Nader onderzoek van het hunebed

In de categorie ‘mijn hunebed’ nodigen we mensen uit te schrijven over hun persoonlijke ervaringen met hunebedden. Hier een verhaal van Pierre van Eijl.

Na wat omzwervingen in Noord-West Sjælland in Denemarken lukte het uiteindelijk, na het intypen van een ander adres in onze navigatieapparatuur, het Troldstuerne hunebed te vinden. In het Deens wordt een hunebed ‘jættestue’ genoemd, uit te spreken als ‘jèttestoe-e’.

Deense naam voor een hunebed in meervoud, omdat dit een dubbelhunebed is

De auto konden we vlakbij parkeren en het hunebed was vervolgens met een trapje te bereiken. Het was niet een kale hunebed van enkele stenen maar een behoorlijk grote, ronde dekheuvel met een ingang aan de zijkant.

Dekheuvel met ingang aan de zijkant

Eindelijk! Hier was, volgens hunebed kenner Hendrik Gommers ( zie Hendrik Gommer (2017). Mythische stenen. Deel 5: Funen en Seeland. Uitgave Mythical Stones), één van de beroemdste hunebedden van Denemarken waarvan de binnenruimte zo ruim en hoog is dat er voor een klein publiek soms muziekuitvoeringen worden gegeven (foto’s op het internet te vinden!). Het was zelfs een dubbelhunebed: twee hunebedden die elkaars spiegelbeeld zijn in één dekheuvel. 5200 jaar geleden is het gebouwd, dus 3200 jaar voor Christus! De huidige naam betekent eigenlijk ‘trollenkamers’ (trold = trol; stuerne = woonkamers), een plaats waar volgens oude volksverhalen vreemde natuurwezens woonden.

Speelgoed trolletjes

De trollen kwamen weer opnieuw tot leven toen de Deense visser/houtsnijder Thomas Dam in 1959 trollenpoppetjes voor zijn kinderen maakte. Andere kinderen in het dorp zagen die poppetjes en wilden er ook een. Van het een, kwam het ander, en het werd in de jaren zestig een rage in Europa en Amerika.

Energetisch dode of actieve hunebed?

Een zorg voor mij waren de restauraties die in 1909 en 1987 waren uitgevoerd: hadden ze daarbij de stenen die voor de metafysische energie essentieel zijn, verplaatst zodat het een ‘energie dode’ hunebed was geworden of was het hunebed energetisch nog intact? Gelukkig kon ik bij de stenen van de ingang de energie al voelen, zowel met mijn handen als door een drukgevoel bij mijn maag (op de plek van het derde chakra, een energiecentrum in het energielichaam).

Energie voelen bij de ingang van het hunebed

Naar binnengaand, gebukt door de lage gang, kwam ik in de kamer van het hunebed terecht.

Ingang van het hunebed

Het licht was automatisch aangegaan, zodat ik zag hoe hoog het hunebed was en hoe bijzonder de bouw met twee en soms drie lagen van staande stenen.

Soms zijn drie lagen van dragende stenen in het hunebed

Daarop rustten indrukwekkende dekstenen over de volle breedte van het hunebed. De ruimtes tussen de stenen waren opgevuld met kleinere stenen, de stopstenen. Het was onduidelijk of bij de restauratie nog stopstenen waren toegevoegd of dat ze allemaal origineel waren. Op de website van het Hunebedcentrum Borger beschrijft Harrie Wolters dat archeologen ontdekt hebben dat deze hunebedden wind- en waterdicht gebouwd werden. In sommige hunebedden is zelfs een drainagesysteem van berkenbast gevonden. Volgens Gommers was de bodem oorspronkelijk bedekt met witte kalksteen met daar overheen witte verbrande vuursteen. Daardoor kwam er geen vocht uit de grond omhoog en was de kamer licht.

Net als bij andere hunebedden kon ik energiepunten voelen. Brede plekken in de middellijn van het hunebed die zo belangrijk waren voor het gebruik ervan. Vier energiepunten waren voelbaar en waren goed verdeeld over de middellijn.

