(een aanvulling op een eerder artikel van Harrie Wolters uit 2018)

Mon, bekend van de witte krijtrotsen bij Møns Klint, heeft nog 119 megalithische graven, waarvan zo’n 38 in redelijk staat. Men neemt aan dat dit nog maar 10% is van de graven die hier ooit hebben gestaan. Klekkendehøj is daarvan een van de fraaist gelegen en qua bouw interessantste.

Het graf van Klekkendehøj is een tweeling/dubbelganggraf: in twee delen gesplitst door een stenen plaat, elk met een eigen toegang. Zo’n dubbele ingang komt bij 10% van de Deense graven voor (vooral in  het noordwesten van Sjealland/Zealand) maar dit is (nog) het enige op Møn. In feite heb je twee versies: één type waarbij de twee kamers compleet aan elkaar zijn gebouwd, met alleen een of twee gezamenlijke stenen als afscheiding. Daarnaast een type van graven waarbij twee volledig aparte kamers, gezamenlijk onder één heuvel liggen. Van dat laatste type zijn er ca 30 in Denemarken.

Daarbij is Klekkendehøj wel bijzonder omdat de twee toegangen praktisch parallel lopen. Meestal liggen ze met een duidelijke hoek ten opzichte van elkaar. Opvallend is verder dat de kamer met de heuvel niet direct op het maaiveld is gelegd maar dat er eerst een enigszins getrapt plateau is opgeworpen.

De hele kamer is 9 m lang met de noordelijke helft  4,7 bij 1,8 m en de zuidelijke 4,3 bij 2,1 m. De hoogte is ongeveer 1,25 m, best laag. De toegangen zijn 7,6 m lang, op het oosten gericht en hebben beide vlak voor het eind een vernauwing doordat de draagstenen daar iets naar binnen zijn geplaatst.

De bouw dateert waarschijnlijk uit 3300 tot 3200 vC maar het lijkt over een langere periode in gebruik te zijn geweest. De eerste opgravingen hebben al eind 18de eeuw plaatsgevonden, in 1797 door Antoine de Bosc de la Calmette. Dat ging toen nogal ruw: één van de dekstenen heeft men zelfs opgeblazen om binnen te kunnen komen.

Een leaflet dat bij mijn eerste bezoek in 1978, op een fietsvakantie, bij het ophalen van de sleutel (en een zaklantaarn!) voor het hek in de toegang werd gegeven, gaf de volgende informatie:

The earth mound, which has been known as Klekkendehøj for many centuries, covers a c. 9 meters long passage-grave which is divided into two chambers by a transverse wall, each of these having its own entrance. It is the finest and best preserved ancient monument of its kind in the country. Danish passage-graves date from the Neolithic Period, the first half of the second millennium before the Birth of Christ, their shape and construction are peculiar to Scandinavia.

   The passage-grave was discovered and excavated at the end of the 18th century by G.P.A.B. de la Calmette, the Lord Lieutenant of the country. A large number of human bones, flint daggers, spears, axes and pottery was found. Both the chambers and the passages have served as tombs, apparently over a long period.

   Upon the sale of land belonging to the manor of Marienborg, the barrow and passage-graves were retained and in 1880 the owner, P.A. Tutein, placed them under the supervision of the National Museum for protection on behalf of the Danish state, in order that their future safety could be assured. The owner of the land on which this ancient monument stands is obliged to admit those wishing to visit the barrow.

   Kindly notify the National Museum immediately of any damage to the ancient monument, as this could occur without the knowledge of the museum. Therefore admission is given at the visitor’s own risk.

   Admission can be obtained from the owner, who supervises the passage-graves, and who will supply the key and torch. There is a visitors’ book. The admission is 1 krone per person, which includes a copy of this pamphlet. Schools may enter free of charge. More than ten persons cannot enter at one time. Visitors are kindly requested to return the key and the torch.

   Fredningsstyrelsen 1978

En er was een plattegrond bij. (uit een boek van A. P. Madsen uit 1900)

Bij mijn latere bezoek in 2009, was kon ik zonder sleutel naar binnen en kon toen ook wat betere foto’s maken. Daarop is in de gang die vernauwing goed te zien en de manier waarop de wanden zijn gemaakt met kleine stenen gestapeld in de openingen tussen de grote.

Foto’s Jan Venselaar 2009

Literatuur

– M. S. Midgley, ‘The megaliths of Northern Europe’, Routledge 2008. (pg 80)

Vorig artikelHet Drouwenerzand
Volgend artikelEurope’s earliest bone tools found in Britain

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.