Nadat een opgraving is afgerond, zijn er andere verwerkingsprocessen die in gang worden gezet. Twee van die processen worden uitgevoerd door een conservator/restaurator. Het eerste proces daarvan, conservatie, wordt verder toegelicht in een ander artikel. Dit artikel legt meer uit over restauratie van archeologische vondsten.

Wat is restauratie?

Conservatie zorgt voor het stabiliseren van een vondst, als dat eenmaal gedaan is dan kan de conservator/restaurator eventueel een restauratieproces starten. Restauratie is eigenlijk het ‘beter’ maken van een object, meestal door het toevoegen van nieuw materiaal. De hoeveelheid hiervan kan erg uiteenlopen. Zo kun je een breuklijn wegwerken, maar ook al het missende materiaal van een object aanvullen. De acties die gedaan worden, wijzigen vaak wel het aanzicht van een vondst. Dat maakt dit proces ingrijpender dan conservatie. Het is belangrijk om te realiseren dat een deel van het eindresultaat van de restauratie dus wel een originele archeologische vondst is. Wanneer een object ‘beter’ wordt gemaakt door het maken van een aangevulde kopie, spreken we van een replica.

Wanneer wordt restauratie toegepast?

Restauratie wordt lang niet altijd toegepast. Er moet een reden zijn waarom je een object ‘beter’ wil maken. In tegenstelling tot conservatie, is dat niet met het doel om archeologische informatie voor de toekomst raadpleegbaar te maken. Dat ‘beter’ maken kan bijvoorbeeld door het verhogen van de informatieve waarde. Zo kan een restauratie ervoor zorgen dat mensen duidelijker kunnen zien hoe het origineel eruit zag.

Dit is een proces dat al erg lang bestaat. Een bijzonder voorbeeld waar je misschien niet meteen aan denkt, is de restauratie van hunebedden. De archeoloog van Giffen heeft in de jaren ‘20 van de vorige eeuw, de meeste hunebedden laten restaureren. Na een inventarisatie van alle 54 stuks, noemde omschreef hij de meeste hunebedden als “vervallen”, “sterk gestoord”, “zeer gehavend”, of zelfs “droevig”. Slechts 16 stuks verkeerden in “goeden” en een paar zelfs in “uitnemenden” staat. Zonder zijn ingrepen zouden veel hunebedden er niet zo fraai bijliggen zoals ze dat tegenwoordig doen.

 Richtlijnen

De keuzes die bij restauraties worden gemaakt, zijn wel bepalend voor het beeld dat mensen vormen over een object. Daarom zijn er inmiddels wel richtlijnen opgesteld. Dit verschilt sterk per land. Het belangrijkste uitgangspunt is dat het oude materiaal met respect wordt behandeld. Dat moet intact blijven.

Als je niet zeker weet hoe iets eruit heeft gezien, mag je dat dan aanvullen op basis van aannames? Wat is wel en niet verantwoord? Inmiddels zorgt een restaurator, bij bijvoorbeeld aardewerk, er wel voor dat de vorm zichtbaar is door het missende aardewerk aan te vullen, maar in dit geval zal wel het onderscheid tussen origineel en aanvulling zichtbaar zijn. Dit is in het verleden wel anders geweest en valt vaak ook goed te zien aan objecten bij een archeologisch museumbezoek.

Toch kunnen er redenen zijn om het gerestaureerde stuk zoveel mogelijk te laten opgaan in het geheel. Misschien is bekend hoe het eruit zag, voorafgaand aan de geleden schade. Ook in andere objecten zoals schilderijen, of bij monumenten kunnen andere afwegingen of richtlijnen gelden. 

restauratie – de juiste kleur mengen
restauratie – moderne bloempot
Vorig artikelConservatie – een middel om archeologie te bewaren
Volgend artikelDeel 2 van het gesprek met Valerie Trouet

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.