Sinds kort werk ik als vrijwilliger bij het Hunebedcentrum in Borger. Het is de bedoeling dat ik in het Oertijdpark gekleed ga volgens de laatste mode van de Steentijd, Bronstijd of IJzertijd. Leuk natuurlijk, maar dat is kleding die ik niet in de kast heb hangen. Dus dit betekent dat ik zelf aan de slag moet. In dit artikel neem ik je mee door de werkwijze van een prachtig patroon voor een Bronstijd-top voor de vrouw. Het is mijn bedoeling dat je na het lezen van dit artikel ook enthousiast bent geworden en zelf aan de slag gaat. Want zelf kleding maken en daarna dragen in het Oertijdpark is echt het allerleukst.

Eerst geef ik je uitleg over de herkomst van de top en hoe deze in elkaar zit. Daarna leg ik je het patroon van de top uit. Welke materialen moet je gebruiken, hoe neem je de juiste maat op en daarna de werkwijze van naaien.

Egtvedpiken.jpg
Het meisje van Egtved.
Von FinnWikiNo – Eigenes Werk, CC BY-SA 3.0, Link

Van Nadine kreeg ik een prachtige top te leen. Deze top is nagemaakt naar het model wat het meisje van Egtved droeg. De stof is geweven van wol en bestaat uit smalle banen. Het kan zijn dat dit te maken heeft met de breedte van het weefgetouw waarop de stof is gemaakt.

Patroon

Op het eerste gezicht lijkt het alsof de top uit een rechthoekige lap voor de voor- en achterkant bestaat en de mouwen daarna zijn aangezet (tekening a.). Niets is minder waar. Het zit veel ingenieuzer in elkaar. Je ziet misschien al op de foto hierboven van de achterkant van de top, dat er horizontale banen lopen die op de rug zijn vast genaaid. Wanneer je goed kijkt naar de voorkant, zie je dat de mouwen doorlopen. Van de ene mouw, over de borst naar de andere mouw. Er zijn geen verticale mouwnaden te ontdekken.  (zie tekening b.) Op de voorkant zit 1 echte horizontale naad, halverwege de taille en een ‘valse’ naad, ook horizontaal, op borsthoogte. Op de achterkant zijn wel 2 echte naden te ontdekken. Hoe zit dit?

tekening a en tekening b.

Na wat puzzelen, tekenen en vouwen kwam ik tot het volgende patroon. (tekening c en d.) De top bestaat uit een brede rechthoek. Vanaf de zijkanten wordt de stof in geknipt en naar achteren gevouwen. De bovenste strook worden de mouwen en schouderdeel. De onderste strook gaat onder de oksels door en vorm zo een kort voor- en achterpand.  Door als laatste een extra strook aan de top toe te voegen, wordt de top langer gemaakt. Verderop in het artikel geef ik aanwijzingen hoe je de stof het beste kunt knippen.

Materiaal

In de Bronstijd hield men voor het eerst schapen en de wol daarvan werd vanaf die tijd gebruikt voor o.a. kleding. De originele top is van geweven wol in natuurlijke tinten. De weefwijze is linnenbinding. Zie een voorbeeld op de onderstaande foto. Het is tegenwoordig best lastig om het juiste materiaal te vinden. De meeste wollen stoffen zijn te fijn geweven of in een binding die toen nog niet werd gebruikt. Het mooiste is om zelf de stof te weven, maar dat wordt een volgend project.
Omdat de top die ik nu maak een proefversie is, heb ik gebruik gemaakt van een woondeken uit een bekende Zweedse woonwinkel. Verder heb je nodig een schaar, een centimeter, een naainaald met stompe punt en ongetwijnde wol als naaigaren. Ik heb deze keer gebruik gemaakt van een metalen naald en spelden. Wil je echt op de authentieke manier werken , dan is dit zonder spelden en met een naald gemaakt van been of hout. De wol voor het naaien is ongetwijnd. Let op dat je de draad niet te lang maakt. Tijdens het naaien slijt je draad en kan makkelijker breken. Beter is om kortere stukken te gebruiken en wat vaker aan- en af te hechten.

