– als je hunebedden beschermd –

 

Zelden is er zo veel en veelzijdig gereageerd op een stukje dat ik schreef (27 oktober 2017: Het hunebed slaat terug). Mooi is dat veel mensen in de pen klimmen als het om ons oudste erfgoed gaat; onzinnig is het om mij er – en passant – bij proberen te lappen.

Dat laatste voegt uiteraard niets toe.

Wat in de berichtgeving vooral opvalt is een bepaalde mate van onzorgvuldigheid. Zo heb ik bijvoorbeeld niet er voor gepleit om om alle hunebedden een touw te spannen, maar om te beginnen alleen om het grootste en meest bezochte: D27 in Borger. Daarmee vallen een aantal reacties – die bijvoorbeeld twijfelen of het nut heeft om rond alle hunebedden een touw te spannen – al af voor mij. Dat zie ik ook niet als een afdoende bescherming. Daarmee is die kous dus af. Ook zijn er mensen, die denken, of menen te weten, dat ik een hek om het hunebed zou willen zetten. Dat bepleit ik niet, dus ook dat kunnen we links laten liggen.

Interessant was ook de oplossing die werd aangedragen om een hunebed van plastic te bouwen en die als speeltuin te gebruiken. Daar kleven m.i. een paar zeer zwaar wegende bezwaren aan. Ik zie een groot oefenhunebed opdoemen, waar je kunt trainen voor het ‘echte’ werk. Het nodigt dus gewoon uit, maar de humor zit erin dat je voor zo’n oefenhunebed moet voldoen aan allerlei veiligheidsvoorschriften, die ook voor speeltuinen gelden. Voldoe je daar niet aan, dan kun aansprakelijk gesteld worden voor letsel door een gebruiker. Aan het echte hunebed worden die voorschriften niet getoetst, maar de nepper moet er wel aan voldoen. Dat is natuurlijk krom, maar zo is de wet! Lijkt dus goed bedacht, maar pakt contraproductief uit.

Hoogleraar Daan Raemaekers spreekt van een historische en esthetische sensatie die bezoekers hebben als ze oog in oog staan met een hunebed. Zo zou het inderdaad moeten zijn, maar voor het hunebed in Borger treedt dat effect op drukke dagen echt niet op. Door de horden mensen, die er op klimmen zie je het hunebed amper nog en van een historische of esthetische ervaring is al helemaal geen sprake. Eerder van grote ergernis. Dat is – met alle respect – naïef wensdenken. Juist door mensen op afstand te houden, kunnen er de mooie foto’s, die Raemaeker beschrijft als wens van de bezoeker, gemaakt worden. We zullen in de komende tijd eens wat foto’s van klimmers publiceren. Daar wordt je echt niet vrolijk van. Een touw op enige afstand om een hunebed spannen, is echt geen aantasting van de publieke toegankelijkheid en al helemaal geen aantasting van het terrein waarop het hunebed staat. Het zijn juist die klimmende mensen, die de waardering van het erfgoed enorm in de weg zitten.

Je moet je niet afvragen, wat er zo erg is als er een kind uit een beklommen boom valt, of van een hunebed stuitert; je moet je afvragen, of het beklimmen van een hunebed moet worden verdedigd of niet.

Door het Drents Landschap zijn twee verschillende suggesties gedaan: (1) niets doen, want het hoort gewoon niet om op een hunebed te klimmen en (2) eerst analyseren en het dan laten landen bij de partijen die er over gaan. Beide wat mager, als je het mij vraagt. Het probleem is natuurlijk groter dan alleen D.27, maar wat heb je te verliezen als je er een touw omheen spant en ‘analyseert’ wat sociale controle van bezoekers voor effect heeft. In Engeland bij Stonehenge doen ze dat ook. Het kost geen fluit, maar je doet tenminste wat, omdat we al lang weten dat klimmen op hunebedden een nationale sport lijkt te zijn.

In het buitenland is het besef, dat oude monumenten beschermd moeten worden de laatste tijd al wijdverbreid. De menhirs van Carnac zijn al met een hek omgeven, de piramiden in Egypte kunnen niet meer beklommen worden en ook Machu Picchu in Mexico is beschermd tegen het vernielende schoeisel van toeristen. In ons land zetten we wel een glazen koepel over de villa van Gemmeker, de Duitse kamp-commandant van Westerbork. Iets wat meer dan een miljoen heeft gekost, maar onze hunebedden, symbool van een prehistorische boerencultuur – onze voorouders – beschermen we in het geheel niet. Ik ben toch niet de enige die dat krom vindt?

Het grootste hunebed van Nederland is een topstuk in de canon en behoort tot de oudste monumenten van ons land. Het is bovendien een grafmonument en eens een graf altijd een graf. Dat verdient respect en natuurlijk verdient dat ook een goede voorlichtingscampagne. Allemaal waar, maar klimmen moet stoppen. Voor het hunebed; voor ons nationale zelfbewustzijn en voor de veiligheid van de mensen die er afstuiteren en ernstig letsel riskeren. Mijn voorstel is – al zeg ik het zelf – een schoolvoorbeeld van de eenvoud. Het doet geen mens kwaad en je kunt goed monitoren, of het helpt. Met de voorgestelde oplossing heb je niets te verliezen; met niets doen heb je juist alles te verliezen.

Als dat nou de keuze is ….

Enkele koppen van artikelen die in het nieuws verschenen:

‘Hunebed D27 als klimrek, kan dat?’ – Dagblad van het Noorden, 31 oktober 2017

‘Liever geen touw om hunebed trekken’ – Dagblad van het Noorden, 1 november 2017

‘Hunebedden bezorgen ons een een tijdreis’, Dagblad van het Noorden, 7 november 2017

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.