Rijckholt Savelsbosch. Vuursteenmijn. Wikimedia-commons

De vuursteenmijnen van Rijckholt (Limburg) – Bert de Vries

Hoe zag de wereld er zesduizend jaar geleden uit? Als je je probeert te verplaatsen in de prehistorie is dat vaak een kwestie van wegstrepen. Geen internet, geen auto’s en vliegtuigen,  geen ziekenhuizen of supermarkten. Een hutje van leem en wilgentakken, en (hopelijk) wat te eten – dat is zo ongeveer wat overblijft. Begrippen als mijnbouw, industrie en internationale handel passen al helemaal niet in het plaatje van zo’n primitieve wereld.

Mijnbouw en industrie?

Maar het plaatje klopt niet helemaal. Dat zien we bijvoorbeeld in het Limburgse mergelland, ten zuidoosten van Maastricht. Daar ligt in het Savelsbos tussen de dorpjes Rijckholt en Sint Geertruid een oeroud mijnbouwgebied [Afb. 1].

Afb. 1: Rijckholt, ingang vuursteenmijn. Wikimedia commons.

Dat werd rond 4000 v.C. in gebruik genomen, in de archeologie het tijdvak van de Michelsberg-cultuur. In deze mijnen werd geen steenkool gewonnen (zoals veel later in Limburg zou gebeuren), maar vuursteen. Om bij de vuursteenlagen te komen werden verticale schachten van tot wel 16 meter diep in de relatief zachte mergelkalk uitgehakt.  Dat gebeurde niet voor een keertje, maar honderden jaren lang. En het ging niet om een klein beetje vuursteen. Hoewel ieder jaar waarschijnlijk maar een paar schachten in gebruik waren was dit, zeker voor die tijd, mijnbouw op industriële schaal. Archeologen schatten dat in een periode van ongeveer duizend jaar er zo’n tweeduizend schachten bij Rijckholt zijn aangelegd en dat daaruit om en nabij de twintig miljoen (!) kilo vuursteen naar boven is gehaald. Dat is veel meer dan nodig is voor plaatselijk gebruik. We vinden de Limburgse vuursteen en de dingen die ervan gemaakt werden dan ook terug in grote delen van Zuid- en Midden-Nederland, zelfs in Zuid-Duitsland, tot aan Zwitserland toe.

Waarom vuursteen?

Als je twee vuurstenen tegen elkaar aanslaat kun je vonken ervan zien afspatten. Vuursteen werd vroeger dan ook gebruikt om vuur mee te maken – vandaar de naam. Maar je kunt er nog veel meer mee. Vuursteen is een hard, slijtvast gesteente dat gevormd wordt in holtes die in sommige kalksteenafzettingen voorkomen [Afb. 2] .

Afb. 2: Vuursteen. Attributie: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Lelystad – Wikimedia Commons

De superfijne kristalstructuur zorgt ervoor dat het breekt als glas: een schelpvormige breuk met een vlijmscherpe rand. Die eigenschappen maken vuursteen geschikt om er werktuigen van te maken waarmee je kunt snijden, schrapen en hakken. En dat hebben mensen dan ook honderdduizenden jaren gedaan. Bij het mijnen zelf werden ook langwerpige beitels van vuursteen (zogenaamde pics) gebruikt, naast werktuigen van hertshoorn [Afb. 3] [Afb.4] .

Afb. 3: Rijckholt vuurstenen pic. Attributie: Centre Céramique Maastricht – Wikimedia Commons
Afb. 4: Rijckholt hertshoornen houweel. Attributie: Rijksmuseum van Oudheden Leiden. Aangepast bestand: Rijckholt vuursteenmijn hertshoornen houweel 100747 RMO

Waarom mijnen?

