Skelet paard.
Skelet paard.

Binnen de archeologie is onderzoek naar dierenbotten een belangrijke bron van informatie: archeozoölogie. Botten worden gevonden wanneer het dier overlijdt. Onderzoek naar dierenbotten vertelt twee dingen, namelijk het verhaal van de relatie tussen mens en dier en de omgeving. Door de geschiedenis heen hebben mens en dier een relatie gehad, namelijk als bron van voedsel, maar ook als huisdier. Ook bij rituelen spelen dieren door de tijd heen een rol.

Dierenbotten.
Dierenbotten.

Referentiecollectie

De Rijksuniversiteit Groningen heeft een bijzondere collectie aan referentiemateriaal, namelijk meer dan 4.500 objecten. Digitaal zoeken in deze collectie kan via deze link. Unieke vondsten bevinden zich in deze collectie en het is mogelijk het lab met collectie te bezoeken voor wetenschappelijk onderzoek, klik hier voor contactgegevens. Via Bonify wordt de collectie nu toegankelijk gemaakt voor iedereen in 3D. De eerste botten van schaap en geit zijn al te bewonderen.

Archeozoölogie-Referentiecollectie-Tibia-RCE
Een referentiecollectie van bijvoorbeeld scheenbenen van diverse diersoorten helpt in de archeozoölogie bij het determineren van botten. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [CC BY-SA 4.0].

Dierenbotten

Bij opgravingen worden vaak dierenresten gevonden, denk aan botten van vogels, vissen en zoogdieren, schelpen, haar, exoskeletten van geleedpotigen, schubben en huid. Vooral botten en schelpen worden vaak gevonden bij opgravingen, veel ander dierlijk materiaal vergaat meestal door verschillende oorzaken. Archeologen moeten zich bewust zijn dat het dierlijk materiaal meer was dan wat gevonden wordt en dat dieren een belangrijkere rol speelden dan de vondsten aangeven.

De eerste stap bij het onderzoek naar botten is het scheiden van dierenbotten en menselijke resten. Menselijke resten worden verder onderzocht door fysisch antropologie, klik hier voor informatie over dit onderzoek.

Skelet van een vis.
Skelet van een vis.

Datering

Door de tijd heen zijn bepaalde diersoorten naar Nederland gekomen en op basis van deze soorten kan een datering worden gegeven. Pas vanaf de nieuwe steentijd zien we dat het rund, het schaap, de geit en het varken in Nederland verschijnen. Andere huisdieren zijn nog later geintroduceerd.

Rund.
Rund.

Omgeving

Tijdens opgravingen vinden we twee soorten dierenbotten: de natuurlijke fauna en de botten van dieren die door de mens gebruikt zijn. Belangrijk is om hier onderscheid in te maken. De mens kan dieren hebben gejaagd, gevist en verzameld of als huisdier hebben gehouden. Via handel kunnen dierlijke resten bij de mens zijn gekomen. Sommige botten zullen laten zien welke ziektes het vee had. Dierenresten kunnen ook een gebruiksvoorwerp zijn, denk aan onderdelen van kleding en sieraden, gereedschap, muziekinstrumenten of speelgoed. Ondanks dat het een gebruiksvoorwerp is, kan soms nog steeds iets worden gezegd over het dier.

Door te kijken naar de diersoorten kan een reconstructie worden gemaakt van de omgeving waar de mens leefde, denk aan aanwezigheid van water, bossen, graslanden, etc. Insecten en mijten geven vaak een goede basis voor het reconstrueren van een landschap waar de mens leefde, maar ook vogels en waterdieren geven aanwijzigingen.

Bever – een aanwijzing voor water.

Relatie mens en dier

Zo lang de mens bestaat, spelen dieren een belangrijke rol. Als jager-verzamelaar was het dier een voedselbron, maar al snel werd de wolf gedomesticeerd: de hond. De hond had meerdere functies: waakhond, gezelschapsdier, trekdier en hulp bij de jacht. Als boer kent de mens vanaf de nieuwe steentijd meerdere huisdieren voor de productie van voedsel, maar ook als bron van grondstof en kracht. Bijzonder is dat dieren ook in het rituele leven een rol speelden. Dieren werden als grafgift meegegeven vanaf de middensteentijd.