Het meeste rechtse energiepunt bij bruin rechthoekje (gerekend met de rug naar de ingang)
Tweede energiepunt vanaf rechts bij bruin rechthoekje (gerekend met de rug naar de ingang)
Tweede energiepunt van links bij bruin rechthoekje (gerekend met de rug naar de ingang)
Meest linkse energiepunt bij bruin rechthoekje (gerekend met de rug naar de ingang)

Later zou ik ontdekken dat er in de toegangsweg nog drie energiepunten zaten. Het elektrische licht was jammer genoeg weer automatisch uitgegaan zodat ik daar verder moest met het licht van mijn zaklantaarn. Nu ik daar stond, was voor mijn gevoel het moment gekomen om me in te stellen op een aura-reading. Terwijl ik bij de achterwand van de kamer stond, begonnen de eerste beelden te komen.

Inwijding

Ik zie aan de beelden dat dit een zeer belangrijke gebeurtenis is: de inwijding van een aspirant-koning of hoe dat toen ook heette. Al dagen van te voren waren de priesters bezig geweest het hunebed in gereedheid te brengen voor deze grote gebeurtenis. Kleden werden op de grond gelegd, de toegang tot het hunebed werd bijgewerkt waardoor die er goed uitzag. De rituelen werden gerepeteerd, zodat iedereen wist wat hem te doen stond. Ze noemden dit bouwwerk overigens geen hunebed maar ‘Praviatoestri’: plek van geconcentreerde kracht waar de stem van de goden gehoord wordt.

Op de dag van de inwijding wordt de aspirant-koning van Sjælland en waarschijnlijk ook van Fyn (Funen) en misschien stukken van Zuid-West Zweden, opgewacht door de hogepriester en priesters van dit hunebed. Ik noem hem hogepriester omdat er door de bevolking met zeer veel ontzag naar hem gekeken werd. Hij en zijn medepriesters en priesteressen waren de ‘hofpriesters’ van de koning en vooraanstaande bestuurders van dit gebied. Ze hadden de supervisie over de hunebedpriesters in Noord-West Sjælland. Dit was niet onbelangrijk want er waren veel hunebedden in dit gebied die door de toenmalige priesters gebruikt werden.

Komen tot verbinding met het goddelijke

De inwijding is een belangrijke gebeurtenis voor zowel de aspirant-koning, de priesters als de bevolking aldaar. De gedachte is dat een nieuwe koning door de inwijding met het goddelijke verbonden wordt. Zijn daden als koning worden dan goddelijk geïnspireerd en dat geeft extra kracht aan zijn bestuur.

De aspirant-koning gaat met gemengde gevoelens naar deze inwijding. Van buiten etaleert hij kracht en zelfvertrouwen, maar van binnen is hij onzeker. Het gebied van de goden valt buiten zijn machtsbereik en de priesters zijn autonoom, dus je weet nooit van tevoren wat er gaat gebeuren. Maar als hij de inwijding zou ontlopen, zou hij als een bangerd gezien worden en aan de kant worden geschoven als koning.

intussen loopt de aspirant-koning met de opperpriesters naar een huis vlakbij het hunebed. Daar krijgt hij instructies van de opperpriesters en gewijde kruiden om hem in de juiste stemming en ontvankelijkheid te brengen voor de inwijding. In dit huis moet hij even wachten totdat hij geroepen wordt voor de inwijding. De aspirant-koning drinkt wat van de drank die de priesters hem aanbieden en langzamerhand begint hij zich wat vreemd te voelen, alsof de omgeving wiebelig wordt. Hij hoort de priesters zeggen dat zijn tijd gekomen is en ondersteund door twee begeleidende priesters loopt hij naar de ingang van het hunebed.

De gelofte van het vervullen van rechten en plichten

Bij de ingang aangekomen, bij het eerste energiepunt, verspert één priester in een lang gewaad hem de weg: “O, Knutar, bent u er zeker van dat u ingewijd wil worden in het koningschap en de rechten en plichten jegens de bevolking wil vervullen? Rechten en plichten die een groot beroep kunnen doen op uw kracht en een grote inzet vragen. En niet iedereen zal het altijd met u eens zijn. Zeg ons of u ingewijd wilt worden.”

