maandag, 21 oktober 2019
Home Prehistorie Pollenanalyse – onderzoek naar stuifmeel

Pollenanalyse – onderzoek naar stuifmeel

667
0

Bij archeologisch onderzoek zijn grondsporen en vondsten belangrijk, waaronder de vondsten van hout, zaden en stuifmeel. De vondsten vertellen het verhaal van de flora en het landschap. Stuifmeel wordt vaak via bemonstering onderzocht, maar de korrels worden ook gevonden in latrines, menselijke resten, graven, aardewerk en leem. Het onderzoek naar stuifmeel of pollen is een apart specialisme: palynologie of pollenanalyse.  Bij het onderzoek wordt gekeken naar zeer kleine delen: pollen, sporen en andere microfossielen. Elke boom, struik of plant heeft een andere vorm van stuifmeel en pollen. Ze zijn op geslacht en zelfs soms op soort te determineren. Het onderzoek wordt gedaan binnen de archeologie en de klimatologie, maar vandaag de dag ook in de forensische wetenschappen.

Pollen onder een microscoop.

Wat zijn pollen?

Pollen zijn afkomstig van de meeldraden van bloemen, katjes of mannelijke kegels bij naaktzadigen. De pollen bestaan uit de mannelijke sporen van zaadplanten. De korrels kunnen 5 tot 50 µm groot zijn, maar enkele zijn groter dan 100 µm. De korrels bestaan uit: cel (centrum) van intine of cellulose en de buitenkant van exine (endexine en ectexine). Voor de pollenanalyse vormt de exine de basis doordat deze bekend zijn en vaak als enige overblijft.

Epilobium angust1-2
Pollen van wilgenroosje. By Marie Majaura [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], from Wikimedia Commons.
Wat vertelt pollenonderzoek binnen archeologisch onderzoek?

Pollenonderzoek tijdens een archeologische opgraving kan verschillende verhalen vertellen. Een exact beeld lukt niet, maar een goede reconstructie is wel mogelijk. Het kan vertellen welke planten, struiken of bomen in de omgeving groeiden, maar het kan ook bepaalde veranderingen verbinden aan dateringen: denk aan invloed van de mens op het landschap, het voorkomen van nieuwe soorten en gewassen en ontbossing. De pollenanalyse kan vertellen welke gewassen werden verbouwd en dus gegeten. Denk aan granen, maar ook groenten, oliehoudende gewassen, etc. Een overzicht van de flora kan duidelijk maken welke landschappen te vinden waren in de omgeving. Ook kan het iets zeggen over de veranderingen in het landschap door de tijd, denk aan het in gebruik nemen van bos voor akkers en weilanden. Een pollenanalyse geeft geen moment weer, maar een ontwikkeling over meerdere periodes.

In de omgeving van het archeologisch onderzoek kunnen boringen worden gedaan in venen en meren. Op deze plaatsen blijft het stuifmeel erg goed bewaard. De pollenanalyses van deze boringen kunnen het verhaal van de vegetatie vertellen van duizenden jaren. Deze diagrammen vertellen vooral over de natuurlijke vegetatie en de diagrammen worden aangepast waarbij rekening wordt gehouden met soorten met veel stuifmeel en de hogere concentraties van waterbeminnende planten. In de diagrammen kan de invloed van de mens worden gezien, denk aan ontbossing voor aanleg van akkers.

Cuckoo ireland pollen diagram
Pollendiagram. By Merikanto [CC BY-SA 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)], from Wikimedia Commons.

Pollenanalyse als een manier van dateren?

Vroeger werd de pollenanalyse ook gebruikt als een relatieve dateringsmethode. Zo konden lagen worden verbonden met veranderingen in het landschap. Denk aan de nieuwe steentijd met meer (on-)kruiden, nieuwe soorten en minder bos.

Tiliacordata1-2
Pollen van linde. Door Marie Majaura [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons.

Pollenanalyse: problemen

Bij onderzoek naar pollen kunnen de pollen geoxideerd of verschrompeld zijn zodat de pollendiagrammen niet meer compleet zijn wat betreft de gegevens. Andere manieren waardoor het onderzoek wordt bepaald zijn de soorten en hun verstuiving, een verandering in de laag van bemonstering en de monstering (en tevens de manier van onderzoek). Pollen verspreiden zich verschillend en ook dit is van invloed op het monster. Sommige stuifmeelkorrels vallen direct naar beneden, maar anderen kunnen wel meer dan 10 kilometer afleggen.

Pollenanalyse – stap voor stap

Bij het bemonsteren moet de goede laag worden bemonsterd waarin de korrels het beste bewaard blijven, liefst vochtig, zuurstofarm en voedselarm. Vooraf aan de bemonstering moet de bodemopbouw duidelijk zijn, denk aan stratigrafie (opbouw bodem), sedimenten en bodemprocessen. Via gegevens van de opgraving kunnen de lagen worden gedateerd, maar ook kunnen van het monster van de grondlaag delen worden gedateerd via C14-datering.

De bemonstering kan via boringen worden genomen. Bij het slaan van de pollenbakken wordt rekening gehouden met overlap tussen de monsters.De plaatsing van de bakken wordt vastgelegd en secuur worden de monsters genomen. Vervolgens worden de monsters meteen afgedekt tegen vervuiling en invloeden van buitenaf (licht, uitdroging, etc.). Van het monster wordt om de zoveel cm een monster genomen en deze wordt vervolgens omgezet naar een pollenmonster.

Onder een microscoop worden de pollenkorrels gedetermineerd en geteld per rij. De gegevens worden ingevoerd in de computer. De computer berekent de percentages van elke soort en kan verschillende diagrammen maken.

Kansjon sweden late glacial and holocene pollen diagram
Voorbeeld pollendiagram. By Merikanto [CC BY-SA 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)], from Wikimedia Commons.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.