Ik ben Orf, ik ben 18 jaar en hier slaap ik in. Ik ben rendierjager. Wij wonen daar, waar de rendieren zijn. Die blijven nooit lang op dezelfde plek. Ik sla met deze klopsteen stukjes vuursteen van deze vuursteenknol af. Bij de jacht hebben wij vuurstenen wapens en gereedschappen nodig. Die moet je zelf kunnen maken, anders overleef je hier niet in de toendra. Een toendra is een uitgestrekt kaal, koud gebied. Er zijn geen bomen, maar er groeien wel mossen, dwergstruiken, kruiden en gras. Dat kleine beetje wat hier groeit, ligt meestal onder sneeuw en ijs. Normaal leven wij in kleine jagersgroepen, maar in het voor- en najaar komen alle kleine groepjes een paar weken bij elkaar.

Ik verheug me erg op dit samenzijn van al deze groepen jagers voordat de najaarstrek begint. Het wordt hier binnenkort winter. Als de sneeuw blijft liggen kunnen de rendieren geen eten eten vinden. Daarom trekken ze die kant op. Daar waar de zon overdag staat. Daar zijn de winters minder koud. Daar vinden ze genoeg te eten. Wij leven van de rendieren. Wij trekken met ze mee.

Tijdens de ijstijden werd er voornamelijk gejaagd op rendieren. Foto: Wikimedia commons.

Op een dag eet ik veel rendiervlees. In de zomer ook vogels, kleine dieren, bessen en wortels. Maar weet je wat lekker is? Voorgekauwde toendraplanten uit de maag van een rendier. Als wij zo zelfgeplukte toendraplanten eten, worden we ziek. Maar als die plantjes gekauwd zijn door het rendier en in zijn maag zitten, zijn het heerlijk.

Een rendier vang je op verschillende manieren. Opjagen naar een val met een valkuil. Schieten met pijl en boog lukt soms, maar is erg moeilijk. Het liefst gebruik ik een speer metharpoen. Deze heb ik gisteren ook gebruikt bij de jonge hinde die ik heb gedood. Ik besloop een groep rendieren. Toen de wachtster mij zag of hoorde of rook kon ik nog net mijn harpoen werpen. Ik had een jonge hinde te pakken. Toen ze struikelde over de schacht was ik dicht genoeg bij om haar de laatste stoot met mijn speer te geven. We hebben haar zojuist geofferd.

Overal zijn geesten om ons heen. De geesten van de jacht moeten tevreden zijn met ons. Elke jagersgroep geeft daarom zijn eerste jachtbuit aan de geesten. Mijn hinde was de eerste van het seizoen, dus die was aan de beurt. Wij hebben niets van haar gebruikt, met stenen verzwaard en vervolgens naar de bodem van ons offermeer laten zinken. Jammer, anders had ik de huid mogen houden en dan kan ik best gebruiken. Maar het is ook een enorme eer dat dat mijn hinde was. Iedereen kan aan deze kleuren op mijn gezicht en armen zien dat ik haar heb gedood.

Naar: ‘De Rendierjager’ uit Van rendierjager tot roofridder, T. Vos-Dahmen von Buchholz, 1983.

Tekst: Bert Knol

Vorig artikelHunebed G2 in Delfzijl, English
Volgend artikelSpinazie, ijzersterke groente, maar hoe lang al?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.