Enkele dagen later beginnen de familieleden bij elkaar te komen. Hoe gaan we het huwelijk verder regelen? Wanneer precies trekken de vrouwen bij hun toekomstige mannen in? Over hoeveel dagen wordt een gezamenlijke maaltijd gehouden? Er kan niet gewacht worden op het oogstfeest, want dan gaat opvallen dat Hilde al zwanger is. Wat is dan wel het beste moment? De volgende maan is alles rond, is bekend hoe de hoeve van Adal eruit zal zien, waar hij zal staan, noem maar op. Het wordt hoe dan ook een hele gezellige dag en avond, als Hilde en haar zuster door Saante en de familie naar de familie van Garm worden gebracht. Er wordt goed gegeten, gezongen, gepraat, gelachen en gedronken, en ze beloven elkaar dat ze het bij het oogstfeest nog eens dik en dunnetjes over zullen doen. Hilde en haar zuster trekken bij hun mannen in. Voorlopig zullen Adal en zijn vrouw aan Ebers vuur slapen, tot hun nieuwe hoeve gebouwd is. De zusters delen zo elkaars diepste liefdesgeheimen, als ze samen zijn met hun mannen. Er is weinig gelegenheid om alles buiten elkaar om te doen, in de beperkte ruimte bij hun vuur. Een paar weken later is de oogst achter de rug.

Na de oorlogsfeesten en voor het begin van de najaarsregens verzamelen de eigenerfde boeren zich om zaken van algemeen belang te bespreken en recht te spreken op de zogenaamde Lotting. Bij dit laatste hebben slechts enkele boeren een stem, de Etten. De anderen horen het aan of leggen hen zaken voor, waar ze onder elkaar niet uitgekomen zijn. Over het algemeen worden de problemen en probleempjes tussen de boeren onderling besproken. Als ze er niet uitkomen halen ze er eventueel een paar buren bij om mee te denken. Als de zaak emotioneel te moeilijk ligt, of als er sprake is van situaties waarvoor ze geen algemene regels kennen, zijn het de Etten die eens per jaar een doorslaggevende mening laten horen. De aanwezige boeren nemen het oordeel en de motivatie in zich op. Het wordt aangehaald als ze in hun eigen omgeving soortgelijke problemen tegenkomen.

De besprekingen voorafgaande aan de Lotting, waarbij ze allemaal mee mogen praten, hebben meestal niet zoveel om het lijf. De boeren zijn te zelfstandig en de Drentse samenleving is nog te eenvoudig om een algemene bestuursorganisatie te hebben, boven het niveau van de buurt. Garm nam in de voorgaande jaren Maante mee naar de Lotting. Als toekomstig eigenerfde boer moest hij weten hoe het daar toeging. Nu Maante meier wordt, onder Eber, is dit niet meer nodig. De vergadering zelf zal hij niet meer meemaken. Wel de handel er omheen. Veel boeren nemen familieleden mee, in verband met de komst van handelaren van overver. Het gerucht gaat dat er dit jaar ook weer enkele Romeinse kooplieden aanwezig zullen zijn. Aldus licht Garm zijn zoon in, als ze met zijn drieën naar het noorden trekken. Ebers paard sleept een soort slede van twee palen, met daartussen een stel koeienhuiden en beverbont. Ze zullen het proberen te verruilen, voor hemzelf en enige verwanten. Eber, Garm en Maante sjokken er achteraan. Ze hebben alle tijd.

Eber heeft zich voorgenomen zich op de achtergrond te houden. Ook al worden er weer jongeren lekker gemaakt voor het Romeinse soldatenleven, hij zal zich er niet in mengen. Tenminste, niet openlijk. Woltes geschiedenis heeft laten zien dat er zoveel onderlinge belangen in het geding zijn, dat het individu ervoor moet wijken. Wel heeft hij het plan opgevat om eventueel na de Lotting, voordat de jongeren vertrekken, ze nog eens op te zoeken. Het is maar net of er mensen bijten, en wie dat zijn. De noordelijke boeren zeggen hem niet zoveel als de zuidelijke, met wie ze verwant zijn. Ebers geslacht woont nog niet zoveel jaren in Drenthe. Ze kwamen uit het zuiden als de laatste restanten van een verslagen stam, werden opgenomen door de boeren uit Zuid-Drenthe, net als enkele andere families van hun stam, en voelen zich nu één met hen. Een eenheid die door hun toelating tot de vergadering van eigenerfden bekrachtigd werd. Voor Garm is het bezoek aan die vergadering en de Lotting dan ook meer dan gewone interesse. Het bevestigt iedere keer weer dat hij een volwaardig lid van de Drentse samenleving is. Hij vertelt dit er niet bij. Hoeft ook niet. Eber kent het verhaal.

