Een interview met Anja Stuurman



In haar woonkamer hangen landschappen. Mysterieuze landschappen. Sferisch. Feeëriek. Kronkelende grijze haren vallen als een bevroren, zilveren zee langs haar schildersogen, terwijl haar mond spreekt over hoe ze verhalen vertelt met verf. Sinds kort hangt een werk van haar in het Hunebedcentrum ‘Frozen in Time’. Het is een schilderij met een verhaal, Anja’s verhaal van de Hondsrug, van ijstijden en hunebedden. Het is de eerste in een serie en is uniek in de manier van het vertellen van verhalen rondom de hunebedden.

Anja groeide op in Den Haag, woonde vierendertig jaar in de provincie Groningen, maar wilde eigenlijk altijd al graag in Drenthe wonen en dat woont ze sinds kort. In de Hunebedhoofdstad Borger nog wel. Ik spreek haar over ‘Frozen in Time’, haar werkwijze en het leven als kunstenares. Sommige mensen zijn gelijk, wat anderen pas later worden. Zo ging ook Anja. Op de vraag waar haar creativiteit vandaan komt, antwoord ze het volgende:
“Daar ben ik mee geboren. Mijn moeder zei altijd je bent met penseel in je hand geboren. Ik kan dat als kind me ook goed herinneren dat ik in buien tekende. De hele hal lag vol en ik ging van het ene papier naar het andere. Ik was een jaar of vier. Tegen twaalven werd ik altijd wakker met pen en papier en dan moest ik tekenen. Krassen, vlekken, geen rembrandjes hoor. Dan had ik gedroomd en dan moest ik dat kwijt ofzo.”

Wilde je gelijk een kunstopleiding doen?
“Ik wist al vrij snel dat ik naar de kunstacademie wilde. Ik wilde de kortste route van de MAVO naar de kunstacademie. Dat leek me het Walhalla. Daar moet ik heen. Ik ging naar het MBO Mode en Kleding. Ik dacht dan heb ik al praktijk. Met tekenen en zo.”

Dan kom je daar en dan zijn er allemaal mensen om je heen met creatieve gaven, was dat gek? Of stimuleerde dat juist?
“Dat had ik op het MBO ook al wel, daar waren ook al heel veel creatieve geesten. Dus ik was er al wel aan gewend. Ik had een plaatje in mijn hoofd van de kunstacademie. Dat bleek niet echt te kloppen. Ik was aangenomen op een eigen stijl maar na een paar jaar sloeg ik daar dicht.”

Wat is die eigen stijl van jou?
“Ja wat is het? Misschien vind je in mijn werk iets mysterieus. Er zijn mensen die mij al jaren volgen en die precies kunnen zien dat ik het heb gemaakt, hoe verschillend de werken ook zijn.

Wat heb je na het de kunstacademie gedaan?
“Ik ben voor mezelf verder gegaan. Dat heeft best wel een tijd geduurd om mezelf en mijn eigen creativiteit weer terug te vinden. Ik heb langzamerhand de draad opgepakt, andere opleidingen en cursussen gevolgd. Eerst heb ik nog wel gekeken of ik de creatief therapeutische kant op wilde gaan, maar een eigen praktijk valt ook  niet mee. Door de jaren heen heb ik ook periodes lesgegeven, creatieve workshops en cursussen schilderen en tekenen, maar mijn hart ligt toch bij het zelf creëren.”

Schilderen werd dus gelijk een bestaan?
“Ja, ik probeerde dat gelijk op te bouwen. Op mijn eerste tentoonstelling verkocht ik zoveel werk, dat werd echt een stimulans. Ik was midden twintig en genoot er van. Later ben ik schilderen ook gaan combineren met een galerie. Hierdoor stond mijn eigen werk wel even stil, dat heb ik onderschat.”

Het heeft Anja’s verdere ontwikkeling even op stil gezet. Je eigen stijl en je laten inspireren is als het mengen van verf, zo lijkt het. Zonder een flinke dosis eigenheid komt er maar weinig uit haar vingers. Zelf zegt ze hierover:
“Ik mag graag naar musea gaan en naar oude meesters kijken of naar schilders die ik bewonder. Dat moet ik niet teveel doen, dat kan demotiveren. Zo van: ‘dat bereik ik toch nooit’. Ik ben Anja en ik doe dit en dit is wat mij inspireert. Dat heeft even geduurd, maar dat lukt nu prima.”

