Foto Dagblad van het Noorden

Onder de titel “En overigens ben ik van mening dat…” geeft Hein Klompmaker in tien stellingen weer, hoe hij aankijkt tegen Hunebedcentrum, hunebedden, hunebedbouwers en de buitenwereld. De titel is een knipoog naar Cato de Oude, die in de Romeinse Tijd, bij elk onderwerp dat in de Romeinse senaat besproken werd, eindigde met de uitspraak “En overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden”. Zo oorlogszuchtig is Hein niet, maar uitgesproken is hij zeker. Elke maand bespreekt hij een zelfgekozen stelling en nodigt hij iedere lezer, die zich daartoe aangesproken voelt, uit te reageren.

STELLING III

Hunebedhighway moet de eerste beleefweg van Nederland worden

‘’Voor mij bepaalt de weg hoe de reis wordt en bepaalt niet de reis welke weg ik neem’’
(L. Deutsch, En Route, p10.)

Het Hunebedcentrum – vind ik in ieder geval – is er goed in om op het eerste gezicht hele vreemde samenwerkingen te zoeken en ook (mede) te ontwikkelen. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat het museum een maatschappelijke rol te vervullen heeft. Wij geven daaraan bijvoorbeeld gehoor door voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een veilige werkplek te bieden: mensen vanuit de sociale werkvoorzieningen (Emco en Wedeka), maar ook moeilijk plaatsbare werkeloos geraakten (Werkontwikkelplekken i.s.m. b.v. gemeente Borger-Odoorn). Zo zitten we midden in het Sociale Domein, maar op het oog veel vreemder is de samenwerking die we zoeken met wegbeheerders, zoals Provincie Drenthe, de eigenaar van de wegverbinding Zuidlaren-Coevorden, die we N34 noemen.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen, dat we geen verstand hebben van het aanleggen van wegen of het veiliger maken van wegen. Dat is ook de eerste verantwoordelijkheid van de overheid, in dit geval de provincie. Daar zit al problematiek genoeg in. Hoe voorkom je verkeersdoden zonder de natuur geweld aan te doen, of dichtbijwonenden met lawaaitoename te belasten. Al dat soort problemen los je niet even op me het creëren van een beleefweg, die onderdeel moet worden van een toeristische beleving van huis naar attractie, monumenten en musea en weer terug. Bij Zuidlaren of bij Coevorden rijdt je de Hunebedhighway op en je bent meteen in een andere wereld, die past bij je vakantiebeleving: het reizen naar plekken op de wereld, die afwijken van wat je thuis hebt en waar je je welkom weet.

Het pleidooi voor de Hunebedhighway is – wat mij betreft – vooral een pleidooi om eens op een andere manier naar een weg te kijken: door een cultuurtoeristische bril. Kijken we naar het Drentse Hondsruggebied, dan hebben we het met de Hunebedhighway over de voornaamste noord-zuid-verbinding over een heuvelachtig gebied met ten oosten uitgestrekte venen, vroeger moerassen, en ten westen het zgn. Drents Plateau, een soort omgekeerd soepbord. Die weg herbergt levenslijnen, die voorbij het zichtbare trekken in de richting van hunebedbouwers, middeleeuwse boeren en monniken, soldaten van het leger van Bommen Berend onderweg naar Groningen, plunderend en brandschattend en heel veel toeristen die in de jaren zestig en zeventig de 200km-lange Hondsrugroute van de ANWB bereden, gewapend met thermoskan koffie en sandwiches voor een gezellige picknick in de berm. De weg ligt er stil bij, maar is een metafoor voor beweging. Een beweging, die het zenuwstelsel (weer zo’n metafoor) symboliseert van de Hondsrug: de verovering op de natuur; de verbinding van de mens met zijn grond. De Hunebedhighway herbergt aan weerszijden van de weg maar liefst 47 van 53 Nederlandse hunebedden, die al in de onstaanstijd in de prehistorie niet alleen graven voor de voorouders waren, maar ook zgn. ‘’territoriummarkers’’. Onze hunebedden waren niet alleen bestemd voor de reis naar het oneindige, maar stonden ook symbool voor het eigendomsrecht van de grond. De Hunebedhighway is om al die redenen meer dan een verbinding, meer dan een middel om tijd te winnen tijdens het reizen. De weg bepaalt mee de identiteit van de streek en de mensen, die er gewoond en gewerkt hebben en zij, die dat nu nog doen. Als je de Hondsrug-Drent wil leren kennen, dan moet je de betekenis van het eeuwenoude spoor over de Hondsrug doorgronden. Wat voor de huidige toerist een reis is naar het onverwachte en het ontdekken van het onbekende is voor de inwoners van de Hondsrug het vertrouwde en het thuiskomen. Dat alles kan van een weg een belevenis maken. Dat alles kan de Hunebedhighway worden.

Nu Drenthe al geruime tijd over het enige UNESCO Geopark (Hondsrug) van Nederland beschikt is het zaak om het gebied onder de aandacht te brengen van toeristen, die eens in eigen land iets bijzonders willen meemaken en die de ingehouden trots van de inwoners aanwakkert. Het gebied heeft een eigen identiteit en die identiteit staat open voor bezoekers en buitenstaanders, die bovendien geld in het laadje brengen, waarmee de eigenheid in stand kan worden gehouden en verder ontwikkeld.

