1 Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen

De gids geeft in beknopte vorm een compleet overzicht van alle nog bestaande hunebedden in de provincies Drenthe en Groningen, 54 in totaal. De lezer vindt er alle mogelijke informatie over de hunebedden: waar ze liggen, hoe oud ze zijn en natuurlijk welke vondsten er gedaan
zijn, maar ook over hun landschappelijke ligging, grootte, oriëntatie, restauraties en andere bijzonderheden. Bij veel van de hunebedden wordt een thema behandeld, zoals de herkomst van de stenen, de ligging bij moerassige plekken of langs een weg, de wijze van dodenbijzetting, de zorg voor de hunebedden (onder meer in de Tweede Wereldoorlog), vandalisme, en nog veel meer. De gids wordt voorafgegaan door een inleiding over de mensen die in de Steentijd de hunebedden hebben gebouwd en de manier waarop hun nazaten er mee omgesprongen zijn. Ook alternatieve theorieën komen aan de orde. Voor het boek zijn nieuwe foto’s gemaakt. Het is onmisbaar voor iedereen die de hunebedden wil bezoeken en de laatste stand van zaken wil weten.

2 Mythische stenen – deel 1 – deel 12 – in het Engels deel 1

Verspreid over heel Europa liggen grote stenen gerangschikt tot geordende monumenten. Vaak verborgen voor de onwetende reiziger, nog vaker verminkt door vandalen uit het verleden. Wie bouwden ze, wat was hun functie en vooral, waar vind je ze?

Mythische Stenen is een ontdekkingsreisgids die camperaars en andere reizigers langs de megalieten van Europa voert. De reiziger komt als vanzelf langs de mooiste plekjes en allerlei andere bezienswaardigheden. Zo biedt Mythische Stenen een ander perspectief op de landen van Europa, vanuit de ogen van onze prehistorische voorouders.

3 Hunebedden inspireren

Tekenaar Arie Goedhart ziet in de wereld om hem heen voortdurend onderwerpen voor zijn tekeningen. Op zijn tochten door de Drentse
natuur kwam hij in aanraking met een hunebed, en daarna volgden er meer. Na enige tijd raakte hij zo door deze steenhopen geboeid dat
hij besloot ze allemaal te gaan bezoeken, te fotograferen en te tekenen. Tweeëneenhalf jaar heeft dit plan hem in beslag genomen.
Alle 54 hunebedden van Drenthe en Groningen heeft Arie Goedhart vastgelegd op zijn eigen gedetailleerde manier van tekenen. De tekeningen in dit boek ademen de magie van de stenen, de magie van het verleden, en de liefde voor het Drentse landschap. Hunebedden
Inspireren, welzeker ook de lezer!

4 Hunebedden

In het boek Hunebedden treedt Maarten Westmaas in de voetsporen van onze voorouders, de hunebedbouwers. Als door een magneet aangetrokken doorkruist hij Drenthe en belandt hij telkens weer bij deze mysterieuze graven. Met een rugzak gevuld met slechts een slaapzak, brandertje, schetsboek en camera gaat hij op pad. De ene keer overnacht hij in een keuterboerderij onder het afdak, dan weer verblijft hij onder een zeiltje in het bos terwijl het stevig onweert, maar altijd in de buurt van een hunebed. Al reizende ontdekt hij zijn ware passie: de fotografie.

5 Ode aan de hunebedden

Iedereen kent de Drentse hunebedden. Deze oudste monumenten van Nederland zijn gebouwd door het Trechterbekervolk, van zwerfkeien die in de IJstijd naar Drenthe zijn meegevoerd. Hunebedden hebben geen naam, maar wel een nummer en in Drenthe zijn dat D1 tot en met D54. Binnen een straal van 30 kilometer vind je ze allemaal. Nooit eerder is er een fotoboek verschenen dat zo’n prachtige ode is aan de beroemdste monumenten van Drenthe, de hunebedden. Door de hunebedden in divers perspectief weer te geven creëert fotograaf Karin Broekhuijsen een andere kijk op het alom bekende hunebed en geeft ze daarmee in al hun glorie een speciale plek in het Drentse landschap. Naast de prachtige foto’s bevat het boek verhalen over welke plaats de hunebedden innemen in het leven van de moderne mens.
Dit boek is bedoeld voor alle mensen die Drenthe een warm hart toedragen en geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de provincie en in het bijzonder haar mooiste monumenten.
‘Iedereen weet dat Drenthe mooi is. De mooiste provincie van Nederland. Ik weet dat ook, maar de foto’s van Karin Broekhuijsen onderstrepen, die schoonheid op een wel zeer fraaie wijze. Realisme en kunst gaan in de foto’s van Karin een prachtige verbinding aan.’
Hein Klompmaker

ode aan het hunebed


6 Paleis voor de doden

Herman Clerinx beschrijft de beschavingen die zo’n vijfduizend jaar geleden hunebedden en dolmens bouwden en menhirs rechtop zetten. Ze plaatsten die monumenten niet zozeer om hun doden te eren, maar vooral om hun eigen leefwereld te verbeteren.

