Tijdens opnamen voor het programma ROEG van RTV-Drenthe in het Hunebedcentrum in Borger werd een bijzondere zwerfsteen ontdekt. De kei bestond uit twee aparte stukken die samen met een aantal andere grote zwerfstenen langs een wandelpad in het Oertijdpark lagen.

 

De keien liggen al vanaf het voorjaar in het Oertijdpark. eerst op een grote hoop, waar ze lagen schoon te regenen, later werden ze verspreid langs wandelpaden in het park. Tijd genoeg dus om eventuele bijzondere zwerfstenen te ontdekken, zou je denken. Die werden inderdaad gevonden, maar deze Sorselegraniet hield zich door zijn onopvallend uiterlijk al die tijd op de achtergrond. Hier komt nog bij dat de ruim 60 cm grote zwerfsteen in twee helften gebroken was. Beide steenblokken lagen op enige afstand los van elkaar in het gras langs het wandelpad.

Grote zwerfstenen op een hoop in het Oertijdpark bij het Hunebedcentrum in Borger. Deze keien kwamen bij de wegreconstructie in de N34 bij de afslag Exloo, zuidelijk van Ees, te voorschijn. Ze werden door de aannemer als ijstijdgeologisch erfgoed aan het Hunebedcentrum geschonken.
Sorselegraniet. Deze zwerfkei lag al maanden langs het wandelpad, maar werd pas onlangs als zodanig herkend. De grote zwerfsteen bleek in twee helften te zijn gebroken. Beide lagen niet ver van elkaar.
Sorselegraniet. De andere helft liet wat duidelijker de kenmerken van dit gidsgesteente zien, maar het hield allemaal niet over. Geen wonder dat de meeste zwerfsteenliefhebbers er (nog) geen oog voor hebben.

De twee blokken Sorselegraniet staan niet op zichzelf. Bij de reconstructie van de afslag naar Exloo langs de N34 kwamen een flink aantal grote zwerfstenen te voorschijn. De keien werden apart gehouden en door de aannemer aan het Hunebedcentrum geschonken. Voor de hand zou liggen dat de keien een plaats zouden krijgen in de keientuin. Die is echter ‘vol’. De stenen verhuisden daarom naar het Oertijdpark op de plaats waar de opgraving van het Hunebed D26 uit Drouwen is gereconstrueerd.

Verrassend was dat onder de ca. 35 grote zwerfblokken maar liefst 5 granieten aangetroffen werden die, samen met de ontdekte Sorselegraniet, alle afkomstig zijn uit het uiterste noorden van Zweden. Een van deze keien is zelfs een kleine kubieke meter groot!

Sinds de ontdekking en beschrijving van Sorselegraniet, een paar jaar geleden, is er heel wat gebeurd. De publicatie destijds in het tijdschrift Grondboor en Hamer heeft er toe geleid dat van dit nieuwe gidsgesteente in het Hondsruggebied inmiddels een kleine twintigtal zwerfstenen zijn gevonden. Alle zwerfstenen zijn gevonden globaal tussen de plaatsen Borger en Valthe. Helemaal vreemd is dit niet omdat in dit gebied op een aantal plaatsen toevallig grote hoeveelheden zwerfkeien beschikbaar waren. De kans dat daartussen een zwerfsteen van deze zeldzame granietsoort gevonden zou kunnen worden, was niet denkbeeldig. Toch was het overwegende gevoel bij zwerfsteenliefhebbers dat het herkomstgebied te ver noordelijk in Zweden lag om daarvandaan zwerfstenen te verwachten. De vondst van talloze zwerfstenen, ook van nauw verwante graniettypen uit die regio, heeft deze mening doen kantelen. Noordzweedse zwerfstenen zijn op de Hondsrug bepaald niet zeldzaam.

Sorselegraniet – Zwerfsteen van het Hoge Veld bij Norg. Sorselegraniet is na het bekend worden in het Hondsruggebied op meerdere plaatsen gevonden, de meeste tussen Borger en Valthe. Verweerde zwerfstenen hebben veelal een onooglijk uiterlijk en zijn daardoor niet makkelijk herkenbaar.
Sorselegraniet – Zwerfsteen van Valthe. Op het breukvlak en nog beter als de steen gezaagd en gepolijst is, vallen de kenmerken van dit gidsgesteente uit Zweeds Lapland in het oog. De kleur van het gesteente is variabel.

