Diorama in het museum van Sion

Vanaf 3.000 v Chr bouwden de prehistorische bewoners van het Rhônedal in Sion in het kanton Valais (Wallis) neolithische dolmens. Kennelijk werd het milde klimaat in de Rhônevallei ook in de prehistorie al gewaardeerd. Het is nu nog steeds het gebied met de meeste zonuren en de minste neerslag van heel Zwitserland. Terwijl de Rhône genoeg water aanvoert voor landbouw.

In de jaren ’60 van de vorige eeuw werden in de wijk ‘Le Petit Chasseur’ menhirs, steenkisten  en dolmens ontdekt, eerst bij het aanleggen van een waterleiding en later bij het bouwrijp maken van een stuk grond. De 13 ontdekte dolmens zijn van lokale steenplaten gemaakt,  een lange dekheuvel van kleine stenen maakte er een imposant, langgerekt, naar achteren spits toelopend geheel van. Dat spits toelopen, tegen de heuvel op, versterkt het perspectief en maakt er voor het oog een nog imposanter geheel van. Ditzelfde ‘trucje’ kennen we van hunebedden op het Duitse eiland Rügen en in de Poolse streek Kujawië. Vóór de dolmens werden steenplaten met versieringen geplaatst, meestal hebben deze steenplaten een mensachtige contour. We spreken van antropomorfe stèles. Dit maakt de dolmens / steenkisten van Sion zo uniek.

Dolmen in de wijk Petit Chasseur, Sion; geheel overkapt ter conservering
Voorstelling van Zwitserse dolmen met langgerekte dekheuvel .
Rechts in de dolmen bevindt zich de ingang. Ervoor de versierde stèles.
(Tekening: Sébastien Favre)

De bevolking onderhield in deze tijd contacten met  Noord-Italië en de Franse Rhônevallei; ook uit de buurt van Aosta kennen we antropomorfe stèles. Na 2500 v Chr, de tijd van de  Klokbekercultuur, worden de dolmens eenvoudiger (meer steenkisten zonder steenpakking), maar de antropomorfe stèles krijgen de unieke uitbundige versieringen. Naast  mannelijke verschijnen er ook vrouwelijke stèles. Sommige dolmens worden later weer afgebroken, de stèles in stukken gebroken, maar de restanten hergebruikt bij nieuwe dolmens. De Bronstijd brak aan.

Die afbraak van iets heiligs als een dolmen, verblijfplaats van doden, is intrigerend. Waarom deed men dat, als er daarna van de resten weer een nieuwe dolmen gemaakt werd? Was de dolmen voor iemand gebouwd  terwijl hij nog leefde, dan kan vernieling op macht- of statusverlies voor of na zijn dood duiden. Was de dolmen opgericht na iemands dood? Dan kan vernieling betekenen dat de persoon uit de gratie raakte of gewoonweg vergeten of onbelangrijk geworden was. Ook een eventuele invasie van een naburige stam kan een verklaring voor vernielingen zijn. Naast het heuvellichaam van een dolmen zijn grote aantallen schedels gevonden. Is deze dolmen geruimd en daarna hergebruikt?

Een vroege stèle met fraai halssieraad en fijn uitgewerkte, dunne armen en handen. Zeer precies gebeitelde concentrische ringen
De oudste stèles, type A
Later: mannelijke en vrouwelijke stèles, type B

De dolmens werden uiteindelijk soberder tot ca. 1600 v Chr. Toen stopte het begraven in dolmens, net als elders in Europa.

We kennen antropomorfe stèles uit Corsica, we kennen de déesse des morts als afbeelding op dolmens van de SOM-cultuur (met borsten en collier), maar niets haalt het bij de bewerking van de Zwitserse stèles uit de Bronstijd. Alleen uit de omgeving van Aosta in Italië kennen we vergelijkbare afbeeldingen. Met grote precisie zijn repeterende, geometrische patronen uitgehakt. Moest dit een weefpatroon van kleding voorstellen? De mensfiguren zijn -in de mannelijke vorm- voorzien van bijl, pijl en boog, dolk, halsketting of halssieraad, riem, beurs en een soort schort, de vrouwelijke vorm komt er bekaaider af:  halssieraad, ceintuur en, naar men veronderstelt, zoom van een tunica. Een aantal voorstellingen lijkt de zon weer te geven, met zonnestralen en repeterende vlakken, zo precies, dat je je kunt voorstellen dat de Zwitsers zich later met de horloge-industrie zijn gaan bezighouden.  

Geometrische vlakverdelingen: boven zon en zonnestralen?
Daaronder weefpatronen?

De Zwitsers zijn duidelijk trots op deze archeologische vondsten. Eén dolmen is bereikbaar via een hekje en trap in het trottoir. Je loopt naar beneden, doet zelf het licht aan en staat oog in oog met het verleden. Daarboven staat een flat. Kosten noch moeite gespaard.

De prehistorie zonder kaartje vrij toegankelijk onder het trottoir.

Een alignement (rij) van menhirs is weer keurig opgesteld, ertussen liggen een paar steenkisten.

Alignement rechts, links een steenkistrest en op de achtergrond een artistiek overdekte dolmen

De mooi versierde stèles zijn in het Musée d’histoire du Valais in Sion terechtgekomen, evenals de vondsten uit de dolmens. Een zilveren en een gouden haarring, klokbekers, pijlpunten, kralen van viswervels en hangers van schelpen en wildzwijntanden. In het museum staan ook kleine diorama’s om de oorspronkelijke opstelling van de dolmens te verduidelijken. Al met al: Sion is een bezoek waard! En…in 2018 zijn bij de aanleg van een parkeergarage weer nieuwe vondsten gedaan. Het onderzoek gaat verder.

Vondsten: o.a. pijlpunten (geheel rechts één van bergkristal), pijlschachtslijpers, klokbeker, hangers van wildzwijntanden, zilveren haarlokring
Uniek voor Europa! (Tekening door Sébastien Favre)

Bronnen:

Alain Gallay: Autour du Petit-Chasseur. 2011

Philippe Curdy en Sébastien Favre: Promenade dans la Préhistoire sédunoise. 1995

S. Favre, A. Gallay, K. Farjon, B. de Peyer: Stèles et monuments du Petit-Chasseur. 1986

Claudia Schnieper, Nicolas Faure: Die Schweiz vor Christus. 1993

Door: Sipke van der Zee

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.