D27 by night. Photo Oebele Gjaltema

Dit verhaal is tot stand gekomen door een samenwerking met Stenden University. We bedanken de schrijvers Aline Garming, Kevin Kensy, Marianne Kok, Esther Leeuw, Boudette Mellens, Kim Oost en Evelien Vinke, studenten Stenden University, voor dit oerverhaal!

De ontdekking van Berend & Babette

Uit de tijd van hunebedbouwers

Voordat je begint te lezen moet ik je wat vertellen! Ik ben Berend en hou heel erg veel van mijn vriendinnetje Babette. Babette is heel avontuurlijk en is bijna nooit ergens bang voor! Met haar kan ik het hele leven aan en als ik later dood ga? Dan kom ik in een hunebed te liggen. Ik krijg dan wapens, sieraden en potten met eten mee, omdat wij geloven dat de doden een lange reis moeten maken naar een nieuw leven en dan is het wel handig als je wat te eten hebt voor onderweg. In zo’n hunebed lig ik gelukkig niet alleen. Er is namelijk plek voor 40 man. Nu ben je ook vast wel benieuwd hoe zo’n hunebed eruit zag en daarom heb ik hieronder een afbeelding voor je:

D27 in de lente. Foto Hans Meijer

Hoofdstuk 1 De grote ontdekking

Na een wandeling in het grote, donkere bos kom ik iets tegen wat ik nog nooit gezien heb. ‘Wat moet ik nu doen?’ denkt Berend.

Berend schopt er tegenaan. Er komt een deuk in het gevaarte. Wat is het? Kan het open? En waarom staat het hier zomaar? Er komen allerlei vragen in hem op. Hij besluit zijn vriendinnetje Babette erbij te halen. Zij heeft altijd goede ideeën en weet meestal wel wat ze moeten doen.

Wanneer hij bij het huis van Babette’s familie komt, ziet hij dat ze nog bezig is met koken. Ze is een vuurtje aan het maken voor de knollen die zij en haar moeder willen gaan koken voor het avondeten. ‘Babette, Babette, je moet met me mee komen!’ zegt Berend. Maar Babette heeft nog geen tijd. ‘Ik moet eerst de knollen nog wassen en vuur maken’ zegt ze. “Zucht, dit gaat nog wel even duren”, denkt Berend. Hij staat zenuwachtig te wachten en wiebelt van het ene op het andere been, omdat hij zooo ongeduldig wordt! Berend kan niet wachten op de reactie die Babette zal geven wanneer ze zijn ontdekking ziet.

Wanneer Babette eindelijk klaar is, sleept Berend haar aan de hand mee naar de plek van de ontdekking. ‘Vanwaar al die haast?’ denkt ze. Ze kan Berend bijna niet meer bijbenen.

Maar als ze op de plek komt waar Berend iets ontdekt heeft, valt haar mond open. ‘Wat is dat?!” zegt ze. ‘Zoiets heb ik nog nooit gezien.’

De buitenkant glimt en het voelt hard en koud aan. Het lijkt op een rechthoek met scherpe punten en het is zo groot als de boom die ernaast staat. Babette is zo nieuwsgierig en drukt als eerste op de rode knop aan de buitenkant. ‘Sssss!’ horen ze en er springt een deur open. Babette en Berend springen achteruit. Ze schikken zich een hoedje.

‘Babette, ik vertrouw dit niet. Laten we terug naar het dorp gaan!’ zegt Berend. Maar Babette heeft daar helemaal geen zin in. Berend heeft haar ten slotte meegenomen naar deze bijzondere vondst en straks mogen ze er helemaal niet meer bij in de buurt komen. Vader en moeder zullen misschien wel zeggen dat het te gevaarlijk is. ‘Tja, dat is waar’ denkt Berend. ‘Nou, dan gaan we alleen kijken! ’zegt Berend. ‘Alleen kijken en niks aanraken hè!’. ‘Goed!’ zegt Babette en ze neemt hem mee naar binnen. Het klinkt er hol en er zijn allerlei knopjes en lichtjes te zien in de ontdekking. Babette kijkt haar ogen uit! Dan ziet ze plotseling een hele grote hendel! Ze kan het niet laten en trekt het naar beneden.

Hoofdstuk 2 Terug in de tijd

De bijzondere ontdekking sluit zijn deur en het gevaarte begint te trillen en te stomen. Berend wordt boos. ‘Ik had je nog zo gezegd om nergens aan te komen! Waarom doe je dat nou weer?!’. Berend bonkt op het ding waar ze binnenin zitten en probeert het open te krijgen. Maar het lukt niet.

Berend wordt bang en eigenlijk is Babette dat ook een beetje. Ze pakken elkaars hand vast en Berend krijgt een raar gevoel in zijn buik. ‘Voel jij dat ook Babette?’ vraagt Berend. ‘Wat?’. “Ik heb zo’n raar gevoel in mijn buik’. ‘Ja’ zegt Babette ‘maar het zal zo vast wel weer overgaan’. Ze hopen allebei dat het rare gevoel snel stopt en het vreemde ding zich weer opent.

Na lang wachten gaat de deur eindelijk open. Van opluchting rennen ze naar buiten. Maar wat is dit? Dit lijkt helemaal niet op een bos! Berend kijkt naar voren, opzij en achteruit. Nergens ziet hij bomen.

In plaats daarvan is het steenkoud! De grond is bijna helemaal bedekt met ijs. Het enige wat ze zien zijn enorme keien. ‘Hé’ zegt Babette, ‘het lijken wel de keien waarvan wij onze hunebedden maken.’