Dierenbotten kunnen veel informatie opleveren, namelijk:

1. Wat stond op het menu? Welke dieren waren in de natuur te vinden? Welke dieren werden door de mens gehouden? Wat leverden deze dieren op? Bij dieren denken we meteen aan vlees (spieren), maar vet was in de prehistorie misschien wel het belangrijkst. Ook leveren dieren melk, wol, huid (leer), grondstoffen en trekkracht op.

2. Welke dieren werden gegeten, welke delen, welke hoeveelheden en wat werd er gebruikt in combinatie met ander voedsel? Dierenbotten als kookresten of etensresten kunnen vertellen welke dieren werden gegeten, maar ook welke delen en hoeveelheden van de dieren. Residuen, zaden, plantenresten en dierlijke resten geven samen aan waarmee de dieren werden gegeten. De aanwezigheid van bepaalde delen van het bot bij etensresten geeft aan welke delen werden gegeten en hoe het eten werd bereid.

3. Dierenbotten kunnen iets vertellen over de samenleving. Gaat het om jager-verzamelaars, boeren, ambachtslieden of elite? Wat was de samenstelling van het gezin (aantal personen, leeftijd en geslacht)? Waren de mensen zelfvoorzienend? Hoe ver waren de mensen met de technologie?

4. Werden dieren gehouden voor voedsel of speelden andere functies ook een rol? Op basis van de leeftijd van slachting van het vee kan iets worden gezegd over wat belangrijk was: wol, vlees, grondstoffen, melk of trekkracht.

Wolf. Foto Wikipedia

Stap voor stap

1. Vondstregistratie

Bij opgravingen worden de vondsten van dierlijke resten vastgelegd op foto en tekening. De manier waarop vondsten worden gevonden, vertelt iets over hoe de mens met de restanten omging en hoe goed of slecht de bewaarcondities zijn. Slechte bewaarcondities kan duidelijk maken dat mogelijk veel verloren is gegaan. De manier waarop de botten zijn achtergelaten, kan iets zeggen of het gaat om afval of een dierlijke bijgift. Tekeningen en foto’s van de vondst kunnen later worden gebruikt om terug te halen hoe de vondst is aangetroffen.

De manier van opgraven bepaalt welke dierlijke resten worden gevonden. Zeven is een manier om kleine botten van vogels, knaagdieren en vissen toch te vinden. Veel dierlijke resten vergaan of worden niet gevonden en het vondstmateriaal biedt dus alleen een beperkt en niet representatief beeld.

2. Schoonmaken

De vondsten worden bij binnenkomst schoongemaakt mits dit kan. De specialist kan er ook voor kiezen om de vondst met de hand te prepareren, denk aan een compleet skelet of  crematieresten.

3. Determinatie

De specialist zal elk bot gaan onderzoeken. De botten worden vergeleken met andere botten uit een referentiecollectie. Van een bot wordt geprobeerd vast te stellen welk bot van het skelet het is, welke soort dier, welk geslacht en welke leeftijd. Op basis van de botten kan de onderzoeker zien welke aandoeningen en ziektes het dier heeft gehad, maar ook hoe het dier is doodgegaan – geslacht of natuurlijke dood. Bij een dier kan een verschil worden gezien tussen een wild dier en een gedomesticeerd dier door te kijken naar de spieraanhechting.

Bij onderzoek wordt gewerkt met een minimaal aantal individuen. Per onderzoek kan worden bepaald hoeveel dieren in ieder geval aanwezig waren en op basis hiervan kan iets worden gezegd hoe belangrijk bepaalde dieren waren. Onderzoeksresultaten worden geschreven en gepubliceerd waarbij tabellen en afbeeldingen worden gebruikt.

Gewei.
Gewei.

Bronnen

Wikipedia

Wikipedia

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.