Paddenstoelmug in barnsteen (foto: Hunebed Nieuwscafé)

Gerke Holtrop is een geboren en getogen Drent die als amateurarcheoloog heel wat akkers in de provincie heeft afgestruind. Naast zijn carrière als artsenbezoeker verdiepte hij zich in de archeologie. Inmiddels is hij met pensioen maar nog steeds is hij actief als rondleider bij het Hunebedcentrum in Borger.

Dertien jaar oud was hij toen hij zijn eerste vondst deed: een stenen bijltje van bijna vijfduizend jaar oud. Dit was het begin van een lange carrière als amateurarcheoloog. “Ik had toen geen idee wat ik in handen had, maar mijn vader heeft het laten onderzoeken bij het Drents Museum. Het bijltje bleek uit ongeveer 2700 voor Chr. te komen.” Gerke is in 1940 geboren in Assen en woonde aan de rand van het Amelterbos. De jonge Gerke was veel buiten, op de Kampsheide en op het Balloërveld, waar hij in bomen klom, hutten bouwde en eieren zocht. Maar hij had ook altijd al wat met stenen.

Na het afronden van de HBS, de vroegere hogereburgerschool, in 1960 wilde Gerke graag archeologie studeren. Helaas liep het anders, hij moest in dienst en toen hij twee jaar later terugkeerde, kwam het er niet meer van. “De oorlog was nog niet zo lang geleden afgelopen en geld was er niet. Dus ik moest aan het werk.” Jarenlang heeft Gerke apothekers, ziekenhuizen en apotheekhoudende huisartsen bezocht, voor drie verschillende groothandels in medicijnen. Toch liet de archeologie hem niet los en verdiepte hij zich naast zijn werk in dit vakgebied. Vooral van de prehistorie weet hij naar eigen zeggen veel.

Zoek en gij zult vinden

Van een gepensioneerde boer uit Drenthe, net als hij amateurarcheoloog, leerde Gerke waar je moet zoeken: in de buurt van water. Na het einde van de laatste ijstijd, zo’n 13.000 jaar geleden, trokken jagers-verzamelaars vanuit het zuiden steeds noordelijker, een gunstiger klimaat en de dieren achterna. Dit duurde tot ongeveer 4000 voor Chr. toen mensen zich definitief in onze streken vestigden en landbouw en veeteelt gingen bedrijven. “Zij gingen dichtbij water wonen want de mens heeft water nodig. Op een droge plek waar weinig stenen in de grond zitten en naast het water, daar zaten ze. En in Drenthe stikt het van de kleine riviertjes en vennen.”

Een bronzen speerpunt  (foto: Gerke Holtrop)

Gerke sprak veel met boeren en bezocht akkers op zoek naar overblijfselen uit de prehistorie. “Na het ploegen in de herfst lieten de boeren de akker de hele winter zo liggen, met regen en wind en dooi en vorst. Dan komen zelfs de kleinste steentjes bloot te liggen.” Zelf vond hij geregeld wat en als een boer wel eens wat tegenkwam, en de prijs was aantrekkelijk, dan kocht Gerke het. Zo breidde de verzameling zich langzamerhand uit. Zijn pronkstuk, zelf gevonden, is een bronzen speerpunt. “Op een miezerige zaterdag in november ging ik op zoek. In eerste instantie bij Anderen, maar die akkers waren allemaal al afgezocht. Toen ben ik naar Erm gegaan.” Daar had hij geluk. “Ik zag een klein groen buisje uit de grond steken. Eerst dacht ik dat het een geweerhuls was en wilde ik doorlopen. Toch heb ik het opgepakt en toen trok ik zo een bronzen speerpunt uit de grond.”  

Ook bijzonder zijn de klokbekers die hij vond. “We waren met de kinderen op weg naar Groningen toen ik onderweg een bouwplaats zag waar mannen in de grond bezig waren. Ik zei tegen mijn vrouw dat ik een kijkje wilde nemen. ‘Jij ook altijd met die rotstenen!’ was haar reactie. Toch ben ik gaan kijken. De mannen hadden scherven van een pot gevonden en ik mocht daar verder zeven.” Gerke vond flink wat scherven die samen twee klokbekers vormden, het aardewerk van de klokbekercultuur die dateert van ongeveer 2500 tot 2000 voor Chr.


Einde van een tijdperk

In 2013 verkocht Gerke zijn verzameling, de grootste privécollectie van Drenthe, aan het Drents museum. Volgens Jaap Beuker, tot vorig jaar conservator bij het Drents museum, is het een unieke collectie. “Door de hoeveelheid voorwerpen, door de hoeveelheid bronzen voorwerpen die erin vertegenwoordigd zijn en omdat alle vindplaatsen goed gedocumenteerd zijn. Er zitten unieke stukken bij die rechtstreeks in de vitrine kunnen,” aldus Beuker. Het resultaat van meer dan vijftig jaar verzamelen gaf hij uit handen, maar Gerke zelf blijft er nuchter onder. “Tja, wat moet ik met die enorme verzameling, meenemen kan ik het niet en mijn kinderen vroegen zich ook al af wat ze er mee moesten.”

