1 Archeologie voor Dummies

De belangstelling voor archeologie neemt de laatste jaren toe. Mensen zijn gefascineerd door de overblijfselen van het verleden en de media besteden regelmatig aandacht aan nieuwe vondsten. In Archeologie voor Dummies komt alles over dit interessante vakgebied aan bod. Op een complete en heldere manier leer je alles over de achtergronden, theorie en opgraafpraktijken. Bovendien bevat het boek ook informatie over amateurarcheologie, zodat je ook zelf aan de slag kunt.Dit boek biedt een gedegen introductie voor iedereen die in de achtergrond van het vakgebied geïnteresseerd is, maar ook voor de mensen die zelf naar archeologische vondsten op zoek gaan. Nancy Marie White is archeologe en doceert het vak aan de universiteit van Zuid-Florida. Naast prehistorische en historische archeologie specialiseert zij zich in theoretische kwesties en archeologie door overheidsdiensten.

2 Elementaire Deeltjes 21 – Archeologie

Dit Elementaire Deeltje reflecteert de langdurige populariteit van archeologie. Voor de één is het een hobby, voor de ander een carrière, maar in alle gevallen omvat het ruim tweeënhalf miljoen jaar wereldgeschiedenis. En archeologie is meer dan alleen romantisch opgraven: ook theorievorming, technologie en wetenschap spelen een belangrijke rol. Paul Bahn geeft een pakkend kijkje in de keuken van de hedendaagse archeoloog.

3 Minibijbel over archeologie

Een bijzondere reis langs de grote vindplaatsen, van Stonehenge tot de piramiden van Gizeh en van Tenochtitlán tot de grot van Lascaux in Frankrijk. Met ruim 500 foto’s, kaarten,illustraties en afbeeldingen.

4 Van Bodemvondst Tot Database

Binnen de archeologie is de laatste jaren veel veranderd door nieuwe wet- en regelgeving. De werelden van de professionele archeologie en de amateurarcheologie zijn in de praktijk steeds meer uit elkaar gegroeid. Maar met de juiste voorbereiding is er voor amateurarcheologen nog steeds een centrale rol weggelegd in de archeologie. Amateurarcheologen beschikken over waardevolle historische en archeologische kennis van de streek. Bovendien hebben zij vaak veel ervaring en deskundigheid. Zij kunnen hiermee een belangrijke rol spelen bij opgravingen en onderzoek. Bovendien zijn ze een essentiële schakel tussen de archeologie en het publiek. Van bodemvondst tot database maakt de lezer wegwijs in de mogelijkheden die er voor de amateurarcheoloog zijn. Het behandelt niet alleen de nieuwste stand van kennis en de huidige situatie in wet- en regelgeving, maar ook de praktische kant van de archeologie. Zo komen onder andere de voorbereidingen, het veldwerk, informatie over materialen en technieken, het uitwerken van de verkregen gegevens en de voorlichting van het publiek aan bod.

5 Geschiedenis van Drenthe – Een archeologisch perspectief

Geschiedenis van Drenthe – Een archeologisch perspectief geeft een overzicht van wat de archeologie heeft bijgedragen aan de kennis over Drenthe vanaf de vroegste tijden tot aan de Tweede Wereldoorlog. Vanaf de 9e eeuw zijn er weliswaar historische bronnen, maar die vertellen maar een deel van het verhaal. Archeologen kunnen met hun specifieke onderzoeksmethoden kennis over de Middeleeuwen en de Nieuw(st)e Tijd genereren die niet uit geschreven bronnen te halen is. We maken kennis met jachtkampementen, monumentale en bescheiden grafmonumenten, opgegraven gehuchten en sporen van rituelen in nederzettingen en daarbuiten. En natuurlijk ontmoeten we (anonieme) mensen, waaronder machtige hoofdmannen en een onfortuinlijk ‘lelijk eendje’.
Dr. Wijnand van der Sanden (1953) studeerde West-Europese Prehistorie aan de Rijksuniversiteit Groningen en was 30 jaar provinciaal archeoloog van Drenthe, de eerste tien jaar in combinatie met het conservatorschap bij het Drents Museum. Sinds 2017 is hij conservator archeologie bij het Drents Museum. Hij schreef diverse boeken over veenlijken in en buiten Nederland, houten ‘godenbeelden’ uit Noordwest-Europa en galgenbergen en hunebedden in Drenthe. 

6 Het groot profielenboek

In de archeologische praktijk wordt veel van de archeoloog in het veld gevraagd. Hij/zij is het welbekende schaap met de vijf poten. Naast de dagelijkse bureaucratische rompslomp blijft helaas vaak te weinig tijd over voor de archeologische inhoudelijke kant van het werk en dan dient de veldarcheoloog zich ook nog eens bezig te houden met ”het profiel”.
Dit boek beoogt de veldarcheoloog enig houvast te bieden bij de documentatie en interpretatie van ”het profiel” en probeert een antwoord te geven op vragen die veel in het veld worden gesteld. Waarom is de bepaling van het koolzure kalkgehalte van een sediment zo belangrijk? Wat is het verschil tussen een rivierduin en een donk? Hoe en hoe snel ontstaat een podzol? Is een eerdlaag hetzelfde als een esdek? Bevat het profiel nog voldoende stuifmeelkorrels voor een zinvolle analyse? Wat zegt een EZ23 op de bodemkaart nu eigenlijk? In dit boek vind je het antwoord op bovenstaande en vele andere vragen.
De schrijvers van het boek zijn beiden werkzaam als fysisch geograaf bij EARTH Integrated Archaeology. Wilko van Zijverden begon zijn carri re in de archeologie in 1993 en verzorgt daarnaast sinds 2007 onderwijs in de aardwetenschappen bij de opleiding Archeologie van SAXION in Deventer. Jos de Moor werkt sinds 2001 als fysisch geograaf in het archeologisch werkveld.

