moerasspirea
Afbeelding van Nature-Pix via Pixabay

De Moerasspirea (Filipendula ulmaria) is familie van de roos. Dat is goed te zien aan de vorm van het blad. De plant kan wel twee meter hoog worden en houdt van vocht. Je vindt de plant dan ook langs de waterkant, in natte ruigtes, drassige graslanden en lichte, natte loofbossen. Wel stelt de plant als eis dat de grond waarin zij staat in de zomer oppervlakkig uitdroogt. Bij begrazing door vee verdwijnt de plant. Al voor het eind van de laatste ijstijd was de Moerasspirea in onze streken een algemene plant, en dat is ze nog steeds. De plant kan een hoogte bereiken van 2 meter en bloeit van juni tot september met roomwitte bloemen met een geur die lijkt op amandel.

"Afbeelding
Moerasspirea. Afbeelding van Gabriela Fink via Pixabay.

Gebruik van prehistorie tot nu

De relatie tussen de mens en de Moerasspirea heeft een lange geschiedenis. De eerste bewijzen van het gebruik van Moerasspirea stammen uit de nieuwe steentijd. In Nederland kennen we twee graven waarbij de vele bloemen van de moerasspirea zijn aangetroffen: het Laat Neolithicum-B graf te Hattemerbroek-Zuid als het Klokbekergraf Hattemerbroek (DRENTH, 2011, PP. 209-279).

De plant maakt maar weinig pollen en deze verspreiden zich slecht. Deze feiten samen met de hoge aantallen maken duidelijk dat de bloemen een rol speelde in het grafritueel. Of de moerasspirea is meegeven als medicijn of als voedselbron is een vraag? Of hebben de bloemen een symbolische functie? Mogelijk kiest de mens in de prehistorie voor planten uit natte context om een verbinding te leggen met de andere wereld – onderwereld (VERTELMAN, 2013, p. 47).

Over de grens zijn er meerdere vondsten van de plant gedaan : bij crematieresten uit een ‘cairn’ uit de bronstijd bij Fan Foel, Carmarthenshire, in een beker te Ashgrove, Fife en in een vat te North Mains, Strathallan (PITTS, 2006). Als verklaring wordt gedacht aan een mede of gearomatiseerd bier, maar ook hier wordt gedacht aan het plaatsen van geurende bloemen op het graf net als in Nederland.

Afbeelding van Hans Braxmeier via Pixabay

Moerasspirea of toch de knolspirea?

Bij het onderzoek naar pollen oftewel stuifmeel lijken sommige soorten ontzettend op elkaar, zo ook de knolspirea (Filipendula vulgaris) en moerasspirea. Inmiddels is de knolspirea bijna niet meer te vinden in Nederland, maar in de prehistorie groeide deze plant op kalkrijke of lemige gronden. Het graf van Hattemerbroek is gevonden op zandgronden en het ligt dan ook voor de hand dat we hier wel met de moerasspirea te maken hebben.

Gedroogde moerasspirea – klaar voor gebruik.

Moerasspirea als medicijn

Als geneeskrachtige kruid was het één van de drie meest heilige kruiden van de oude druïden. De bladeren, de wortel en de stengel van de plant zijn onder andere koortsverlagend, pijnstillend, ontstekingsremmend, maagbeschermend en darm-herstellend. Een smeersel van de plant heelt wonden doordat het looizuur bevat. Vanwege de ontstekingsremmende werking wordt de Moerasspirea ook wel Spierstruik en Reumaplant genoemd. De makkelijkste manier voor het gebruik van de Moerasspirea is het trekken van een thee van de bladeren. Mensen met migraine zouden baat kunnen hebben bij het drinken van deze thee.

Eén van de werkende bestanddelen van de Moerasspirea is salicylzuur, ook wel spireazuur genoemd. Salicylzuur heeft een ontstekingsremmende en pijnstillende werking en is de werkende stof in aspirine. Het is dan ook de Moerasspirea die het aspirientje zijn bekende naam heeft gegeven. Van de schietwilg weten we dat deze vergelijkbare werking heeft.

Ander gebruik

Aspirenes en andere medicijnen. Afbeelding van Steve Buissinne via Pixabay.

De Moerasspirea heeft naast medicinale doeleinden ook nog andere toepassingen. De plant bevat looizuur, maar er kan ook wol mee gekleurd worden. Van de toppen kan een gele kleurstof worden getrokken en van de wortels een zwarte. Pasgetrouwde stellen zouden vroeger geen regen van rijst maar van Moerasspireabloemen over zich heen hebben gekregen voor goed geluk. Daarnaast verspreidt de plant een heerlijke geur wanneer het wordt gekneusd. In de middeleeuwen werden dan ook zowel de bladeren als de bloemen verstrooid over de vloeren van huizen en kerken. Wat vrijkomt is het beste te omschrijven als een zoete amandelgeur.
De plant wordt al sinds de prehistorie gebruikt als smaakmaker voor bier, wijn en azijnen. De bloemen kunnen net als vlierbloesem worden gebruikt. De wortels zijn na het koken eetbaar. Let op! Voor alle medicinale planten geldt, weet wat je eet en gebruik met mate!

Bronnen

DRENTH, E, ET.AL., 2011. Laat-neolitische graven. In: E. LOHOF, ET.AL., 2011, Archeologisch onderzoek in het tracé van de Hanzelijn-Oude Land, Archol Rapport 38, ADC Rapport 2576, pp. 209-279. Kluwer, Alphen aan de Rijn.

PITTS, M., 2006. Meadowsweet flowers in prehistoric graves. British Archaeology 88: 6.

VERTELMAN, J., 2013. Religie, riten
en transcendentale machten: het gebruik van grafheuvels in de prehistorie van de Lage Landen. Masterscriptie Archeologie, Vrije Universiteit, Amsterdam.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Moerasspirea

https://en.wikipedia.org/wiki/Filipendula_ulmaria

Door Jacqueline Speelman en Nadine Lemmers

Afbeelding van Gabriela Fink via Pixabay

1 REACTIE

  1. Het bovenstaande stukje is een leuk verhaal geworden, complimenten hiervoor. Jullie zouden de tekst kunnen verbeteren door bij de medische toepassingen iets nader toe te lichten. Salicylzuur is niet beschermend voor de maag, het irriteert de maagwand en kan zelfs maagbloedingen veroorzaken. Dagelijkse gebruikers van aspirine wordt aangeraden om ook een maagbeschermend medicijn te gebruiken. Misschien zijn het looistoffen die beschermend werken?

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.