Energiepunt (bruin rechthoekje) bij de ingang, punt van de eerste gelofte

De aspirant-koning schrikt even. Tja, bedenkt hij, tegenstanders en verborgen critici zijn altijd een probleem. Zolang er geen samenzwering komt van tegenstanders is dat nog wel te doen, anders moet er worden opgetreden. Hij realiseert zich het gewicht van zijn rechten en plichten en stemt in: “Ja, ik ben geroepen voor het koningschap en zal het dragen” zegt hij. Vaag voelt hij zich wat lichter worden van binnen.

Nader onderzoek van het hunebed

De gelofte van streven naar rechtvaardigheid

De priester loopt verder de gang in en de aspirant-koning volgt hem. Opnieuw wordt hem de weg versperd. Nu met een horizontale staf. Een priester houdt die vast en zegt: “O, Knutar, hij die de macht van een koning heeft, zal ook op rechtvaardigheid moeten letten, op een eerlijke verdeling van voorrechten en op een eerlijke behandeling van hen die beschuldigd worden want soms is niet de beschuldigde maar een ander de oorzaak van kwaad. Rechtvaardigheid is bestemd voor een ieder die onder uw bewind valt, ook degenen met weinig macht en rijkdom. O, Knutar, zult u rechtvaardigheid onder uw bewind bevorderen, ook als dat tegen uw belangen en die van uw medebestuurders ingaat?”

De aspirant-koning voelt zich bijna te kijk gezet. Hij had al wel eens mensen bevoorrecht en meer opgeëist aan goederen en diensten dan hem rechtens toekwam. Wisten deze priesters dat? Hij realiseert zich dat hij zijn bewind moet aanpassen en dat niet iedereen, vooral zijn machtige ondergeschikten, daarmee blij zal zijn. Hij voelt ook dat een bewind gericht op rechtvaardigheid eigenlijk het beste is, al moet hij daar dingen in zijn bewind tot nu toe veranderen en een paar beslissingen uit het verleden bijstellen. “Ik zal streven naar een koning die bekend staat om zijn rechtvaardigheid” zegt hij en weer voelt hij, maar nu duidelijker dan daarnet, zich van binnen wat lichter worden. “Kom verder!” zegt de priester, “u bent toegelaten.”

De gelofte van regeren uit liefde

De koning loopt gebukt nog wat verder door de gang. Hij is bijna in de kamer, als een priester met een schild hem tegenhoudt.

“Stop, o Knutar, een koning die zonder liefde regeert zal het leven in zijn land doen verzuren en zijn onderdanen bitter en onverschillig maken. Liefde voor het land is belangrijk, voor de mensen die er wonen, voor de natuur, het vee en de akkers die ieders welzijn bepalen. Liefde voor hen die zich voor dit land inzetten, maar ook liefde voor uw naasten. Want een koning die liefde uitstraalt zal de mensen inspireren en helpen hun leven te vervullen van dag tot dag. O, Knutar, zult u een koning zijn die liefde uitstraalt in zijn denken en daden of die koud, hebzuchtig en bitter zal regeren? Wat is uw antwoord?”
De aspirant-koning schrikt opnieuw, want zo’n lieverdje is hij niet. Een zekere zelfzucht is hem niet vreemd en als anderen zich ongelukkig voelen door zijn daden, vindt hij dat dat hun zaak is, waar hij niets mee te maken heeft. “Een koning die uit liefde regeert, is dat niet een erg zwakke koning?” vraagt hij zich af. Ineens herinnert hij zich dat zijn vader een keer zei dat hij blij met hem was en hem beloonde als hij zaken met andere mensen goed had aangepakt. Ook herinnert hij zich hoe blij andere mensen konden zijn als hij waardering voor hun inspanningen had getoond. En hoe prettig het contact met zijn vrouw en kinderen verliep als hij liet merken blij met ze te zijn en het gezellig te vinden als ze samen waren. “Waardering geven kan ik wel” bedenkt hij, hoewel hij dat tot nu toe maar mondjesmaat heeft gedaan. “Eigenlijk kan dat best wat meer, dat zou veel meer mensen een goed gevoel van gewaardeerd zijn geven.” “Ja, ik zal mijn best doen,” antwoordt hij de priester die vervolgens de doorgang vrijlaat met de woorden: “De weg naar uw inwijding is open: de weg van eerbiediging van rechten en plichten, streven naar rechtvaardigheid en het ten diepste handelen uit liefde.”

