Biberon

In onze collectie bevinden zich meerdere Trechterbeker-aardewerk vondsten uit de opgraving van hunebed D26 in Drouwen, het laatste opgegraven hunebed van Nederland. In totaal zijn er in 1968 ongeveer 160 stuks aardewerk aangetroffen. Eén van de meest bijzondere vormen is de biberon, een klein kommetje met een tuitje eraan. Er zijn verschillende theorieën geweest over het gebruik ervan. Eén daarvan was het voeden van baby’s, maar ook de voeding van zieken en zwakkeren wordt niet uitgesloten. Het is opmerkelijk voor deze vorm is dat ze in de Trechterbeker periode nooit gedecoreerd zijn, wat we wel kennen van ander Trechterbeker-aardewerk. 

Archeoloog Anna Brindley heeft aan de hand van het Trechterbeker aardewerk een tijdlijn opgesteld voor deze regio, ook wel een typochronologie genoemd. Aan de hand daarvan bepalen archeologen wanneer welke vorm en versiering gebruikt werd. Elke tijdsperiode uit de tijdlijn heet een horizont. Er zijn er in totaal 7, die een totale periode beslaan van 3400 tot 2850 voor Christus. Zo werd de eerdere genoemde biberon gebruikt in horizont 2 tot en met 4. Dus naar schatting was de vorm tussen 3350 voor Christus en 3050 voor Christus in gebruik.

Deze typische vorm aardewerk, kleine kom met een tuitje waar vloeistof uit gegoten of gezogen kon worden, komt ook voor in andere perioden. De oudste versie, gedateerd tussen 5500 en 4800 voor Christus, is gevonden in een Bandkeramische cultuur context, in Steigra Duitsland. Ze komen voor in verschillende vormen en formaten voor door de tijd heen. Er zijn zelfs voorbeelden in de vorm van een dier. In de late Bronstijd en vroeg ijzertijd komt deze vorm vaker voor in centraal Europa. Ondanks verschillen in tijd en uiterlijk, worden ze allemaal geassocieerd met het voeden van baby’s, zieken en zwakken.

Variaties van de oude aardewerkvorm, gekenmerkt door een kleine kom en een tuitje. Deze vormen komen uit de periode tussen 1200 en 800 voor Christus. (bron: Halcrow 2019, p. 183)

Er is relatief weinig bekend over de voeding van baby’s en kinderen in de prehistorie. Door recent gepubliceerd archeologisch onderzoek lijkt het idee dat deze biberon vorm voor het voeden van baby’s en kleine kinderen gebruikt zou kunnen zijn meer aannemelijk. In drie aardewerken vormen, kleine kom met tuitje (sterk vergelijkbaar van vorm met de Trechterbeker biberon zichtbaar in het Hunebedcentrum), gevonden in Bronstijd kindergraven in Duitsland (twee dateren uit 1200-800 en één uit 800-450 voor Christus), zijn resten van een melkproduct gevonden. Door een chemische analyses konden onderzoekers vaststellen dat het specifiek om melkproducten gaat van herkauwers. Dit soort onderzoeken leveren veel kennis op waardoor archeologen beter kunnen vaststellen hoe er voor baby’s en kinderen werd gezorgd en hoe dit mogelijk is veranderd door de tijd heen.

Bronnen:

J.A. Bakker, (2007) The TRB West Group: studies in the chronology an geography of the makers of Hunebeds and Tiefstich Pottery. Leiden: Sidestone Press

A.L. Brindley, (2003) The use of Pottery in Dutch Hunebedden. In: A. M. Gibson, Prehistoric pottery: people pattern and purpose. Archaeopress. 43-51.

J. Dunne, K. Rebay-Salisbury , R. B. Salisbury , A. Frisch, C. Walton-Doyle & R. P. Evershed, (2019) Milkof ruminants in ceramic baby bottles from prehistoric child graves, Nature, 574: 246-248

S. E. Halcrow, (2019) Early Europeans bottle-fed babies with animal milk, Nature, 574: 182-183

Objectomschrijving: Biberon
Materiaal: Aardewerk
Vindplaats: Hunebed D26, Drouwenerveld
Nummer op object: D26-156 (D2004-IV.156)
Locatie: Museum HCMU2522
Datering: Neolithicum
Afmeting: lengte 10,2 cm.
In bruikleen van: NAD Nuis

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.