Nemrut Dagi

In 1880 kwam een Duitse ingenieur te paard in centraal Anatolië in Oost Turkije in aanraking met een enorme grafheuvel waar grote beelden bij stonden. Het was bijzonder dat het nog niet eerder door een westerling gevonden was aangezien er al heel wat ontdekkingsreizigers in het gebied waren geweest. Bij de lokale bevolking was het uiteraard wel bekend. Zij vertelden dan ook de verhalen aan de Duitse ingenieur dat er grote beelden bij de grafheuvel aanwezig waren.

Toen de Duitse ingenieur Sester na een flinke klim eindelijk op de top was zag hij inderdaad enorme beelden van zittende figuren op tronen. Eromheen lagen stenen ledematen, gezichten, dierenkoppen en blokken met Griekse inscripties.

Berg Nemrut / Nemrut Dağı

Op expeditie naar Anatolië

Zo snel als mogelijk vertelde hij aan de deskundigen in Berlijn van zijn vondsten. In eerste instantie werd lauw gereageerd. Eigenlijk geloofden ze hem niet. Er was echter toch een archeoloog die Sester geloofde en ging een jaar later op expeditie. De archeoloog Puchstein en Sester gingen samen op pad om het gebied in kaart te brengen. Na enig onderzoek bleek de grote grafheuvel van Antiochus I te zijn, de koning van Commagene .

Het gebied van de grafheuvel lag op een strategische plek tussen het Taurusgebergte en de Eufraat. Het gebied had al vele volkeren gezien, waaronder de Assyriers, de Perzen, het rijk van Alexander de Grote en het rijk van de Seleuciden. Rond 162 v. Chr. werd het gebied onafhankelijk en tot 72 n.Chr. fungeerde het als bufferstaat tussen het Parthische en het Romeinse rijk. Ten slotte werd Commagene een Romeinse provincie.

Antiochus I bouwde een enorme graftombe voor zichzelf.

Antiochus besteeg in 98 v.Chr. de troon. Hij wilde de Griekse invloed in zijn rijk vergroten. Allereerst bouwde hij in Arsamea, het huidige Eski Kale, een grafmonument voor zijn vader Mithridates Kallinikos. Later bouwde Antiochus een enorme graftombe voor zichzelf aan de voet van de berg Nemrut. De 50 meter hoge grafheuvel was bedoeld als middelpunt van een door hemzelf geleide cultus. De locatie op de hoge bergtop symboliseerde Antiochus’ hemelse status.

De enorme grafheuvel

Zijn graf is gedecoreerd met voorstellingen van zowel Grieks/Romeinse als Perzische en zelfs Anatolische godheden. In elk beeld waren eigenschappen van goden uit de verschillende culturen versmolten. Antiochus geloofde dat na zijn dood zijn ziel in de hemel zou zetelen naast Zeus-Oromasdes, een versmelting van de Griekse oppergod en de Perzische oppergod Ahura Mazda. Daarom plaatste hij op het terras voor de grafheuvel een kolossaal beeld van zichzelf tussen andere goden.

Aan het einde van zijn leven koos hij de zijde van Pompejus tegen Julias Caesar en steunde daarna de Rome vijandig gezinde Parthen. Hij stierf rond 31 v.Chr. en werd bijgezet in zijn onvoltooide graf. Zijn zoon Mithridates voltooide het graf niet en schafte de nieuwe religie, die nauwelijks was aangeslagen, weer af.

Het monument, dat bereikbaar is langs twee steile, door zuilen bij de top gemarkeerde lanen, heeft de vorm van een heuvel met een diameter van 200 meter. Aan de oost- en westzijde liggen brede kunstmatige terrassen, aan de noordkant een kleiner terras.

De kolossale beelden van de koning en zijn persoonlijke goden zijn uit de rotsen uitgehakt. Erlangs liep een 200 meter lange processieweg.

De beelden aan de oostkant verkeren nog in goede staat, maar aan de westkant zijn ze ten gevolge van aardbevingen uit elkaar gevallen.

Het is bijzonder dat de grafkamer nog niet gevonden is. Waarschijnlijk ligt het onder de heuvel in het gesteente.

Het monument staat sinds 1987 op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Vorig artikelUr, stad aan de Eufraat
Volgend artikelMycene, hoofdstad van de Myceense cultuur
Harrie Wolters is algemeen directeur van het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.