Sorselegraniet

Zwerfstenen van Sorselegraniet zijn verre van mooi. De verweerde nietszeggende buitenkant van de zwerfstenen maakt dat liefhebbers zo’n steen misschien wel eens een keer hebben opgeraapt, maar deze zeker niet herkend zullen hebben. Er zijn wel mooiere stenen te vinden. Alleen van wijlen G.Loman in Schoonoord is bekend dat hij in zijn verzameling een groot stuk Sorselegraniet had, afgeslagen van een nog grotere zwerfkei. Duidelijk is dat hij de steen bijzonder vond, anders had hij het grote fragment niet in zijn verzameling opgenomen, maar hij herkende de steen niet als Sorselegraniet.

Sorselegraniet – Zwerfsteen van Ees-Exloo. Aan het tweede helft van deze Sorselegraniet valt het porfierische karakter duidelijk af te lezen. De lichtkleurige veldspaateerstelingen zijn deels van kaliveldspaat, deels van plagioklaas. De plagioklazen zijn lichter getint en vaak ook iets groenachtig door omzetting. De eerstelingen zijn dikwijls omgeven door een lichter gekleurde zoom.

Sorselegranieten zijn dus geen ‘filmsterren’ onder de zwerfstenen. Hier komt nog bij dat deze graniet bijzonder variabel is. De kleur van het gesteente wisselt van grijswit tot donker roodbruin. In een enkel geval is de kleur op het breukvlak zelfs donker grijszwart. De meeste Sorselegranieten zijn roodachtig bruin van kleur met verspreid in het gesteente talrijke eerstelingen van kaliveldspaat. Sommige van de eerstelingen zijn enigszins spoel- of ruitvormig, vaak voorzien van een witte zoom van kaliveldspaat, met een kern die meer roserood is. De grootte van deze eerstelingen ligt rond een centimeter of is iets kleiner. Slechts in enkele gevallen komen tot 2 cm grote afgerond hoekige kaliveldspaten voor. Verder komen in deze graniet verspreid grotere en kleine zwarte aggregaten voor van donkere mineralen. Op het breukvlak verlenen deze het gesteente een enigszins gevlekt uiterlijk.

Van de steen is een klein stuk afgeslagen. Hierdoor valt het enigszins metamorfe karakter op. Duidelijke korrelbegrenzingen van de mineralen ontbreken. Het diffuse zwartgevlekte uiterlijk wordt veroorzaakt door aggregaten van biotiet en mogelijk ook hoornblende.
Sorselegraniet – Zwerfsteen van Ees-Exloo. Detail van het verweerde en in de laatste ijstijd enigszins gezandstraalde oppervlak.
De eerstelingen van veldspaat zijn in Sorselegraniet dijkwijls onregelmatig spoel- of ruitvormig. In het midden op de foto zijn twee bleekgekleurde veldspaateerstelingen met die vorm zichtbaar.

Plagioklaas, de andere veldspaatsoort, komt in Sorselegraniet ook veel voor. De kristallen zijn kleiner dan die van kaliveldspaat. Ze kleuren overwegend witachtig tot groen. Dit laatste is het gevolg van omzetting waarbij epidoot gevormd is. Aan de buitenzijde zijn de plagioklaaseerstelingen vaak lichter van tint dan meer naar binnen. De meest groene plagioklazen bevatten vaak kleine donkere insluitsels van omgezette hoornblende? De vorm van de plagioklazen is doorgaans (afgerond) rechthoekig of meer vierkant. Soms vormen ze kleine aggregaten.

Kwarts is zo op het oog spaarzaam aanwezig. Verspreid komen van dit mineraal rondachtige of graankorrelvormige, tot ca. 0,5 cm grote grijsblauwe eerstelingen voor. Opvallend is dat deze kwartsen onder de loep vrijwel altijd kleine witte stipjes tonen van ingesloten veldspaat. Deze rondachtige kwartsen zijn kwartsen van de eerste generatie. Kwarts van de tweede generatie is alleen in de grondmassa aanwezig als millimeter grote en kleinere meest hoekige kwartskristalletjes. Deze kwartsjes zijn helder tot licht rookkleurig grijs. Vaak vormen ze kleine groepjes te midden van de overige mineralen.

Opvallend is de veel plagioklazen enigszins groenachtig van kleur zijn met een lichter gekleurde randzoom. De groene kleur is te danken aan fijnverdeelde epidoot die bij de omzetting van plagioklaas is ontstaan.

Naast een meerderheid van niet gedeformeerde granieten komen verspreid in het herkomstgebied van Sorselegraniet ook typen voor die door tektonische oorzaken gedeformeerd zijn. Op het breukvlak doen deze granieten ietwat gneisachtig aan, waardoor de zwerfstenen nog verder aan duidelijkheid inboeten. De korrelbegrenzingen van de afzonderlijke mineralen zijn minder duidelijk, terwijl zwarte biotiet korte onduidelijk begrensde vegen en vlekken vormt. Dit laatste zal reden zijn dat de Sorselegraniet waar hier sprake van is zo laat werd opgemerkt. Van de zijkant gezien komt het gneisgranietische karakter van het gesteente vrij duidelijk uit.