Je kunt daarbij denken aan het bevorderen van het ondernemerschap, het verhogen van de gastvrijheid, het ontwikkelen van marketinginstrumenten als een digitale beleefkaart, trotse reclame op de Q-bussen en tal van merchandising-artikelen, die de Hunebedhighway tot een merk maken, dat sterk gekoppeld blijft aan Hondsrug UNESCO Geopark.

Maar wil de Hunebedhighway zich als unieke beleefweg in Nederland blijvend en duurzaam op de kaart zetten, dan dient er een cultuur te ontstaan, waarin verhalen, romans, detectives, non-fictie historische en archeologische publicaties en vooral muziek, poëzie en theater een stimulans krijgen. Voor zowel de korte als de langere termijn.

In talloze popsongs zijn de ‘highways’ bezongen. Soms is de vertolker onderweg naar huis, waar zijn geliefde op hem wacht (‘Another Forty-five miles’’ van de Golden Earring, bijvoorbeeld); soms wordt in overdrachtelijke zin de levensweg vertolkt. Ik moet zelf bijvoorbeeld onmiddellijk denken aan de Eagles, die in de jaren zeventig zongen over ‘OL 55’’.
‘’Freeways, cars and trucks’’
‘’I’m riding with lady luck’’
Met ‘Lady Luck’ kan overigens zowel de auto, als een vrouwelijke mede-passagier zijn bedoeld. Ik hou het echter op de auto.

Wanneer wordt de Hunebedhighway bezongen?
Zeker in de twintigste eeuw zijn ‘highways’ verbonden met een uitvinding, die de wereld heeft veranderd: de auto. Psycholoog René Diekstra is van mening, dat we niet de auto uit te branden zijn. Hij voert daar allerlei psychologische factoren voor aan. De auto zorgt voor een gevoel van macht, waarmee we als individu, geheel zelfstandig, de openbare ruimte kunnen bereizen. De auto zorgt voor bescherming tegen regen, kou, wind en ander ongemak en zij (ik ben er erg voor om de auto als vrouwelijk aan te duiden) biedt bewegingsvrijheid, het vergroten van onze actieradius en is bovendien ons eigendom. We poetsen haar, strelen haar en pimpen haar op met tal van accessoires en gadgets. Ze biedt ons controle over ons leven (we zijn niet afhankelijk van aankomst- en vertrektijden van bussen, treinen en vliegtuigen). Mensen met dezelfde cult-auto (de eend, de kever, daf, etc.) vormen clubs. Zo organiseert de oldtimerclub in Borger al jaren een oldtimer-hunebeddentour voor diverse modellen, die tenminst 25 jaar oud moeten zijn. Het Hunebedcentrum – hoe kan het anders – is het begin- en eindpunt van de route. Kort en goed: we houden van onze auto.

Maar dat we er niet uit te branden zijn, waag ik te betwijfelen. De vele carpoolplaatsen, transferia en twinnyloads voor fietsen spreken voor zich in deze. We willen best op een plek parkeren, vanwaaruit we dan fietsend en wandelend de omgeving dieper en mooier ervaren. Het is wel zaak om in Drenthe aan deze behoefte van toeristen aandacht te besteden door goede voorzieningen (terrassen, fietsverhuur, routekaarten, nieuwe aansprekende routes) aan de Hunebedhighway te koppelen. De meeste hunebedden langs de Hunebedhighway zijn niet, of heel moeilijk met de auto te bereiken en dat is een gegeven, dat je niet moet veranderen. De schoonheid van de Drentse Aa kun je alleen maar beleven op de fiets, of wandelend. Hetzelfde geldt voor de boswachterijen die de Hondsrug rijk is. De Hondsrug is bosrijk en een platteland, waarbij de dorpen niet door uitbreidingsplannen naar elkaar toegroeien als een soort moderne verstedelijking. Allemaal prima en iets om ook in de toekomst te koesteren.

En natuurlijk: het is een weg en die moet veilig en doeltreffend zijn en blijven, maar dat zou dan hand in hand kunnen gaan met aansprekende objecten, zoals de graanspieker bij Borger, die de automobilist uitnodigt om het interessante achterland te bezoeken op de fiets of lopend, naar een attractie, een museum, een bijzonder landschap, of gewoon naar een bruisend dorpsplein, waar in de vorm van een flashmob de Hunebedhighway-Rhapsody wordt gespeeld.

Een droom? Zo kan het lijken en zo begint het vaak, maar ik maak me sterk, dat de daad bij het woord zal worden gevoegd. Het begin is er al. Vóór de zomer van 2018 worden bij alle op- en afritten borden geplaatst met daarop ‘Hunebedhighway’ en op 9 juli volgt de kick-off van een heuse Hunebedhighway-businessclub (HHBC). De toon is gezet, de teerling is geworpen. Nu verder. We zijn op de goede weg (om maar eens een voor de hand liggend grapje te maken).

Vorig artikelD31 bij Exloo vastgelegd door Arie Goedhart
Volgend artikelDe megaliet van Ceinturat, Frankrijk

1 REACTIE

  1. Geachte heer Klompmaker,

    Het zou mooi zijn al de Hunebedhighway niet de N34 is, maar de N33. Route 33. Dat is de helft van 66…..Wellicht wil de provincie hier over nadenken. Of is dat al gebeurd?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.