Rechtsboven één van de grote dekstenen

Ontvangst in het hunebed

De koning loopt gebukt door en kan in de kamer van het hunebed eindelijk weer rechtop staan. De opperpriester staat daar voor hem, vaag verlicht door flakkerende lichten rondom bij de muren: “Welkom, o Knutar bij deze inwijding” zegt de opperpriester, “niet wij priesters bepalen de inwijding van een koning maar de goden. Wij zijn slechts hun helpers. Alleen een koning die in contact met de goden ingewijd wordt voor zijn ambt, zal kunnen regeren vanuit goddelijke genade en inspiratie. Zojuist heeft u zich met de drievoudige gelofte toegang verschaft tot deze inwijding. Hier bent u in deze door de goden geheiligde ruimte voor de inwijding. Uw plek is hier!” en hij wees op de kleden en huiden op de grond. “Ga liggen o Knutar, met uw hoofd op deze plek van de goden (het derde energiepunt van links) en strek u uit. De priesters zullen u begeleiden.”

Lied voor de goden

De aanwezige priesters helpen hem om in op de goede plek in het hunebed te gaan liggen. Terwijl hij daar met zijn ogen gesloten ligt, hoort hij hoe de priesters een lied aanheffen. Een lied waarin de goden gesmeekt wordt hem genadig te zijn en hem op te nemen in hun rijk en de goddelijke zegen deelachtig te laten worden. Het lied telt een aantal coupletten waarin de lof gezongen wordt op vroegere koningen en hoe die veel betekend hebben voor het land en zijn bevolking. Allemaal koningen die in overeenstemming met het goddelijke geregeerd hebben. Knutar voelt het gewicht van het verleden, van al die koningen die beroemd zijn geworden om hun bijzondere daden, krachten en strijdvaardigheid, wijsheid en soms ook slimheid. Past hij eigenlijk wel in dit rijtje? Is hij eigenlijk wel groot genoeg daarvoor? Hij beseft dat hij misschien wel de goden nodig heeft om tot die hoogte op te klimmen. Hij voelt hoe de handen van de priesters op zijn scheenbenen rusten, op zijn armen en opzij bij zijn hoofd. Het voelt wonderlijk aan, er lijken gevoelens door hem heen te golven of is de energie van de goden?

Een zonovergoten landschap

Ineens merkt hij dat hij in een zonovergoten landschap is. Als hij daarin naar voren stapt, hoort hij de mensen juichen: “Lang leve Knutar de Eerste” Hij voelt zich blij worden van al die waardering. Hij voelt zich in zijn eer gestreeld: iedereen juicht mij toe en verafgoodt mij. Eindelijk ben ik koning en kan ik in de genoegens van het koningschap baden. Ik hoef me verder nergens meer druk om te maken, heerlijk!” En hij voelt zich ver verheven boven deze juichende mensen.

Maar dan verandert het beeld dramatisch. Hij loopt nu over een voetpad door een heidelandschap en is alleen en voelt zich in de steek gelaten. Al de mensen die hem toejuichen zijn verdwenen. “Hoe kan dat nou” vraagt hij zich af, “daarnet juichten ze me nog toe en nu zijn ze weg. Voelden deze mensen echt wat voor mij of was het slechts schijn?”

