The village of Deir el-Medina from above. © Archaeology Travel. Photo: Steve F-E-Cameron/Wikimedia

Als ik oude monumenten – van prehistorische graven en tempels tot middeleeuwse kastelen en kathedralen – bezoek of over ze lees, vraag ik me vaak af: “Hoe zat het met de werklieden?’ Informatieborden en boeken vertellen ons over de keizers, koningen en priesters die opdracht gaven voor deze prachtige bouwwerken en er ofwel in leefden of er in begraven werden; maar hoe zat het met de mensen die ze daadwerkelijk bouwden? Wie waren deze massa’s mensen – waren ze slaven, bereidwillige vrijwilligers of betaalde ambachtslieden? Waar kwamen ze vandaan, waar woonden ze en hoe werden ze allemaal gevoed?

Antwoorden zijn op zijn minst op één plaats te vinden – Deir el-Medina in de Vallei der Koningen in Egypte. Rondleidingen met een gids omvatten vaak een bezoek naar deze Vallei van de Ambachtslieden, waar de arbeiders woonden die de monumenten daadwerkelijk bouwden.

In 1922, toen de wereld zich op de ontdekking van het graf van Toetanchamon door Howard Carter richtte, was een team, geleid door de Franse archeoloog Bernard Bruyère aan het opgraven op een plaats in een nabijgelegen vallei. Gebaseerd op papyrusgeschriften en andere vondsten op die plaats, leidde hun werk tot een opmerkelijk gedocumenteerd verslag van het dagelijkse leven in de oude wereld en omvatte bijna vierhonderd jaar gedurende de 18e tot de 20e dynastie van het Nieuwe Rijk ( ca. 1550 – 1080 v. Chr.)

Huisontwerp

Deze plaats, die oorspronkelijk bekend stond al “Set Maat” of “De Plaats van de Waarheid” was gebouwd met de bedoeling er arbeiders die werkten in de Vallei der Koningen te huisvesten. Op zijn hoogtepunt omvatte de nederzetting achtenzestig huizen, verschillend in grootte en op identieke wijze gebouwd. De muren waren van kleisteen op stenen fundamenten. De muren van kleisteen werden daarna aan de buitenkant wit geschilderd en enkele van de binnenmuren werden ook witgekalkt tot een hoogte van ongeveer een meter. Huizen hadden vier tot vijf kamers, meestal een hal, woonkamer, twee kleinere kamers, een keuken met een kelder en een trap die naar het dak leidde. Ramen waren hoog in de muren aangebracht, waarschijnlijk om het felle zonlicht te weren.

Deir el-Medina         © Djehouty File:Egypt-deir el-medina 2016-03-23m.jpg – Wikipedia Commons

De mensen

De nederzetting was het thuis voor een gemengde bevolking van Egyptenaren, Nubiërs en Aziatische volkeren. De meesten waren tewerkgesteld als arbeiders, sommigen als steenhouwers, stukadoors of waterdragers. Anderen waren betrokken bij de decoratie van de koninklijke graven en tempels en de rest was als ambtenaar werkzaam.

Hoewel de grafbouwers allemaal mannen waren, moet het dorp niet worden gezien als een werkkamp voor uitsluitend mannen. De arbeiders woonden hier met hun gezinnen en we weten bijvoorbeeld dat hun vrouwen voor de kinderen zorgden en brood bakten.

De bewoners waren geen boeren en konden niet voorzien in hun eigen voedsel en het dorp was dus niet zelfvoorzienend. Bovendien was het land , omdat het dorp in de woestijn lag, ongeschikt, zelfs al zouden de bewoners landbouwcapaciteiten hebben gehad. Deir el-Medina had bovendien geen put. Water moest elke dag vanaf de Nijl worden aangevoerd. Hetzelfde gold voor voedsel, gereedschappen en huishoudelijke voorwerpen die elke maand vanuit Thebe werden afgeleverd.

Als ze aan het graf werkten verbleven de ambachtslieden ’s nachts in een kamp dat uitzag op de Tempel van Hatshepsut, die momenteel nog steeds bezichtigd kan worden. Verslagen geven aan dat de arbeiders vanuit het dorp werden voorzien van gekookte maaltijden.

Gemeenschapsleven

De arbeiders en hun gezinnen waren geen slaven maar vrije burgers. Feitelijk zouden de werklieden, gebaseerd op een analyse van het inkomen en de prijzen in die tijd, in moderne termen worden beschouwd als middenklasse. Als loontrekkend overheidspersoneel werden ze betaald in voedselrantsoenen en kregen tot drie keer zoveel als een landarbeider. Ten tijde van grote feestelijkheden werden de werklieden voorzien van extra voorraden voedsel en drank dat hen in staat stelde om het in stijl te vieren.

De werkweek bestond uit acht dagen, gevolgd door twee dagen vrij. Rekening houdend met vrije dagen voor feesten zou een derde van het jaar vrij zijn voor de dorpelingen. Niet-officiële tweede banen schijnen ook toegestaan geweest te zijn en werden inderdaad uitgebreid uitgeoefend. Gedurende hun vrije dagen konden de werklieden aan hun eigen graven werken. Omdat veel van de ambachtslieden tot de beste vaklui in Egypte behoorden en de koninklijke graven decoreerden, worden hun eigen graven tegenwoordig beschouwd als enkele van de mooiste op de westoever van de Nijl.

Pyramid tomb at Deir el-Medina                 Photo: Egypt Museum

De inwoners van Deir el-Medina kregen zelfs gezondheidszorg, wat medische behandeling en in voorkomende gevallen gebed en tovenarij inhield.

Een groot deel van de gemeenschap, inclusief de vrouwen, konden op zijn minst lezen en waarschijnlijk ook schrijven. Het dorp had zijn eigen gerechtshof, dat bevoegd was om alle burgerlijke zaken en sommige strafzaken te behandelen. De lokale politie, bekend als Medjay, was verantwoordelijk om orde en gezag te handhaven.

Het hele gebied van het antieke Thebe op de westoever van de Nijl bij Luxor, inclusief Deir el-Medina, staat op de UNESCO Werelderfgoedlijst.

Bronnen

Er kan online nog veel meer informatie worden gevonden op:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Deir_el-Medina

https://www.ancient.eu/Deir_el-Medina/

Tekst: Alun Harvey

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.