7 Het tekenen van vuurstenen artefacten

Onderzoekers en liefhebbers van de Steentijd brengen veel tijd door met het bestuderen en documenteren van stenen artefacten. Omdat het onmogelijk is om al deze artefacten fysiek te bestuderen is men in veel gevallen afhankelijk van afbeeldingen. Tekeningen zijn daarbij vaak het meest informatief aangezien in de lijnen en vlakken van zo’n tekening technologische informatie ontsloten wordt die de beschouwer vertellen hoe het afgebeelde artefact is gemaakt. Andersom is het maken van dergelijke tekeningen een uitstekende manier om deze technologische informatie te leren herkennen en begrijpen.
In een grijs verleden ambieerde Yannick een carrière als kunstenaar en hoewel de kunstwereld waarschijnlijk zonder hem beter af is, heeft hij zijn passie voor tekenen in zijn carrière als archeoloog een nieuw doel gegeven in de vorm van het tekenen van vuurstenen artefacten.
Hij krijgt daar regelmatig vragen over uit zowel de amateur- als de beroepswereld met ‘Het zal wel heel erg moeilijk zijn, niet?’ als belangrijkste. Het maken van artefacttekeningen is gebonden aan regels en conventies die iedereen kan leren. Uiteraard helpt het als je enige handigheid met een tekenpen hebt, maar deze vorm van tekenen is een ambacht, geen kunstvorm. Een ambacht dat iedereen met een beetje doorzettingsvermogen kan leren.
Met dat als uitgangspunt geeft Yannick cursussen artefacttekenen. Bij het voorbereiden van die cursussen viel op dat er weinig literatuur voorhanden is die geschikt is als lesmateriaal. Dit boekje is daarvan het resultaat.

8 De zaak Vermaning

In 1965 ontdekte de amateurarcheoloog Tjerk Vermaning (1929-1987) vlakbij zijn woonplaats Smilde twee kampementen uit de tijd van Neanderthalers. In de jaren daarna vond hij er nog enkele, in Hijken en Eemster. De wetenschap reageerde enthousiast. Vermaning kreeg de Culturele Prijs van Drenthe en een jaarlijkse toelage om te kunnen blijven zoeken. De vinder wilde echter meer: een eredoctoraat en een baan bij het Drents Museum.
De verhouding met de officiële wetenschap verslechterde gaandeweg. Nader onderzoek van zijn vondsten leidde tot de conclusie dat ze recent vervaardigd waren. In 1977 werd Vermaning door de rechtbank in Assen veroordeeld wegens oplichting, maar een jaar later sprak het Hof in Leeuwarden hem vrij omdat het niet bewezen werd geacht dat hij de stenen zelf had vervaardigd. Medestanders van Vermaning zetten zich decennialang in voor rehabilitatie. Steentijddeskundigen echter zijn ervan overtuigd dat de stenen vervalst zijn.

9 Atlas van Nederland in het Holoceen

Het Nederlandse landschap is sinds het einde van de laatste IJstijd, 11.700 jaar geleden, voortdurend veranderd. Waar we nu rondlopen was ooit een koude poolwoestijn, een rivierdelta of een ondiepe zee. het einde van de laatste IJstijd markeerde het begin van een nieuwe geologische periode, het holoceen -; de relatief warme periode waarin wij nog steeds leven. Vanaf dat moment kreeg Nederland langzaam zijn huidige vorm.
De Atlas van Nederland in het Holoceen bestaat uit bijzondere kaarten, aangevuld met archeologische en historische informatie. Voor elf verschillende momenten sinds de IJstijd geven deze kaarten de oude geografische situatie weer, op basis van tienduizenden boringen en nieuw, geologisch, bodemkundig en archeologisch onderzoek. Deze schitterende atlas geeft daarnaast een verrassend beeld van de positie van de mens in het landschap. Hoe maakte hij gebruik van de mogelijkheden die het landschap hem bood? En op welke wijze heeft hij het landschap naar zijn hand gezet?
De Atlas van Nederland in het Holoceen verandert voorgoed uw blik op het ons zo vertrouwde landschap.

10 Het Drentse Esdorpenlandschap

Het woord ‘Drenthe’ roept bij veel mensen associaties op met heide, hunebedden en schapen. Hoewel het traditionele beeld van Drenthe nog steeds tot de verbeelding spreekt, valt er nog veel meer over deze provincie te vertellen. In Het Drentse esdorpenlandschap. Een historisch-geografische studie, het proefschrift van landschapswetenschapper Theo Spek, komt een veelzijdige visie op het Drentse landschap naar voren. In de achttien hoofdstukken wordt onder andere aandacht besteed aan de rol van het menselijk ingrijpen door de eeuwen heen, de geschiedenissen van oude families en de samenstelling van de Drentse bodem. Ook de ontwikkeling van de dorpen Balloo, Gasselte, Valthe en Ansen komt uitgebreid aan bod.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.