Van Giffen. Foto Wikipedia

Albert Egges van Giffen is een van de beroemdste archeologen van Nederland. Hij leefde van 1884 tot 1973. Hij wordt ook wel ‘de vader van de hunebedden’ genoemd en door de Drentse bevolking liefkozend “het Spittertien”. In de loop van de twintigste eeuw speelde hij een buitengewoon belangrijke rol bij het onderzoek naar de hunebedden in Drenthe. Ook speelde hij een hoofdrol bij de restauratie van deze megalithische monumenten. Hij heeft de hunebedden vastgelegd in een drietal lijvige boeken die in 1925 zijn uitgegeven. Nog altijd worden deze boeken gezien als ‘het’ boek over de hunebedden van Nederland.

Hunebeddenatlas van Van Giffen. Foto Hans Meijer

Hij is de grondlegger geweest van universitaire archeologische instituten in Groningen en Amsterdam, oprichter en directeur van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) en de Drents Praehistorische Vereniging (DPV), directeur van het Drents Museum, etc etc. Hij bemoeide zich 50 jaar lang intensief met de hunebedden. Hij onderzocht de inhoud, markeerde de plaatsen van ontbrekende draag- en poortstenen, richtte uit het lood geslagen draagstenen weer op en zette afgegleden dekstenen weer op hun fundament. Hij conserveerde de onmiddellijke omgeving en plaatste wegwijzers en bronzen naamplaten. Ook legde hij de locaties van tal van verdwenen hunebedden vast. Zijn werk is van onschatbare waarde voor de archeologie in Nederland geweest.

Uit A.E. van Giffen, De hunebedden in Nederland, Utrecht 1925-1927, fig. D27

In 1918 kreeg Van Giffen opdracht van de regering de in Nederland nog aanwezige hunebedden te inventariseren. Hij heeft zich zeer nauwgezet van die taak gekweten en daarover in 1925 in 3 lijvige boekwerken gerapporteerd. Hij trof in totaal 54 hunebedden aan, waarvan één in de provincie Groningen en de rest in Drenthe. Ook gaf hij een overzicht van inmiddels verdwenen hunebedden, waarvan de standplaatsen nog konden worden vastgesteld. Dat waren er 27, waarvan één in Friesland, vier in Groningen, twee in Overijssel en de rest in Drenthe. Hij gaf de hunebedden een code bestaande uit de eerste letter van de provincienaam gevolgd door een volgnummer (romeins). Hij nummerde van noord naar zuid en van west naar oost (hoewel niet altijd consequent). De staat waarin hij de monumenten aantrof, stemde hem niet vrolijk. Verreweg de meeste kregen van hem het predicaat “vervallen”, “sterk gestoord”, “zeer gehavend”, of zelfs “droevig”.Slechts 16 stuks verkeerden in “goeden” en een paar zelfs in “uitnemenden” staat.

Scan uit Atlas van Van Giffen 1925. GIA (Groningen Institute of Archaeology)

Hij ging bij zijn restauratiewerkzaamheden niet altijd even zorgvuldig te werk. Veel stenen liggen niet zoals ze zouden horen en hij heeft zelfs een heel hunebed opgeofferd om een educatief hunebed te bouwen (D49 De Papeloze Kerk in Schoonoord) maar ondanks dat zouden veel hunebedden er niet zo fraai bijliggen zoals ze dat tegenwoordig doen.

D49: van Giffen’s gereconstrueerde hunebed ‘de Papeloze kerk. Foto Hans Meijer
Portret Van Giffen op een kei vlakbij D49

Tekst en foto’s Hans Meijer

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.