Aan het rand van het bos wonen drie kinderen: Nani, Toeti, en Mamam. Ze zijn van plan om schors te gaan zoeken in het bos. Maar ze waren nog maar net op pad, toen ze de wijze man van het dorp tegenkwamen. Hij was al heel oud en hij kon met hun voorouders praten. Ook kon hij praten met de vogels, die hem de geheimen van het bos vertelden.

“Waar gaan jullie naar toe?” vroeg de oude man. Ze vertelde hem dat ze schors wilden gaan zoeken in het bos. “Ga niet naar het oude bos”, zei de man, “de vogels hebben mij verteld dat daar gevaar is. Ga naar het bos achter de grafheuvels, daar is het veilig”.

De kinderen bedankten hem voor de goede raad en vertrokken richting de grafheuvels. Maar Toeti heeft geen zin om zover te lopen voor de schors en stelt voor om voorin het oude bos te zoeken. De andere kinderen stemmen in en gaan op pad naar het oude bos. Al gauw hebben ze het bos bereikt en beginnen ze schors te verzamelen.

Maar, Nani, het oudste kind, begon na enige tijd onrustig om haar heen te kijken. Het was net of het bos dreigender en spookachtiger begon te lijken. Op zeker moment greep ze de twee kinderen haastig bij de hand en zette het op een lopen. Ze wilde terug naar hun dorp, maar raakten de weg kwijt en kwamen steeds dieper in het bos.

Nani keek naar de lucht om aan de zon te zien welke kant ze op moesten, maar de schemering daalde op het bos neer. Ze waren verdwaald. Mamam en Toeti begonnen te huilen. Nani probeerde ze te troosten en ze liepen op goed geluk verder. Opeens hoorden ze een gesnuif achter zich. Een gigantisch everzwijn stond achter ze. Er kwam stoom uit zijn neusgaten en zijn ogen waren net gloeiend hout, vuurrood. Nana nam Mamam op haar arm en Toeti bij haar hand en ze renden zo hard als ze konden door het bos. De grote ever kwam achter ze aan. Nani struikelde over een boomwortel en viel samen met Mamam en Toeti op de grond. De grote ever stond klaar om ze aan te vallen. De drie kinderen gilden het uit.

Opeens hoorden ze een gekrijs uit de hemel komen. Een grote vogel schoot naar beneden en pikte de ever op zijn kop. De ever ging achter de vogel aan. Achter een dikke boom kwam de wijze man tevoorschijn. De kinderen renden huilend in zijn armen. Ze snel als ze konden, renden ze samen het bos uit en naar het dorp terug. De kinderen werden door hun bezorgde ouders omhelsd en gekust.

De andere dag gingen de kinderen met lekker vers gebakken brood en gerookte zalm naar de wijze man, om hem te bedanken. Hij vertelde dat de vogels hem gewaarschuwd hadden, dat ze in het oude bos waren en de grote ever in de buurt was. Hij had de voorvaderen om hulp gevraagd. Zij hebben de vogel gestuurd en hem de weg gewezen naar de kinderen toe. Die middag gingen de kinderen bloemen plukken en brachten die naar het tempeltje samen met hun ouders, om hun voorvaderen te bedanken.

Tekst: Stieneke Lankhorst

Reconstructie van een bronstijdboerderij in Oertijdpark
Vorig artikelToch wel stoere mannen
Volgend artikelPrehistorisch paradijs Menorca Deel 2

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.