001. Pyterlietische Vehmaa-rapakivi - Zwerfsteen van Gieten. Het zwerfblok is tot op heden de grootste zwerfkei, die met zekerheid afkomstig is van het vasteland van Finland.

In de keientuin van het Hunebedcentrum in Borger liggen duizenden stenen, keien en zwerfblokken. Het zijn zwerfstenen, die hier zo’n 155.000 jaar geleden achterbleven toen het Scandinavisch gletjserijs in de voorlaatste ijstijd was weggesmolten. Dit verhaal gaat over een groot blok steen uit die tijd. Het betreft een zeldzame rapakivi-graniet.

De kruising van de N33 en de N34 bij Gieten in Drenthe heeft bij de reconstructie behalve verrassend nieuwe keileem-inzichten, ook een groot aantal zwerfkeien opgeleverd. De grootste exemplaren, zwerfblokken dus, werden door de aannemer apart gehouden en op een hoop gegooid. Daaronder bevonden zich veel rapakivi-granieten met hun bekende witte ringen. Eén van de keien, ook een rapakivi, viel op door zijn afwijkend uiterlijk.

Van een afstand leek het een Pyterliet. Dit is een bruin-, oranje- tot zalmrode, kwartsrijke rapakivi-graniet, met donkere kwartskransen om de veldspaten.  De kleur van de steen in Gieten was echter licht rose-rood. Ondanks bepaalde overeenkomsten was het duidelijk geen Pyterliet, maar welke dan wel en waarvandaan? Aland leek uitgesloten. Geen enkel bekend rapakivi-type kon met de grote kei in verband gebracht worden. Ook een herkomst uit het nabijgelegen rapakivi-gebied van Kökar was niet waarschijnlijk. Dan toch een ‘vasteland-rapakivi’? Hiermee bedoelen we zwerfsteenrapakivi’s, die afkomstig zijn uit het Nystad-massief in het zuidwestelijke kustgebied van Finland. Dit rapakivi-massief bestaat uit een tweetal relatief grote rapakivi-gebieden: Vehmaa en Laitila.

Hoewel Aland-rapakiv’s op de Hondsrug zeer veel voorkomen, zijn zwerfstenen uit Vehmaa- en Laitila zeldzaam. De kei van Gieten komt het meest overeen met een pyterlietische rapakivi-graniet uit het Vehmaa-gebied. Vanwege zijn zeldzaamheid en vooral ook door zijn grootte kreeg de steen een plaatsje in de keientuin in Borger. De nieuwe aanwinst ligt langs een van de wandelpaden, in de buurt van een hoop andere Hondsrugkeien uit Gieten.

Het gesteente bevat een groot aantal, tot 2,5 cm grote, rondachtige eerstelingkristallen van kaliveldspaat. Rose kaliveldspaat komt ook voor als tweede generatie. Samen met plagioklaas, kwarts en biotiet vormen deze mineralen een grofkorrelige matrix. Plagioklaas is goed zichtbaar in de grondmassa. Het vormt hier en daar rechthoekige kristallen. De meerderheid van de plagioklazen vormt echter onregelmatig begrensde kristalkorrels. Plaatselijk zijn deze tot kleine aggregaten verenigd. De kleur is grijs tot grijsblauw. Kwarts is rijkelijk aanwezig. De kristallen zijn grotendeels idiomorf (= eigen kristalvorm), net als in Pyterliet. Ze zijn tussen 0,2 -1cm groot en meest licht grijsblauw en rookgrijs. Ze zijn kransvormig om de grotere kaliveldspaten gerangschikt. Biotiet vormt kleine afzonderlijke zwarte schubjes of pakketjes. Verspreid in het gesteente is biotiet verenigd tot iets grotere aggregaten. 

De steen is behoorlijk groot (110x60x50cm) en weegt ongeveer 1100kg! Het is, voor zover bekend, de grootste Vehmaa-rapakivi die in ons land gevonden is. Het gesteente is grof- tot grootkorrelig, en maakt door de scherpe scheiding van de mineralen een levendige indruk. In structureel opzicht is het een Pyterliet, omdat plagioklaasmantels om de rondachtige veldspaateerstelingen ontbreken en de kwartsen kransvormig om de veldspaten gerangschikt zijn. Kortom, een aanwinst voor de keientuin.

Onderschriften bij de foto’s:

001. Pyterlietische Vehmaa-rapakivi – Zwerfsteen van Gieten. Het zwerfblok is tot op heden de grootste zwerfkei, die met zekerheid afkomstig is van het vasteland van Finland.
002. Het gesteente is pyterlietisch vanwege de rijkdom aan grijs-blauwe en deels rookkleurige kwarts. De kwartsen zijn hier en daar kransvormig om de grotere kaliveldspaten gerangschikt. De zwarte vlekken in het gesteente zijn van biotiet.
003. Zowel kaliveldspaat als kwarts komen in twee generaties voor, in de vorm van eerstelingen en als grondmassa. De grotere kaliveldspaten zijn onregelmatig rond van vorm. De grotere kwartsindividuen zijn eveneens rondachtig en zijn meest blauwgrijs van kleur.
004. Detail van het oppervlak. Iets onder het midden is een ovoïde van kaliveldspaat zichtbaar. Deze bevat weinig donkere insluitsels van biotiet. De ovoïde is omgeven door een krans van grote en kleinere kwartsen. De zwarte vlekken zijn van biotiet. Plagioklaas is zichtbaar als kleine grijsblauwe kristallen te midden van een overmaat aan kaliveldspaat en kwarts.
005. De grotere rapakivigebieden op het kaartje zijn in rood aangegeven. De pyterlietische rapakivigraniet in dit verhaal komt uit het Vehmaa-gebied.
006. Pyterlietische Vehmaa-rapakivi uit het Vehmaa-gebied in Zuidwest-Finland. Gepolijst handstuk. Foto en handstuk: Matthias Bräunlich – Hamburg.
007. Detail van vorige foto. De kleuren wijken enigszins af van die van het verweerde zwerfsteenoppervlak van de steen van Gieten. Foto: Matthias Bräunlich – Hamburg.

Wilt u meer weten over zwerfstenen dat raden we u aan om eens te kijken op www.stenenzoeken.nl

Vorig artikelDE OEROSJACHT – Hoofdstuk 13
Volgend artikelVerdwaald tussen Eext en Anloo
Harry Huisman is conservator geologie in het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.