Elektrisch licht tussen de dekstenen van het hunebed

Onweer

Hij loopt daar alleen en voelt zich verstoten, alsof niemand hem meer wil. “Wat moet ik doen?” gaat het door hem heen, ”Ik heb gefaald, niemand wil me meer!” Regen komt op hem neer en het wordt donkerder door de wolken die zich boven hem samenpakken. “Ook dat nog: iedereen heeft me verlaten en het weer wordt steeds slechter.” Een bliksemflits schiet door de lucht en de klap ervan is niet veraf. Het is alsof de donderslag iets in hem wakker maakt: een kracht die van binnen komt. “Ik moet me verzetten,” gaat het door hem heen “ik kom op voor wat ik belangrijk vind en wat naar mijn gevoel goed is voor de mensen.” De regen vermindert tot een stuifregentje en ook de lucht klaart wat op. “Ik zal rechtvaardig handelen, maar niet toelaten dat er een loopje met me wordt genomen. Wie goed doet, kan op mijn waardering rekenen, maar wie het slechte wil, zal ik hard aanpakken,” gaat het door hem heen.

De zon breekt opnieuw door

Nu breekt toch echt de zon door en zijn kleren voelen bijna droog aan. Hij voelt hoe zijn kracht terugkomt en zijn wil om er als koning wat goeds van de maken. “Ik ben er niet voor om me door tegenslagen en gemene spellertjes weg te laten drukken, maar zal hoe dan ook mijn koningschap vervullen, ook als mensen mij proberen onderuit te halen of kwaad over me te spreken.” De zon is nu echt doorgebroken en verderop ziet hij hoe stralend het landschap is waar hij naar toe loopt. Hij hoort daar geroezemoes: “De koning komt, laten we zo gaan juichen!” Terwijl hij steeds meer het lichte landschap nadert wordt hij zich bewust van de mensen die hem met mooie praatjes kunnen verleiden om dingen te doen die hij eigenlijk niet wil of die willen dat hij gunsten gaat verlenen die eigenlijk niet verdiend zijn. Hij bedenkt dat rechtvaardigheid vereist dat hij niet te snel handelt maar achterhaalt wat de echte feiten zijn voordat hij een beslissing neemt, of met meerdere mensen overlegt of zelf op onderzoek gaat. Dan brengt hij rechtvaardigheid en liefde in de praktijk en vrijwaart hij zich van manipulaties.

Aankomst in een lichte wereld

Hij is nu in een lichte wereld aangekomen. Mensen juichen niet, maar steken hem een hand toe, bedanken hem voor zijn zegeningen of nemen hem in vertrouwen. Hij voelt dat het goed is en dat hij dat ook zo wil.

Het landschap is nu zo licht geworden dat de warmte van het licht aan alle kanten bij hem binnendringt. De zon boven hem schittert zo intens dat de stralen ervan als een gouden stroom op hem neerkomen. Hij voelt zich van binnen licht worden met een gouden licht, zo sterk dat het bijna ondraaglijk wordt.

Langzaam terugkomend

Vaag hoort hij de priesters zingen. Een lied over het licht van het rijk van de goden. Het zegenende licht dat een ieder die de goden toegewijd is, ondersteunt op zijn weg. Nog voelt Knutar de felle stroom van het zonlicht in hem komen wat zijn omgeving tot lichten brengt. “Ik ben Knutar de Eerste,” gaat het door hem heen, “een gewijd koning die in het besef van zijn rechten en plichten, strevend naar rechtvaardigheid en verlicht door de liefde zal regeren. Ik ben gereed voor mijn taak en de goden zijn met mij, door hen krijgt mijn taak in deze wereld de zegening van de eeuwigheid.”

Hij ruikt nu de kruidige geuren van de kruiden die de priesters om hem heen branden als welkom na zijn inwijding. Langzaam opent hij zijn ogen en ziet vaag de opperpriester bij zijn voeteinde staan met opgeheven armen. Tegelijkertijd ziet hij ook nog hoe het zonlicht van boven hem toestroomt.

De opperpriester ontvangt hem als koning

“Knutar de Eerste” hoort hij de opperpriester zeggen, “u bent ingewijd door de goden, ze hebben uw wensen verhoord. Het volk wacht op u en uw taak zal groot zijn, maar hij die geïnspireerd door de goden zal regeren, zal meer kunnen doen dan een enkel mens vermag. De goden zullen zijn daden tot lichten brengen en in verre streken zal men van uw daden en koningschap horen. Sta nu op Knutar de Eerste, de priesters zullen u helpen.”

