort dorpjes of gehuchten.

In Drenthe zijn tientallen nederzettingen uit de bronstijd gevonden. Ze worden vooral gevonden op de zandruggen. De lagere delen van het landschap worden gebruikt voor het houden van vee en de hogere delen voor de verbouw van gewassen, denk aan graan. Om de erven heen zijn sporen te herkennen van erfscheidingen.

Voor een beeld van de nederzetting, kijk hier: https://www.geheugenvandrenthe.nl/bronstijd.

Reconstructie van een bronstijdboerderij in Oertijdpark

Hoe woonden de bronstijdboeren?

De huizen in de bronstijd bestonden uit woonstalhuizen oftewel in het huis is een woongedeelte voor mensen en een stalgedeelte voor het vee (in de winter staat het vee binnen). In het stalgedeelte zie je zogeheten stalboxen met schermen van gevlochten wilgentenen. In de vroege bronstijd zijn de huizen net als in de steentijd tweeschepig. Dat betekent dat het huis in het midden een rij grote staanders (palen) heeft die het dak hebben gedragen. In de steentijd was dit ook het geval. Bij deze boerderijen is het stalgedeelte groter dan het woongedeelte (een duidelijk verschil met de steentijd waar geen stal was). In het woongedeelte is vaak een vuurplaats te vinden.

Steentijdhuis: tweeschepig.

Vanaf de midden-bronstijd zien we drieschepige huizen, een duidelijke verandering. Bij een drieschepig huis is de ruimte in een boerderij door twee rijen palen in de lengte in drie delen oftewel schepen verdeeld. In plaats van een paal wordt het dak telkens gedragen door twee palen. Huizen worden lang. Huizen werden langdurig gebruikt, gerepareerd en uitgebreid. Zo ontstonden soms erg lange (65m!) huizen waar gedeelten van een boerderij zijn afgebroken, bijgebouwd, etc. Dat betekent echter niet dat zo´n huis op één moment ook 65 meter lang was, maar dat het continue bijbouwen voor zulke lange huizen zorgde. Voor archeologen zijn zulke vondsten van een huizen een echte puzzel en uitdaging!

Drieschepig huis uit de middenbronstijd: de rode lijn is de muur, met de pijlen worden ingangen aangegeven en de zwarte stippen zijn de gaten van palen die zijn gevonden.

Om de huizen heen zien we grensafscheidingen van geulen of palen, maar ook vinden we afvalkuilen, waterputten en bijgebouwen, waaronder spiekers. Spiekers zijn kleine hutjes op palen die dienen als opslag voor graan of ander voedsel. In zo’n schuurtje staat het eten droog en is het veilig voor ongedierte. Wegen en paden verbonden de nederzettingen net als in de nieuwe steentijd. Ook zijn in Drenthe sporen gevonden van het gebruik van karren bij het vervoer. Op een aantal plaatsen zijn delen gevonden van houten wielen die vervaardigd waren van een drietal planken, bijeengehouden door houten pinnen.

Graanspieker van het bronstijderf.

Welke dieren en gewassen waren er?

De bronstijdboeren hadden gemiddeld 20 runderen. De veestapel moest op peil blijven dus stel je voor dat vijf kalfjes werden geboren dan konden er maximaal vijf worden geslacht. Vlees was het belangrijkste product, maar de ploeg en wagens werden ook door de ossen getrokken. De koeien waren een stuk kleiner dan nu. Ook geiten en schapen werden gehouden en uiteraard was de hond ook op het erf te vinden. De runderen zijn veel kleiner dan nu. De schapen leveren nu wol voor kleding.

Foto Plazilla.com

Wat verbouwen de mensen in de Bronstijd? Hoe maakten de bronstijdboeren hun akkers klaar voor de gewassen?

Akkers waren lang in gebruik, maar sommige akkers lagen braak. Op de akkers waren de volgende gewassen (groente of graan) te vinden: emmertarwe, pluimgierst, erwt en lijnzaad (vlas). De ploeg (eergetouw, dat de bodem scheurt, maar niet keert) en wagens worden door ossen getrokken.

 

Emmertarwe bij het in aar komen
Emmertarwe bij het in aar komen
Doperwtplanten kreuk Kelvedon Wonder
Doperwtplanten
Panicum miliaceum0.jpg
Gierst

Linum usitatissimum field, Vlasveld
Vlasveld
Door Ingrid Slomp & Nadine Lemmers

Vorig artikelArmenwerkhuis Borger en keien
Volgend artikel1 miljoen bezoekers in het Hunebedcentrum

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.