Met de machine een vlak aanleggen bij vliegveld Eelde (fotografie ARCBV).

Stap 1. Bureauonderzoek

Bij bureauonderzoek wordt gekeken naar de recente gegevens, denk aan huidig gebruik van het gebied, een actuele plattegrond, eventuele aanwezigheid van constructies en wel of geen bodemverstoring. Een bron aan informatie zijn de lokale bevolking en amateurarcheologen.

Ten tweede kan je kijken naar de geschreven bronnen. Denk aan historische bronnen, literatuur, archieven, oude kadasterkaarten, historische kaarten en het digitaal archief (ARCHISII).

Kaarten zijn de derde bron aan informatie. Er zijn bodemkaarten, Algemeen Hoogtebestanden, Cultuurhistorische waardenkaarten, Monumentenkaart, IKAW, Geologische kaarten en Geomorfologische kaarten.

De vierde bron aan informatie zijn foto’s, denk daarbij aan oude foto’s, luchtfoto’s en satellietfoto’s.

Stap 2. Inventariserend Veldonderzoek / Opgraving

Niet-verstorend onderzoek bestaat uit weerstandsmeting, grondradar, oppervlaktekartering en/of fieldsurvey.

Verstorend onderzoek bestaat uit booronderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving en/of archeologische begeleiding.

Booronderzoek omvat locatie bepalen van de boringen in raaien (rijen), boringen zetten en documenteren en tot slot: monsters zeven en vondsten verzamelen.
De boringen kunnen verschillende diameters hebben, namelijk guts (3 cm), edelman (7 cm) en megaboor (15 cm).

Archeologische begeleiding is aparte aanpak. Archeoloog bepaalt de diepte van de onderzoeksvlakken en tekent de archeologische sporen. Opgraving met beperkingen! Vaak stadskern, reeds verstoord, lage archeologische waarde.

Proefsleuvenonderzoek kan bestaan uit smalle proefsleuven (1-2 m.), vrij dicht op elkaar of brede sleuven (4-6 m.), verder uit elkaar. 5% van het onderzoeksgebied tot oplopend 10% bij hoge verwachtingswaarde.

Opgraving is vlakdekkend. Het hele terrein wordt opgegraven aaneengesloten.

Stap 3. Vondstverwerking

De vondsten worden schoongemaakt en gesorteerd. De monsters worden gezeefd en gesorteerd. Afhankelijk van het soort materiaal wordt de aanpak bepaald. Er kan besloten worden de vondst meteen naar de specialist te laten gaan om zo alle gegevens te bewaren – denk aan aardewerken potten met residu of een pot met crematieresten.
Doorgaans worden de vondsten na binnenkomst gereinigd en gedroogd. Na het drogen wordt het materiaal verpakt en naar de vondstverwerking gebracht. Het materiaal wordt hier gesorteerd naar materiaalcategorie, geteld, gewogen, genummerd en verpakt zodat het rechtstreeks naar de specialist gaat.

Stap 4. Digitaliseren en database

De veldtekeningen worden gedigitaliseerd. Alle gegevens worden ingevoerd en gecontroleerd. De vlakken, vakken, grondsporen en lagen krijgen een nummer en omschrijving. De omschrijvingen grondsporen en vondsten worden gekoppeld aan de gegevens van de veldtekeningen.

Plattegrond opgraving van alle grondsporen (afbeelding ARCbv).
Plattegrond opgraving van geselecteerde grondsporen (afbeelding ARCbv).

Stap 5. Specialisten

De specialisten documenteren de vondsten en passen de gegevens eventueel aan in de data. De specialist probeert de vondsten te determineren en te dateren. Aan de hand van de dateringen kunnen later grondsporen van datering worden voorzien. Door te kijken naar de vondsten (spullen) kan de specialist iets zeggen over de economie, handel, maatschappy, en ga zo maar door.
Elke materiaalcategorie kent een eigen specialist: aardewerk, bouwmateriaal, metaal, glas, natuursteen, vuursteen, leer & textiel, plantenresten (stuifmeel, zaden, hout en resten), dierlijke botten en menselijke botten.

Stap 6. Rapportage – verhaal

De projectleider verzamelt alle gegevens en probeert op basis van grondsporen en vondsten een verhaal te maken – een interpretatie. Het eindproduct is een rapportage waarin zowel het bureauonderzoek, het fysische geografisch onderzoek, de analyse van de grondsporen, de verhalen van de specialisten en een samenvatting te vinden zijn.

Stap 7. Depot

Elke provincie heeft een depot voor archeologisch erfgoed. In de depots wordt het vondstmateriaal samen met rapport en data gedeponeerd in het depot voor conservering, nader onderzoek en exposities. De drie noordelijke provincies hebben een depot, namelijk Noordelijk Archeologisch Depot Nuis – www.nadnuis.nl.


LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.