Weave.jpg
Effenbinding of Linnenbinding. By Henningklevjer~commonswiki. CC BY-SA 2.5, Koppeling

Maat

Een aantal maten zijn belangrijk: borstomvang of taillewijdte en bovenarmomvang.
Leg een centimeter glad om je middel, niet te strak en noteer het aantal centimeters. Meet op dezelfde manier ook je borstomvang.
Wat is wijder, je borstomvang of je taillewijdte? Neem de grootste maat. Daarna meet je de omvang van je bovenarm door de centimeter glad om je arm te leggen, net onder je oksel. Deze maat heb je nodig om je mouwen wijd genoeg te laten zijn. Noteer alle maten als geheugensteuntje. Bij een paar zijden komt nog een naadtoeslag bij. Zie de afbeelding hieronder. De stippellijnen geven de naden aan.

Werkwijze: knippen van de stof

Nu je de materialen hebt en je maten hebt opgenomen, kun je beginnen. We gaan eerst de grote rechthoekige lap meten en knippen. Ik heb in het klein de stappen voor je gefotografeerd.

Stap 1

Leg de lap stof glad en open op tafel.
Meet langs de onderzijde het aantal centimeters af wat je gemeten hebt bij je borst of taille.
Meet langs de zijkant de omtrek van je bovenarm + aan beide zijden een naad van + 2 cm. Zie ook de tekening hierboven. De stippellijn geeft de naden aan. Meet daaraan vast 10 cm voor de okselstrook.

Stap 2

Verbind de lijnen met spelden en knip langs de spelden.
Nu heb je de juiste rechthoek voor je top.

Stap 3

Vouw daarna de stof in de breedte dubbel.
Meet vanaf de bovenkant de lengte die je gemeten hebt om je bovenarm  +  2x 2 cm voor de naden.
De onderste 10 cm. van de stof wordt de strook die later onder je oksels door naar achteren gaat.

Stap 4

Meet nu vanaf de vouwlijn van de stof de helft van de helft van je taillewijdte.
Voorbeeld: Heb je een taillewijdte gemeten van 80 cm, dan meet je de helft van de helft ..
de helft van 80 = 40,  de helft van 40 = 20 cm. Vanaf de vouwlijn van de stof meet je nu 20 cm af.

Stap 5

Knip nu vanaf de open kant de mouwnaden in.
Dit is de rode lijn. Deze lijn hoort recht te zijn. De foto vertekent iets.
Een optie is om de mouwen schuin weg te knippen zodat de armsgaten iets smaller worden. Dit zijn de gele lijnen.

Stap 6

Vouw de stof weer open en geef met spelden de middellijn van de mouwen aan
Deze lijn loopt over de schouders en geeft het midden aan waar de halsopening komt. (Je ziet dat ik de bovenkant van de mouwen nog niet schuin heb weg geknipt).

Stap 7

Op deze foto zie je dat de stof in de lengte is dubbel gevouwen en de halsopening is afgespeld.

Stap 8

De rode stippenlijn geeft het midden van de bovenkant van de mouwen aan.
De gele stippellijn wordt de kniprand. Je ziet dat er een naadtoeslag bij zit. Deze naadtoeslag wordt later naar binnen gevouwen waardoor de halsopening iets groter wordt.

Hieronder zie de vorm die ik heb uitgeknipt met de maten erbij.  21 cm breed en 6 cm hoog.

Werkwijze: naaisteken

In de geleende top vond ik 3 verschillende naaisteken.

Langs de mouwnaden de rijgsteek en de overhandse steek. De naden op de rug zijn allemaal vastgezet met de overhandse steek. Langs het halsboord en de mouwboorden is de festonsteek gebruikt.  Op YouTube zijn verschillende filmpjes te vinden waarin deze steken duidelijk worden uitgelegd. In dit artikel geeft ik alleen afbeeldingen en foto’s.

Rijgsteek

Overhandse steek

Festonsteek

Werkwijze: naaien

Leg de lap stof open voor je neer zoals op het patroon hierboven is aangegeven.

