Keileem Groningen, Foto Harry Huisman

De reconstructie van de ringweg-zuid in Groningen gaat voor een deel dwars door de Hondsrug. Bij de werkzaamheden werd onlangs een bouwput gegraven, waaruit een flinke hoeveelheid bruinrode keileem te voorschijn kwam…met daarin heel veel stenen, waaronder een zeer grote hoeveelheid grijswitte Ordovicische en Silurische kalkstenen.

Op de noordelijke uitloper van de Hondsrug in Groningen komen twee soorten keileem voor. In de bodemkunde noemt men deze respectievelijk grijze en rode keileem. In onverweerde toestand zijn beide keilemen kalkrijk en aan hun kleur makkelijk te onderscheiden. Verweerd en ontkalkt kleuren beide roestbruin. De grijze keileem is de onderste van de twee, is zandig en bevat vrij veel vuursteen. Het is een echte grondmorene die afgezet is uit de zool van de Hondsrug-ijsstroom. Dit was een ca. 20 km brede baan van relatief snelstromend ijs, die op het einde van de Saale-ijstijd, zo’n 155.000 jaar geleden, te midden van een hoofdmassa van grotendeels stilliggend landijs vanuit het Noordzee-gebied in ZZO-richting over Groningen, Oost-Drenthe, Oost-Overijsel tot in het Bekken van Münster in Duitsland bewoog. De ijsstroom heeft in Groningen en Oost-Drenthe twee keileemtypen afgezet. Beide bezitten een Oost-Baltisch zwerfsteengezelschap.

Boven op de grijze grondmorene ligt een karakteristiek gekleurde, roodbruine, zeer inhomogene keileem, waarin vuursteen totaal ontbreekt. Deze keileem bestaat naast taaie leem en onregelmatige lenzen van nog een derde keileem-type, vooral uit smeltwater-afzettingen, grind- en dicht opeengepakte massa’s verspoelde zwerfstenen. Op veel plaatsen hebben deze laatste het karakter van keienpakkingen, waar graafmachines met moeite doorheen komen. De rijkdom aan zwerfstenen in rode keileem is enorm. Naast veel kristallijne zwerfstenen komen er vooral zeer veel Ordovicische en Silurische kalkstenen en fossiele koralen in voor. De samenstelling van het zwerfsteengezelschap is extreem Oost-Baltisch. Rapakivi-granieten en andere Oost-Baltische zwerfsteentypen zijn dominant aanwezig.

Zwerfstenen in rode keileem. Foto Harry Huisman

Bijzonder is dat in rode keileem geen zwerfsteensoorten voorkomen uit het Oostzee-gebied zuidelijk van Letland, Zuid-Zweden en de zuidelijke Oostzee. Dit suggereert dat het landijs in de noordoostelijke Oostzee deze keileem van de ondergrond heeft opgenomen en deze op een hoger niveau in het ijs naar ons land heeft getransporteerd. Hierbij ging het contact met de ondergrond verloren. Wellicht al tijdens het ijstransport en zeker bij het afsmelten van het ijs is de rode keileem voor een belangrijk deel door smeltwater geërodeerd en verspoeld. Dit verklaart het volstrekt chaotische karakter van dit keileemtype. De rode keileem op de Hondsrug kent geen gelijke.

Bij het zoeken in de afgevoerde keileem werden interessante zwerfstenen gevonden. Naast duizenden grote en kleine kalkstenen trokken ook de kleuriger kristallijne zwerfstenen de aandacht. Eén van de vondsten betrof een afwijkend type rapakivigraniet. Het is een porfierisch type met typisch vleesrode kaliveldspaten. Deze zijn duidelijk perthietisch. Verder bevatte de graniet verspreid aanwezige, dieprode eerstelingen van plagioklaas. Ronduit opvallend zijn de talrijke grijsblauwe, melkachtige kwartsen. Sommige zijn gezoneerd. Hoewel in eerste instantie aan een rapakivi-graniet van Kökar gedacht werd, zijn de verschillen met deze te groot. Meer overeenkomst is er met een porfierische rapakivigraniet van Fjälskjär.

Ongeveer 50 km zuidwestelijk van de Finse stad Turku ligt voor de kust een aantal eilanden die deel uitmaken van een ringvormig voorkomen van rapakivigraniet. Centraal in het voorkomen ligt het eiland Fjälskjär. Dit kleine rapakivi-massief vormt een geïsoleerde, zelfstandige intrusie te midden van oudere Precambrische gesteenten. Het rapakivi-gesteente is een paar jaren geleden door de Duitse amateur-geoloog Matthias Bräunlich bemonsterd en beschreven. Inmiddels zijn van dit bijzondere rapakivi-type in het Hondsruggebied een tweetal zwerfstenen gevonden, met deze uit Groningen als voorlopige derde. De gevonden zwerfsteen wijkt met zijn ietwat grotere kwartseerstelingen af van het beschreven gesteente. Voor rapakivi-granieten zijn afwijkingen en variaties eerder regel dan uitzondering.

Rapakivi graniet. Foto Harry Huisman
Vorig artikelMegalithic Routes zoekt nieuwe leden
Volgend artikelDe Alandgraniet
Harry Huisman is conservator geologie in het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.