Voor dit boek reisde Clerinx onder andere naar Drenthe, de Belgische Ardennen, Duitsland, Zweden, Ierland, Spanje, Bretagne en natuurlijk Engeland en Schotland. Hij vertelt wat er aan megalithische monumenten te zien is, en voor de Benelux geeft hij zelfs exact aan waar welk monument te vinden is.

Onder het motto “nadenken is niet verboden’ gaat Clerinx verder na wat de bedoeling en het nut van al die monumenten was. Daartoe combineert hij de archeologische gegevens met inzichten uit de antropologie, zonder de wetenschap ooit geweld aan te doen. Clerinx legt zelfs uit hoe Stonehenge aan de basis lag van een officieel erkende godsdienst: de religie van de moderne druïden.

7 Hoe bouw je een hunebed?

Het waargebeurde verhaal over de drent die besloot om in zijn eigen dorp een eeuwenoud mysterie te doorgronden. In het jaar 2002 bouwde Martijn Aslander een hunebed. En niet zomaar een hunebed, maar het grootste hunebed ter wereld. In zestien dagen tijd, slechts geholpen door palen en touwen en een heleboel helpende handen (sommige projecten zijn letterlijk te zwaar om in je eentje van de grond te krijgen).
Het was natuurlijk een nogal waanzinnig plan. Enigszins naïef misschien ook. En een vlucht uit de realiteit, wellicht. Maar het was veel meer dan dat! Soms realiseer je je pas vele jaren later, in retrospectief, welke functie een bepaalde keuze of stap in je leven heeft gehad. Zeventien jaar na dato beseft Martijn pas ten volle in welke mate de bouw van het hunebed inclusief de hele organisatie eromheen hem heeft gevormd, hoe zijn veerkracht en de mindset waarmee hij tegenslagen als kansen benadert, zich daar hebben ontwikkeld. 
In dit boek beschrijft Martijn hoe je liefdevol omgaat met langdurige tegenslag en tegenwerking als je iets onmogelijks voor elkaar wilt krijgen. Het verhaal is op meerdere manieren te lezen, als een spannend jongensboek maar ook als een boek vol waardevolle levenslessen en creatieve oplossingen.

8 Megalithic Research in the Netherlands, 1547-1911

The impressive megalithic tombs in the northeastern Netherlands are called ‘hunebedden’, meaning ‘Giants’ graves’. These enigmatic Neolithic structures date to around 3000 BC and were built by the Funnelbeaker, or TRB, people. The current interpretation of these monuments, however, is the result of over 400 years of megalithic research, the history of which is recorded in this book. The medieval idea that only giants could have put the huge boulders of which they were made into position was still defended in 1660. Others did not venture to explain how hunebeds could have been constructed, but ascribed them to the most ancient, normally sized inhabitants. 16th-century writings speculated that Tacitus was referring to hunebeds when he wrote about the ‘Pillars of Hercules’ in Germania. Titia Brongersma is the first person recorded to do excavations in a hunebed, in 1685. The human bones she excavated were from normally sized men and suggested that such men, not giants, had constructed the hunebeds. Other haphazard diggings followed, but much worse was the invention of stone covered dikes which required large amounts of stone. This launched a widespread collection of erratic boulders, which included the hunebeds. Boundary stones were stolen and several hunebeds were seriously damaged or they vanished completely. Such actions were forbidden in 1734, by one of the earliest laws protecting prehistoric monuments in the world. From the mid 18th century onwards a variety of eminent but relatively unknown researchers studied the hunebeds, including Van Lier (1760), Camper and son (1768-1808), Westendorp (1815), Lukis and Dryden (1878) and Pleyte (1877-1902). This intriguing history of ancient hunebed research ends in 1912, when the modern, systematic excavations of complete hunebeds began and continued until 1985. In the Introduction, a brief general review is given of the present knowledge and ideas about the Hunebed Builders, who lived some 5000 years ago during the Stone Age. The book is illustrated with a large number of drawings and prints from the 16th to the 20th century. An extensive summary in German is included. A brief description of all 53 existing hunebeds and 21-24 excavated demolished ones is included in the appendices.