Knutar staat nog wat wankel op en krijgt van een priester een tintelende kruidendrank waardoor hij zich al wat steviger gaat voelen. Nog mag hij het hunebed niet verlaten: een wankelende koning past niet bij zijn huidige waardigheid. Hij krijgt nog wat meer te drinken terwijl de priesters hem vragen naar zijn ervaringen en die ook nauwkeurig willen weten zodat niets van zijn ervaring verloren gaat.

Bloemen op de dekheuvel

De geschenken

Langzamerhand komt het moment van vertrek en begeleid door de priesters gaat hij gebukt door de gang naar buiten. Opnieuw komt een priester naar voren: “O, Knutar de Eerste, aanvaard het geschenk van de liefde die als een licht in u zal branden!” Hij krijgt het schild dat hem op de heenweg versperd heeft, met daarop een stralend licht getekend.

Verderop krijgt hij van een priester een staf om met kracht en macht bekleed rechtvaardig te kunnen regeren. En tenslotte is er een derde priester die hem een steen geeft met schitteringen. Een steen die de last van het eerbiedigen van rechten en plichten symboliseert maar ook de lusten: de schitteringen.

Buiten staan mensen te wachten, waaronder leden van zijn hofhouding. Ze buigen voor hem en hij voelt dat zijn positie veranderd is. Vanaf nu is hij de gewijde regeerder met macht en verantwoordelijkheden. Zijn uitstraling en zijn daden zullen een voorbeeld worden voor vele mensen in zijn rijk.

Dekheuvel van de Troldstuerne vanaf de weg gezien

Later

Deze inwijding blijkt van groot belang voor Knutar. Hij krijgt tijdens zijn regeerperiode te maken met tegenslagen in het land door misoogsten en ziekten, en ook met onderlinge conflicten en groeperingen die hem wat van zijn macht willen afnemen om eigenstandiger te kunnen optreden. Door zijn optreden en handelen verwerft hij echter steeds meer respect. Mensen voelen zich door hem gesteund in hun leven en werk. Ook bij bedreigingen van buiten weet hij het land te verenigen en te mobiliseren zodat gewapende bendes worden weggejaagd en ongewenste indringers worden verslagen. Hij is zeker niet perfect en maakt soms fouten, maar door de vele dingen die hij wel goed doet, wordt hij een gerespecteerd vorst, één in de rij van koningen die het waard is om bezongen te worden.

Dit hunebed valt onder het Ministerie voor Natuur en Milieu in Denemarken

Dubbelhunebed

Teruggekomen uit het hunebed, rekte ik me uit na gebukt door de gang naar buiten te zijn gegaan. Toch was dit verhaal van dit hunebed nog niet klaar, want er was nog een tweede hunebed in deze dekheuvel gebouwd. Vandaar dat Troldstuerne een dubbelhunebed wordt genoemd.
Hieronder staat een plaatje van de twee hunebedden die praktisch even groot zijn en een spiegelbeeld zijn van elkaar zijn. De vraag is wat de functie ervan is en waarom het een dubbelhunebed is. Daarover gaat een volgend bericht.

Schematische tekening van het dubbelhunebed Troldstuerne

Bron: http://natmus.dk/historisk-viden/danmark/oldtid-indtil-aar-1050/bondestenalderen-4000-fkr-1700-fkr/langhoeje-dysser-og-jaettestuer/en-jaettestue-bliver-til/
Over dit andere hunebed gaat het volgende blogbericht: ‘De priesteressen hunebed’.

Meer informatie

Meer verhalen over het verleden van hunebedden die door middel van aura-reading zijn verkregen, zijn te vinden in de rubriek ‘Mijnhunebed’ van het Hunebedcentrum te Borger en op de website van het KoendalinieNetwerk. Daar staat ook wat een aura-reading is.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.