Pak nu van de zijkanten de onderste stroken voor de okselband en leg die over elkaar heen.
Nu sluit je de achternaad. Omdat mijn stof erg rafelig was, heb ik de randen eerst naar binnen gevouwen. Zet de strook met spelden vast en naai aan de binnen- en buitenkant de stof op elkaar met de overhandse steek. Als je goed kijkt op de 2e foto hieronder, zie je de steekjes van de achterkant al zitten. Steek de naald goed door de stoflagen.

Als de achterkant aan elkaar vast zit, worden de mouwen gesloten.
Eerst leg je de stof dubbel zodat de halsopening bovenaan komt. Daarna speld je het midden van de achterkant op de naad die je net genaaid hebt.

Nu kun je kijken of je de stof voldoende hebt in geknipt. De voor- en achterkant van de okselstrook moeten nu even lang zijn.  Waarschijnlijk trekt de achterkant iets naar binnen. Dit komt omdat er stofverlies is door de naad die je net genaaid hebt. Knip de stof iets verder in onder de mouw zodat de twee kanten van de okselstrook nu glad liggen en even lang zijn.

Zet de onderkant van de mouwen met spelden op elkaar vast en naai met een rijgsteek. Om rafelen te voorkomen, naai  je daarna met de overhandse steek de naad nog een keer vast. Let op dat je niet voorbij de rijgsteek steekt.

Nu maken we de achterkant op elkaar.  Leg de schouderflap over de okselstrook heen en speld vast. Vouw de rafelige kanten naar binnen toe, zoals je al eerder hebt gedaan bij het sluiten van de achternaad. Je ziet dat je aan het begin en uiteinde geen naadtoeslag hebt. Dit moet je een beetje schuin over elkaar heen vouwen en voorzichtig vastnaaien.

Naai de stof aan de binnen- en buitenkant op elkaar vast. Je krijgt op de buitenkant van je werk een dubbele rij steekjes te zien.

Werkwijze: afwerking

Ook bij halsopening zul je merken dat op de hoeken van het ovaal de stof iets kan trekken. Dit kun je wegwerken door iets in te knippen of, als je rekbare stof hebt, dmv strak spelden.
De halsopening wordt vastgezet met twee randen festonsteek.

Aan de voorkant van de top, ter hoogte van de borst, kun je een ‘valse’ naad toevoegen. Zo lijkt het alsof de naden die op de rug zitten doorlopen naar de voorkant van de top. Je naait deze naad met de overhandse steek. Zie ook de foto hierboven.
Vouw daarna de mouwopening naar binnen en zet vast met een overhandse steek of een dubbele festonsteek zoals bij de hals. Werk de uitstekende draden zoveel mogelijk weg in de naad.

Nu is je top klaar. Trek je top aan en kijk of deze nu lang genoeg is. Gebruikelijk is dat de top tot navelhoogte komt, maar ik kan me voorstellen dat iets langer, tot op je rokband comfortabeler en gekleder voor het Oertijdpark is.

Je kunt altijd nog een strook aan de onderkant aan naaien . Knip daarvoor een strook stof die net zo breed is als je gemeten borst- of taillewijdte. De hoogte bepaal je zelf. Dit is afhankelijk van hoe lang je de top wil. Leg de buikstrook in de breedte voor je neer en leg de uiteinden over elkaar heen. Net zoals je bij de okselstrook hebt gedaan. Vouw de stof op dezelfde manier naar binnen en zet vast met de overhandse steek.

Speldt daarna deze buikstrook onder aan je top en naai vast met de overhandse steek aan de binnen- en buitenkant van de top. Maak als laatste de zoom. Dit kan met een rijgsteek of overhandse steek, maar nog mooier is om net als bij de halsopening de dubbele festonsteek te gebruiken.

Het heeft me wel wat zweetdruppeltjes gekost, maar ik ben best trots op het eindresultaat.  Ik hang het proefmodel in de kleedruimte voor algemeen gebruik. Ook kun je dan van dichtbij bekijken hoe de top in elkaar zit.  Mocht je nog vragen hebben, stel ze gerust.

Ik wens je veel succes met het maken van je eigen kleding.

Groet

Alea Hakvoort

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.