9 The TRB West Group – Studies in the Chronology and Geography of the Makers of Hunebeds and Tiefstich Pottery

In 1979 the by now classic work on the pottery of the TRB West group of Jan Albert Bakker was published. In his book Bakker deals with the research history and typochronology of the TRB pottery. Also he gives a detailed account of the other TRB finds such as flint and stone artefacts and of course the most important TRB sites. Over the years this book has become a standard-work for anyone who is interested in hunebeds and their makers. The author wrote a new introduction to this reprint in which he describes how the book of 1979 came together and the research that has been carried out since then.

10 In het spoor van Lukis en Dryden

Rond 1870 waren de meeste hunebedden in Drenthe in het bezit van de rijks- en provinciale overheid gekomen. Ter gelegenheid daarvan werden ze door de lokale autoriteiten ‘opgeknapt’. Tijdens deze archeologisch niet onderbouwde restauraties werden dekheuvels verwijderd en omgevallen stenen zonder kennis, supervisie en documentatie teruggeplaatst. Aan de vondsten die daarbij tevoorschijn kwamen werd weinig aandacht besteed. Vanuit Engeland werd de noodklok geluid. Voor het eerst werd de archeologische waarde van de hunebedden onderkend en ontstond de wens om de monumenten zeer zorgvuldig te beschrijven, voor het te laat was. William Collings Lukis en sir Henry Dryden reisden af naar Drenthe en documenteerden in de periode van 1 tot 22 juli 1878 veertig hunebedden, in plattegrond en aanzicht. Daarnaast tekenden ze aardewerk in het Drents Museum en en passant de kerken van Anloo en Vries. Op de terugweg documenteerden ze bovendien een aantal vondsten in de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden. De kwaliteit en informatiewaarde van de door Lukis en Dryden vervaardigde tekeningen en bijbehorende beschrijvingen was voor Nederlandse begrippen van een ongekend hoog niveau. Ze vormen een unieke en prachtige bron van informatie over de toestand van de Drentse hunebedden aan het einde van de negentiende eeuw. In het spoor van Lukis en Dryden. Twee Engelse oudheidkundigen tekenen Drentse hunebedden in 1878 toont voor het eerst alle tekeningen die de twee onderzoekers maakten. Het boek schetst een prachtig beeld van de reis die Lukis en Dryden aflegden in het negentiende-eeuwse Drenthe. Hun werk geeft een bijzondere inkijk in de toenmalige omgang met cultureel erfgoed en de archeologie.

11 W.J. de Wilde

W.J. de Wilde is waarschijnlijk de raadselachtigste figuur in de geschiedenis van de Nederlandse prehistorische archeologie. Hij is in 1860 in Batavia geboren en schreef zich in 1880 aan de universiteit van Utrecht in als student medicijnen, waar hij pas na tien jaar zijn propedeuse haalde. Zijn lange studieduur schijnt niet het gevolg van veel feesten geweest te zijn want in 1892 werd hij door prof. Pekelharing aangesteld als assistent op het fysiologisch laboratorium. Pekelharing stond er om bekend dat hij weinig ophad met feestende studenten en eiste dat ze hard werkten. De Wilde studeerde vervolgens af, maar ging niet door voor zijn artsenexamen. Hij richtte zich geheel op zijn assistentschap, maar nam in 1902 ontslag.
Vanaf dat moment richtte hij zich op de studie van de hunebedden. Hij bezocht ze allemaal meerdere keren, mat ze op, fotografeerde ze en beschreef hun toestand. Hij ontwikkelde een eigen visie op het ontstaan van deze monumenten en publiceerde een aantal artikelen waarin hij hoofdzakelijk het toenmalige idee dat deze door de Kelten gebouwd waren bestreed. In 1913 had hij zich via deze artikelen en lezingen een dusdanige positie in de Nederlandse prehistorische archeologie verworven dat hij verzocht werd om zijn theorie in het tijdschrift van het Nederlandse Museum van Oudheden te publiceren. De Wilde accepteerde dit verzoek, maar het artikel verscheen niet. In dit zelfde jaar verdween De Wilde geheel uit beeld. Toen hij in 1936 overleed was hij reeds geheel vergeten.

12 Megalithic monuments and social structures – VERWACHT

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.