In het woud is een grote open plek, waar de eigenerfden en de Etten bij elkaar komen. De handel gebeurt meestal achteraf, als de zaken besproken zijn. Vooraf gebeurt het al wel dat de waren bekeken worden. De Romeinse kooplieden komen niet alleen voor de verkoop, ook voor de koop. Ze bekijken de meegebrachte waren om te zien of er nog niets “aparts” tussen zit voor hun klanten uit het zuiden. Enkele kooplieden uit het noorden, het verre noorden, hebben barnsteen meegebracht. Het zal uiteindelijk grotendeels overgaan in handen van de Romeinen. Eber ziet hoe de stenen alvast bekeken worden. Zijn blik is even weg van zijn hengst, die zijn aandacht trekt door een pas vooruit te doen. Eber kijkt om… en kijkt recht in het gelaat van de koopman die hem vroeger heeft meegenomen naar het zuiden. Hij staat achter het paard. Hij is oud geworden. Dat hij nog leeft… Of was hij toentertijd misschien jonger dan ze hem inschatten? De man staart hem aan. Zou hij hem herkennen? Dat kan haast niet. Eber, de gladde jongeling van toen en de gladgeschoren Romeinse soldaat, is nu een man met een flinke baard. “Is dit paard van u?”, vraagt hij. Eber bevestigt het. “Hoe komt dit paard dan aan het brandmerk uit de stallen van de keizer?” Eber verschiet van kleur en bedenkt een uitvlucht.  “Kan een eerlijk mens met zijn eerlijk verdiende loon geen goede zaken doen? Ik heb het paard in het zuiden gekocht.” Het antwoord van de koopman verraadt zijn achterdocht: “De paarden uit de stallen van de keizer worden zover noordelijk niet verkocht. Ze worden weggegeven aan vertrouwelingen of gebruikt door zijn verwanten. Niemand verhandelt zo’n geschenk.” Daarna stapt hij bij Eber weg, gevolgd door een Romeinse soldaat. Wat gaat er in die man om? Zelfs al heeft hij geen vertrouwen in de herkomst van het edele dier, hij kan ook niet hard maken hoe het in Ebers handen gekomen zou kunnen zijn. Maante staart de koopman na. Hij heeft alles gehoord, net als Garm, die het afdoet met: “Sommige kikkers hebben altijd wat te kwaken!”, alvorens hij schouderophalend met Eber naar de kring met eigenerfden loopt. Maar in de tussentijd is ook Garm op zijn hoede. Er broeit wat.

De dag verstrijkt met discussies van allerlei aard. Eber betrapt zichzelf erop dat hij de vergadering maar vervelend begint te vinden, terwijl er toch volop dingen besproken worden die hij als boer hoort te weten. Al wikkend en wegend komt hij tot de conclusie dat er teveel dingen besproken worden die elders al lang geregeld zijn. Verder spelen er zoveel eigenbelangen van sprekers mee, dat het algemene belang soms ondersneeuwt, denkt hij. Had de regering deze dingen niet allang en beter geregeld? Dat is waar ook. Hij wordt weer wakker uit zijn dagdroom. Ze hebben hier niets met de Romeinse regering, wetten en verordeningen te maken. Ze zijn eigen baas. Soms verlangt hij terug naar de Romeinen. ‘s Avonds vermaken de mannen zich met dobbelen, drinken en sterke verhalen vertellen. De Romeinse kooplieden vertellen over de grote daden van Rome, de pracht en praal van de rijken en de helden. Ze vertellen over hun keizer en de vorige. Deze verhalen vormen min of meer een inleiding op de volgende avond, zo weet Eber zich nog te herinneren, wanneer op de mooie verhalen een uitnodiging om mee te gaan zal volgen. Worden de verhalen dan nog niet doorzien? Het moet haast wel. Voorbeelden van terugkerenden zijn er amper, en zelden of nooit waren ze goed. Omwille van de handel laat men het gebeuren? En de jongeren die meegaan dan? Dromen hun ouders tegen beter weten in van een goede toekomst voor hun kinderen? Worden ze zo in feite opgeofferd aan de handel, die niet verstoord mag worden door “incidenten”?

De volgende dag verloopt stormachtig. De Etten moeten uitspraken doen in geschillen waarvan de emoties al zo hoog opgelopen zijn, dat de betrokkenen elkaar niet van het lijf kunnen blijven. Het wordt slaan, het wordt dreigen met wapens, en het wordt nog een keer slaan. Eén keer tijdens de zitting, één keer na het horen van een niet gewenste uitspraak. Er wordt die dag gesproken over een onopgeloste moord, een vrouw die haar man verliet, het stelen van vee, de grenzen van wederzijdse akkers en meer van dit soort uit de hand gelopen dingen. De Etten wikken en wegen, doen uitspraken, oordelen en veroordelen. Na afloop begint de handel. Tegen de tijd dat ze naar huis willen gaan, is Maante alle vellen en huiden kwijt. Met de tegenwaarde op de slede stappen ze langs de Romeinse kooplieden. Ze horen nog net weer de mooie verhalen. Als de ronselaar ze af wil ronden met de bekende uitnodiging om rijk te worden in Romeinse dienst, stokt zijn adem in zijn keel. Zijn ogen staan opengesperd. Hij rochelt een keer, het bloed loopt uit zijn opengesperde mond en hij valt dood neer. Stijl voorover. Een pijl steekt in zijn rug. Tussen twee ribben door is het hart geraakt, zo schat Eber in, als ervaren soldaat. Niemand heeft de pijl af zien schieten, niemand weet waarvan hij gekomen is. De drukte rond de handel had alle aandacht opgeslokt. Onmiddellijk wordt het lijk omringd door Romeinse soldaten, de meegenomen bewaking. Meer kunnen ze ook niet doen. Er is geen dader te bekennen. De handel is weg. Iedereen vraagt iedereen verbaasd wat er gebeurd is. Eber is maar wat blij dat die man stierf op een moment dat hij voor het oog van iedereen achter zijn paard liep. Er waren boodschappen gedaan. De hengst laat zich weer gelaten als lastdier gebruiken. Ze sjokken het woud in, Eber en zijn familieleden, richting huis. Diep in de nacht arriveren ze. Na een paar dagen is iedereen de dode Romein vergeten. Of toch niet? Er wordt niet meer over gepraat. Voorlopig niet. De herfstregens komen. Het wordt volle maan. Eén jaar is Eber nu thuis.

Vorig artikelDe overgang naar een boerenbestaan
Volgend artikelVlammen-pegmatiet in de keientuin in Borger

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.