Tijdstip en omvang van de mijnbouw in Rijckholt hebben alles te maken met de introductie van een nieuwe manier van leven. De ontsluiting van de Limburgse mijnen (en vergelijkbare mijnen in Duitsland, Frankrijk en België) valt namelijk samen met de zogenaamde neolithische revolutie. Zo noemen we de opkomst van de landbouw in de periode van de Nieuwe Steentijd (het neolithicum). Dat was een echte cultuuromslag. Tienduizenden jaren hadden mensen een zwervend bestaan geleid als jagers-verzamelaars, heen en weer trekkend op het ritme van de seizoenen en volledig afhankelijk van wat de natuur te bieden had. Nu vestigden ze zich permanent in een relatief klein gebied dat ze zoveel mogelijk naar hun hand probeerden te zetten. Om land te ontginnen, bomen te kappen, huizen te bouwen, maar ook om grond te bewerken, plaggen te snijden en gewassen te oogsten heb je veel en goed gereedschap nodig. Kennis van metalen was er nog niet of nauwelijks, dus werd voor het maken van dat gereedschap op grote schaal vuursteen gebruikt. En nadat de voorraden vuursteen van goede kwaliteit op of nabij het oppervlak waren uitgeput moest er naar gegraven worden.

Grondstof, halffabrikaat en eindproduct

Vuursteen zit in grillig gevormde knollen in kalksteen. Als ze eenmaal uit de mijn waren naar boven waren gehaald werden die knollen ter plaatse voorbewerkt door ze tot langwerpige kernstenen te kappen [Afb. 5].

Afb. 5 Voorbeeld van een neolithische kernsteen waar klingen van werden afgeslagen (neolithicum, Le Grand-Pressigny, Indre-et-Loire, Frankrijk). Attributie: Photograph by Rama, Wikimedia Commons

Daar konden dan weer lange spanen van worden afgeslagen (zogenaamde klingen – in vorm een beetje vergelijkbaar met het lemmet van een tweesnijdend mes) of er kon een ruwe bijl van worden gekapt. Deze halffabrikaten werden vervolgens verhandeld; ze werden dus pas later afgewerkt. Ook die afwerking werd steeds geavanceerder. Vanaf de Nieuwe Steentijd werden vuurstenen bijlen niet alleen maar in vorm gekapt, maar ook geslepen [Afb. 6].

Afb. 6: voorbeeld van een typische geslepen stenen bijl uit de Nieuwe Steentijd (neolithicum, City of Peterborough, Engeland).

Het lijkt een hele klus, maar experimenten hebben aangetoond dat je na een dagje slijpen al een bruikbaar resultaat hebt. Niet ver van Rijckholt ligt bij Slenaken aan de oever van het riviertje de Gulp een grote steen die in de Nieuwe Steentijd is gebruikt om werktuigen te slijpen. Archeologen noemen zo’n slijpsteen een polissoir [Afb. 7] .

Afb. 7: Polissoir van Slenaken. Attributie: Wikimedia Commons – Ton Rulkens

Internationale handel?

Het woord “handel” is al een paar keer gevallen. Dat de vuursteen van Rijckholt tot ver buiten Limburg terug te vinden is wijst duidelijk op uitwisseling tussen groepen landbouwers. Maar om dat “internationale handel” te noemen gaat net wat te ver. Ten eerste bestonden landsgrenzen zoals wij die kennen nog helemaal niet. Maar ook was er nog geen echte handelseconomie. Daarvoor heb je een neutraal medium nodig om de waarde van dingen in uit te drukken, geld dus. Wel was er voortdurend ruilhandel tussen naburige groepen: vuursteen en werktuigen werden geruild voor bijvoorbeeld voedsel, of overhandigd als ceremoniële gift om vriendschapsbetrekkingen te onderhouden. En zo ging de vuursteen van Rijckholt van hand tot hand, van nederzetting naar nederzetting, soms tot diep in Europa.

Bronnen

Literatuur
GROOTH, M. de (2005), Mijnen in het Krijt. De vuursteenwinning bij Rijckholt, in: LOUWE KOOIJMANS, L.P. et al. (red.) (2005), Nederland in de Prehistorie, Amsterdam: Bert Bakker, pp. 243-248
RADEMAKERS, P.C.M. (red.) (1998), De prehistorische vuursteenmijnen van Ryckholt-St.Geertruid, Maastricht: Nederlandse Geologische Vereniging afdeling Limburg
VERHART, L. (1993), De prehistorie van Nederland, Amsterdam: De Bataafsche Leeuw, pp. 32-34

Sites (achtergrondinformatie, excursiemogelijkheden en wandelroutes)
https://www.vuursteenmijnen.nl/rijckholt/
https://www.hetsavelsbos.nl/
https://www.rmo.nl/museumkennis/archeologie-van-nederland/nederland-in-de-prehistorie/de-voorwerpen/vuistbijl-en-vuursteenmijnbouw/

Video


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.