Klokbekers (foto: Gerke Holtrop)


Tranen der goden

Toch had hij al eerder een nieuwe interesse gevonden. Toen hij in 2000 met de VUT ging, stortte hij zich op fossielen. “Bij hoge uitzondering kreeg ik toestemming om naar fossielen te zoeken bij een zandzuigerij in Drenthe. Tot mijn stomme verbazing vond ik daar barnsteen. Toen ik later een stuk barnsteen met een insect erin vond, was ik helemaal verkocht.” Gerke wist wel dat barnsteen ooit hars van bomen was geweest, maar het fijne wist hij er niet van. Dus maakte hij ook hier een studie van. Meerdere keren ging hij op bezoek bij Dr. Wolfgang Weitschat van de Universiteit van Hamburg, dé kenner op het gebied van barnsteen en insecten. “Daar ging ik dan een middag of een dag heen met de stukjes met insecten erin en hij vertelde me precies om welke insecten het ging.”

Volgens de Griekse mythologie stolden de tranen van de dochters van de zonnegod Helios tot barnsteen toen zij rouwden om de dood van hun halfbroer Phaëton. In onze tijd wordt barnsteen vaak aangeduid als versteend hars. Maar dat is het niet. “Het hars van de boom moet afgesloten zijn van zuurstof anders verdwijnt het. Onder die condities veranderen de moleculen mettertijd. Bij het ontstaan van veel gesteentes gaat het om tijd en druk, maar in dit geval gaat het om tijd en de afwezigheid van zuurstof. Na een miljoen jaar mag je zeggen dat het barnsteen is.“

Het barnsteen dat Gerke gevonden heeft, is veertig tot vijftig miljoen jaar oud. Het zit een meter of vijfentwintig diep in de grond en is afkomstig uit de Baltische Staten. In die tijd stonden daar enorme bossen die veel hars produceerden. Er liep een gigantische rivier door het gebied, “de Amazone van Europa”, de Eridanos, die ontsprong in Lapland en bij Hamburg uitmondde in een ondiepe zee. De huidige Oostzee en de Baltische golf zijn restanten van deze rivier die rond 800.000 jaar geleden door de gletsjers van de ijstijd “vermoord” of afgesloten werd. De oer-rivier heeft zand, grind, stenen en ook barnsteen afgezet onder de Noordzee, Noord-Nederland en Denemarken. Daarom kun je barnsteen soms op het strand vinden, bij de Waddeneilanden en landinwaarts in de grond. Hoe noordelijker je zoekt, hoe minder diep het zit.


Parende dansmuggen in barnsteen (foto: Christophe Brochard)


Vastgeplakte insecten

De insecten die in sommige stukken barnsteen opgesloten zitten, zijn miljoenen jaren geleden op de hars blijven plakken en ingesloten geraakt. “Die insecten zijn piepklein, drie millimeter is al groot. Ze blijven bewaard omdat het pantser van insecten uit chitine bestaat, maar de inhoud van het insect is weg, dat is verteerd. Barnsteen met insecten groter dan drie millimeter is bijna altijd vals. Zo ook dit stuk met een hele schorpioen erin. Een schorpioen zou niet blijven plakken aan een beetje hars. Je kunt de echtheid ook controleren door 160 gram zout op te lossen in een liter water. Barnsteen blijft hierin drijven en de meeste kunststoffen niet.”

Gerke heeft een grote collectie barnsteen, met en zonder insecten maar allemaal echt. Zijn topstuk is een exemplaar met twee parende dansmuggen erin. Onder de loep bekeken is het opmerkelijk hoe veel details zichtbaar zijn. Behalve insecten zijn er soms ook plantenresten zichtbaar in een stuk barnsteen. Maar dit komt nog minder voor dan de insecten. Gerke heeft slechts één exemplaar met een naald van een conifeer erin.

Op de gevoelige plaat

De exemplaren met insecten erin heeft hij laten fotograferen door Christophe Brochard. “Dankzij een bepaalde techniek die de foto opbouwt uit wel zeventig laagjes, zie je diepte in de foto ook al zijn de insecten maar een paar millimeter groot.” Het resultaat kan zo in een boek, maar dat is niet de bedoeling. “Die behoefte om te publiceren heb ik niet, ik werk liever in stilte.”

Rondleidingen

Wel vertelt hij graag over de archeologie en over barnsteen. Gerke is rondleider voor volwassenen in het Hunebedcentrum. “Ik vind het erg leuk om uitleg te geven over deze onderwerpen, zeker als iemand geïnteresseerd is. Maar mensen zijn ook wel eens sceptisch, ‘hoe weet je nou dat het zo oud is?’. Dat is leuk hoor, ik ga dat niet uit de weg maar vertel dan over de C14-methode.” Eerder gaf hij ook les aan schoolkinderen. “Dat vond ik schitterend. Je moet het natuurlijk zo brengen dat ze aan je lippen hangen. Maar het was ook vermoeiend. Ik ben 78 en ik doe het wat rustiger aan.”

Gerke heeft overwogen om op latere leeftijd alsnog archeologie te gaan studeren. Maar de hoeveelheid statistiek in de studie stond hem tegen. Archeoloog Jan Albert Bakker raadde hem de Universiteit van Amsterdam aan omdat de studie daar minder statistiek bevatte. Maar Gerke vond de hoofdstad te ver weg. “Bovendien ben ik meer een man van brede interesse, als ik medicijnen had gestudeerd, was ik huisarts geworden.” En zijn verzamelingen laten zien dat een studie archeologie geen voorwaarde is voor een interessante en succesvolle carrière als (amateur)archeoloog.

Marike Goossens

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.