Ze kijken elkaar verbaasd aan en zeggen even niks tegen elkaar. Het liefst willen ze allebei eigenlijk zo snel mogelijk weer naar huis. ‘Denk jij wat ik denk?’ vraagt Berend aan Babette. ‘Ja’ zegt Babette boos. ‘We zijn op een andere plek en ik denk dat, dat het allemaal de schuld is van jouw belachelijke ontdekking!’

‘Oh ja?!’ zegt Berend. ‘En wie moest er dan zo nodig met zijn tengels ergens aan zitten? Dat was jij hoor!’. Berend en Babette barsten beiden in huilen uit. Ze zijn enorm verslagen en voelen zich schuldig dat ze geen hulp zijn gaan halen bij de familie. Ze willen zo graag weer terug naar huis. Maar hoe?

Dan lijkt het net of de bijzondere ontdekking hen iets wil vertellen! Ze horen geluid uit het apparaat komen. Ze nemen een kijkje in de machine en dan verschijnt er iemand op een soort beeldscherm. ‘Hij is helemaal plat!’ denken Babette en Berend.

De man heeft een witte jas aan en grijze haren die recht overeind staan! Dan horen ze de stem: ‘Hallo, schrik niet, lieve kinders. Ik ben professor Wistjedat en ik ga jullie helpen om terug naar huis te komen. Maar voor die tijd wil ik jullie eerst wat leren! Zie je al die grote keien?’. Berend en Babette knikken. ‘Dat zijn de keien waarvan jullie hunebedden zijn gemaakt!’.

‘Zie je wel,’ fluistert Babette, ‘ik dacht het al.’

‘En nu ga ik jullie laten zien hoe deze keien bij jullie terecht zijn gekomen’, zegt professor Wistjedat.

‘Al het ijs dat jullie zien is een kilometer dik en enorm sterk. Zo sterk zelfs dat het zulke grote keien kan verplaatsen. Omdat het steeds kouder wordt, komt er steeds meer ijs bij. Dit ijs baant zich in de richting van Drenthe; de plek waar jullie vandaan komen. En zo zijn deze enorme stenen in Drenthe komen te liggen. Dan wordt het steeds warmer en begint het ijs te smelten, maar de keien blijven liggen. De plek waar jullie van deze stenen hunebedden hebben gebouwd. Jullie zijn nu op dezelfde plek, maar dan in het verleden. Best bijzonder toch?’.

‘Wauw, dat is echt bijzonder! Ik dacht al die tijd dat de stenen gewoon bij ons in het bos lagen’, zegt Berend. ‘Nee, inderdaad’, zei professor Wistjedat, ‘En nu willen jullie vast wel weer heel snel naar huis, of niet?’.

Hoofdstuk 3 Vader en moeder maken zich zorgen

‘Waar zijn ze toch gebleven?’. De vader van Babette loopt chagrijnig te ijsberen. Hij heeft de andere dorpsbewoners opdracht gegeven om het hele bos door te zoeken. Vader blijft bij het dorp, voor als er nieuws is. Moeder zit verslagen naast de aangebrande knollen.

Moeder voelt zich schuldig. ‘Zal ik onze Babette dan toch niet de juiste dingen hebben aangeleerd?‘, denkt ze. Vader zei wel eens dat hij vond dat Babette zich veel te wild en jongensachtig gedroeg. Moeder reageerde meestal niet en vond het stiekem fijn dat Babette zo vrolijk en ondeugend was. Zouden Berend en zij dan nu toch in de problemen zijn gekomen door kattenkwaad dat Babette had uitgehaald?

Tyhan, de oom van Babette, kwam ineens terug met een klein rood knopje! Het leek niet op een besje, of iets dat Babette’s moeder eerder had gezien. De moeder van Babette barstte in snikken uit. Wat als een vreemd volk, van buitenaf was gekomen en de kinderen had meegenomen? Vader stopte even met ijsberen en zei tegen moeder dat ze hoop moesten houden. Maar inmiddels waren er al twee dagen voorbij gegaan, zonder een spoor van de twee….

Hoofdstuk 4 Weer naar huis

De professor liet de deur weer dichtgaan en de machine begon weer te trillen en te stomen. Ze waren gelukkig niet meer zo bang en konden dit keer zelfs naar buiten kijken! Ze zagen hoe het ijs de stenen verplaatste en hoe ze in Drenthe terecht kwamen. Wat een bijzondere reis!

Daarna werd het donker en met een harde knal kwamen ze weer op de grond in het bos terecht. Terwijl Babette en Berend nog een beetje beduusd om zich heen stonden te kijken, kwam Tyhan aangerend.

Hij knuffelde hen allebei zo hard, dat ze bijna platgedrukt werden. Met schorre stem zei hij; ‘Ik ben zo blij dat jullie terug zijn!’. Zo lang waren ze toch niet weggeweest?

Maar toen ze aan de hand van Tyhan, terug in het dorp kwamen binnen gelopen, werden ze warm onthaald. Er werd zelfs een soort feest gehouden omdat ze terug waren.  Er was warme kruidenthee en er werden eeuwenoude verhalen verteld rondom het vuur. Toen was het de beurt aan Berend. Hij begon te vertellen over zijn reis naar de ijstijd en professor Wistjedat. Hij was zo enthousiast dat hij over zijn woorden struikelde. ‘En, e-n, dat hebben we echt gedaan!’. Moeder begon te lachen. Als klein jongetje kon hij al zo mooi verhalen vertellen. Ja, die Berend had een grote fantasiewereld.

Vorig artikelTula, een Toltekenbolwerk in Mexico
Volgend artikelMatrica Múzeum és Régészeti Park in Százhalombatta: museum, grafheuvels en openluchtmuseum

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.