Op de Hondsrug zijn naast Sorselegraniet nog een aantal granietsoorten uit Zweeds Lapland gevonden. Omdat deze granieten veel overgangen vertonen, zullen deze hoogstwaarschijnlijk geen afzonderlijke gidsgesteenten opleveren. De meeste zwerfsteenvondsten worden samengevat onder de verzamelnaam ‘Norrlandgraniet’. Zijn de kenmerken duidelijker dan onderscheiden we granietsoorten als Edeforsgraniet, Adakgraniet, Linagraniet e.a.

Zwerfblokken van Norrlandgraniet. In de grote hoop keien van de N34 bleken een vijftal Norrlandgranieten te zitten met daarbij de pas ontdekte Sorselegraniet, in feite ook een Norrlandgraniet. Norrlandgraniet is de verzamelnaam voor een aantal graniettypen uit Zweeds Lapland, die door talrijke overgangen met elkaar verbonden zijn.
Norrlandgraniet – Zwerfsteen van Emmen. Van porfierische Linagraniet, een goed herkenbare variant van Norrlandgraniet, komen in het Hondsrug veel grote zwerfblokken voor, meer nog dan kleinere zwerfstenen. Dit laatste zal ongetwijfeld te maken hebben met de niet zo makkelijke herkenbaarheid, waardoor kleinere zwerfstenen van dit graniettype niet opvallen.

Van Linagraniet, dat in Zweeds Lapland een voorkomen vormt ter grootte van een kleine 30.000 vierkante kilometer, is te verwachten dat hiervan talloze varianten zullen voorkomen, wellicht ook als zwerfsteen. Eén type, een karakteristieke zalmrose gekleurde porfierische graniet, komt op de Hondsrug zelfs vrij algemeen voor. In korte tijd zijn van dit type Linagraniet tientallen, in enkele gevallen zeer grote zwerfblokken gevonden.

Porfierische linagraniet (Norrlandgraniet) – Zwerfsteen van het Hoge Veld, Norg. Deze porfiergraniet bevat opvallend veel rondachtige, blauwgrijze kwartseerstelingen. In deze enigszins troebele kwartsen komen kleine witte stipjes voor van veldspaat. De kaliveldspaten zijn tot 1,5 cm groot, hoogrose van kleur en soms omgeven door een smalle zoom van plagioklaas. De plagioklazen zijn witachtig, vaak met een groenzweem door epidoot als gevolg van omzetting.
Detail van de vorige zwerfsteen. Op de foto valt op dat de hoogrose kaliveldspaten afgerond hoekig van vorm zijn en veelal zijn omgeven door een smalle witachtige zoom van plagioklaas.

Duidelijk is dat in de Saale-ijstijd uit dit veraf gelegen gebied in Noord-Zweden talloze zwerfstenen deze kant op zijn gekomen. De grootste kans op het vinden van Norrlandgranieten en dus ook Sorselegraniet hebben we in het Hondsruggebied. Het gezelschap zwerfstenen daar is oostbaltisch van karakter. Hondsrugkeien zijn vooral afkomstig uit de noordoostelijke Oostzee, Zuidwest-Finland en Noord-Zweden, in tegenstelling tot grote gebieden in West-Drenthe en verder westelijk in Friesland, waar vooral zwerfsteensoorten gevonden worden uit Midden en Zuid-Zweden.

Het huidige reliëf in Noord-Zweden met zijn talloze riviertjes is naar de Botnische Golf gericht. Dit zal in de Saale-ijstijd niet anders zijn geweest. De Botnische Golf fungeerde in die tijd, samen met de Oostzee, als een enorme glijbaan, waarlangs enorme hoeveelheden gletsjerijs samen met een hoop gesteentepuin uit Noord-Zweden en aanpalende gebieden naar het zuiden en zuidwesten zijn gevloeid.

Het Hunebedcentrum bezit momenteel drie grote zwerfstenen van Sorselegraniet, waaronder twee van zwerfblokgrootte. Dit zijn de grootste die tot dusver in het voormalige vergletsjeringsgebied in Noordwest-Europa zijn gevonden.

 

 

Tekst Harry Huisman

Vorig artikelHunebedranger aan het woord: Wat is een mammoet? Welke mammoeten hebben in Drenthe gelopen?
Volgend artikelOntmoeting bij D45 in Emmen
Harry Huisman is conservator geologie in het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.