In het Hunebedcentrum staat een familie hunebedbouwers. Deze personen zijn nagemaakt, maar de familie kan er heel goed zo hebben uitgezien.

Uiterlijk
De hunebedbouwers zagen er niet veel anders uit dan wij, maar waren wel kleiner: tussen de 155-165 centimeter. De mensen zullen een lichte huid hebben gehad met blond of bruin haar en blauwe ogen.

Opsmuk en sieraden
De beelden hebben nauwelijks sieraden. Sieraden in de vorm van barnsteen en git zijn gevonden als grafbijgiften. De voornaamste vindplaatsen vindt men in het Oostzeegebied, maar ook op de Waddeneilanden spoelt het aan. Barnsteen is door het Trechterbekervolk vooral verwerkt tot kralen. Deze zijn ook in de hunebedden gevonden.
De mensen versierden zich met sieraden. In hunebedden zijn kralen gevonden van barnsteen, git, agaat en zelfs koper. De koperen spiralen komen uit het hunebed D28 in Buinen en zijn ruim vier centimeter lang.

In Zweden zijn er kralen bekend van tanden van beren en wolven.

Ook is er een kraal gevonden gemaakt van een trilobiet, een fossiel dier. De vindplaats is hunebed D43 oftewel het langgraf Emmen. Een afbeelding van deze prachtige kraal is te vinden op: link.
Mode
Van de kleding van de hunebedbouwers is weinig archeologisch te vinden, maar gelukkig zijn er van andere culturen en in andere landen wel vondsten gedaan. De lineairbandkeramiekboeren kenden linnen.
Ook over de kleding die de leden van het Trechterbekervolk droegen is weinig bekend. Voor vlas zijn er duidelijke aanwijzingen. Verkoold lijnzaad werd gevonden op de zandgronden bij het Trechterbekervolk. Lijnzaad duidt op de verbouwing van vlas,echter vlas kan ook gebruikt worden voor de bereiding van olie uit de zaden. Vlas moet een aantal bewerkingen ondergaan voordat het linnen is.
De hunebedbouwers droegen kleding van leer, bont en plantaardige vezels (boombastvezels, linnen, brandnetel, etc.). De schoenen waren waarschijnlijk gemaakt van leer, bont of plantenvezels (grassen, vezels van de boombast, etc.). Over wol beschikten ze nog niet. Er werd veel leer en bont gedragen, denk aan een rok, hes of mantel van bont. Ze droegen waarschijnlijk kleding van deze materialen, namelijk beenkappen en tuniek voor mannen en rok en tuniek voor vrouwen. Of er verschil is tussen mannen en vrouwen kleding is niet bekend, maar het lijkt voor de hand te liggen. Of er een verschil is in de rollen van mannen en vrouwen is ook niet zeker, maar waarschijnlijk wel. Uit etnografie is bekend dat vrouwen veel bij huis zijn, maar ook verzamelen. Op het erf houden ze zich bezig met de akkers en moestuinen. Mannen waren druk met het vee en jagen. Bij vrouwen is slijtage te zien bij knieen en grote teen wat duidt op zittend werk, denk aan graan malen.