Hoe gaan schilders te werk? Het is als vragen naar een geheim recept die elke dag anders kan zijn. Toch weet Anja, na een kunstenaarsbestaan van ruim dertig jaar, hier een antwoord op te formuleren.
“Ik ben nu ruim dertig jaar bezig. Ik heb wel een manier gevonden wat het beste werkt. Sowieso is de natuur een van mijn grootste inspiratie bronnen. Ik mag graag buiten zijn, landschappen spreken. Ik ben bijvoorbeeld veel in Schotland geweest. Dan neem je dat mee naar huis  en dan komt er van alles en nog wat uit. Ik kan ontladen in de natuur, het inspireert me ook. Je ziet allemaal mooie vormen in bomen, in stenen. Mooier dan de natuur zelf kun je het niet maken en verzinnen. Ik kan uren lopen en om me heen kijken. Je wordt een soort van leeg in je hoofd en dan popt er van alles in.
Ik maak ook veel foto’s en die gebruik ik soms als referentie. Ook oude verhalen inspireren mij enorm. Mythologie en oude culturen hebben me ook veel geïnspireerd. Uiteindelijk komen er een soort innerlijke landschappen uit.”


“Er zijn mensen die mij al jaren volgen en die precies kunnen zien dat ik het heb gemaakt”

Nu hangt ‘Frozen in time’ in het Hunebedcentrum. Is dat ook een innerlijk landschap?
“Nou ja, de hunebedden bestaan natuurlijk echt. Als je loopt over de Hondsrug, dan probeer je je voor te stellen hoe het eruit heeft gezien. De meeste dingen ontstaan terwijl ik werk, ik heb geen vast plan. Er gebeurt heel veel als ik bezig ben. Ik moet me echt niet aan een schets houden. Al schilderende gebeuren er soms dingen die je niet kunt bedenken. Zo is de ijsschots in ‘Frozen in time’ ontstaan, die had ik niet bedacht. Die is gekomen door het spelen met verf, ineens stond het er. Dat zijn mooie cadeautjes.”

Je ontdekt tijdens het schilderen?
“Ik heb best wel een grote fantasie. Die ziet me ook wel eens in de weg, dan zie ik te veel. Maar ik wil tijdens het schilderen wel ruimte houden voor spontaniteit. Waarheidsgetrouw iets maken vind ik moeilijk, bovendien probeer ik juist ook een verhaal te vertellen. Het hunebed in dit schilderij is wel echt mijn hunebed, ik heb het niet helemaal nagemaakt.“

Als je schildert en je ontdekt iets, hoe gaat dat dan precies?
“Dat zijn hele speciale momenten, het is niet zozeer euforisch. Maar je voelt dat het ontstaat, je zit er helemaal in. Ik ben dan een beetje van de wereld, alsof het vanzelf gebeurt. Je gevoel voor tijd en omgeving is weg, je ziet wat je hand schildert, je kijkt naar je hand die schildert. Je bent erbij, maar ook niet helemaal. Je gaat er in op.”

Dit schilderij is de eerste in de serie. Heb je vaak in series gewerkt?

“Een serie ontstaat vaak omdat er zoveel ideeën ontstaan bij het eerste schilderij. Zo heb ik ook een serie van Afrikaanse vrouwen gemaakt. En van landschappen. Ik heb vaak zoveel ideeën, dat ze niet in een schilderij passen, dus dan wordt het vanzelf een serie. Ik heb de lat wel erg hoog gelegd. Voor dit schilderij ben ik begonnen met een hunebed, alles eromheen is tijdens het schilderen ontstaan. Eigenlijk een soort van toevalstreffer vanuit mijn stijl. Natuurlijk uit mijn techniek geboren. Maar dan is een tweede best een worsteling, je moet dan oppassen dat je het al niet teveel vastzet.”

Moet in elk schilderij eigenlijk een hunebed?
“Dat denk ik wel. Dat lijkt een logische contante. In het tweede schilderij zit in elk geval weer een hunebed. En dat voelt goed.”

Het tweede deel staat te wachten op haar ezel. Voor een leek is het moeilijk te zien, maar het schilderij is nog niet af. Even praten we over het verhaal van haar tweede schilderij, over wat er al ontstaan is, over keuzes maken. Er komt vast nog een interview bij een volgend werk.
Nieuwsgierig geworden? Bezoek het Hunebedcentrum of kijk op
www.anjastuurman.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.