Van de ruim 50 soorten zijn er slechts twee inheems in Nederland, namelijk de gele plomp (Nuphar lutea) en de witte waterlelie (Nymphaea alba). Beide soorten komen algemeen voor als waterplant, kenmerkend voor deze soorten zijn de drijvende bladeren en de prachtige bloemen.
Waterlelies: bron van voedsel
Waterlelies hebben verschillende eetbare onderdelen. De ongeopende bloem en jonge bladeren kunnen worden gekookt en gegeten worden als een groente. De zaden zijn rijk aan zetmeel, eiwit en olie. De zaden kunnen rauw of gekookt worden gegeten, maar kunnen ook gedroogd tot meel worden gemalen. Het meel kan worden gebruikt voor het maken van brood of soep. Van de waterlelie is bekend dat de Neanderthalers deze al aten (HENRY 2010).
Witte waterlelie
De waterlelie groeit in zwak stromend of stilstaand water met een maximale diepte van 150 cm. De plant lijkt redelijk goed tegen vervuiling te kunnen. De bladeren drijven op het oppervlak. De waterlelie heeft prachtige witte bloemen en bloeit van juni tot augustus. De wortels houden de waterlelie op haar plek.
De plant heeft actieve alkaloïden, is een kalmerend middel en is een afrodisiacum of non-afrodisiacum afhankelijk van de literatuur. De wortels en stengels worden ook gebruikt, maar de bloem, bloemdelen en bloemblaadjes zijn het meest krachtig. Monniken en nonnen gebruikten de wortel gemengd met wijn als non-afrodisiacum.
Eetbare delen zijn bloemen, zaden, stengels en geschilde wortelstokken. Deze kunnen rauw gegeten worden.
De gele plomp groeit in matig stromend tot stilstaand tamelijk voedselrijk water. De prachtige gele bloem drijft niet op het water zoals de bladeren, maar steekt er bovenuit. De gele plomp werd als veevoer gebruikt en bij mensen als middel tegen kaalheid en hondsdolheid. De wortel moet worden gekookt vanwege de giftige stof nupharine, maar kan daarna gegeten worden. De gele plomp is de nationale plant van Friesland, de vlag beeldt het blad in het rood uit.

BRONNEN
HENRY, A.G., ET.AL., 2010. Microfossils in calculus demonstrate consumption of plants and cooked foods in Neanderthal diets (Shanidar III, Iraq; Spy I and II, Belgium). PNAS, vol. 108, no. 2, pp. 486–491.
Tekst Nadine Lemmers












