Granaat in zwerfsteen. Foto Harry Huisman

Het was bepaald niet moeders mooiste, toen ik hem zag liggen. In de hoop grote zwerfkeien lagen er mooiere, roodachtig vaak en van sommigen was de herkomst in Scandinavië ook snel duidelijk. Veel mensen, stenenzoekers niet uitgezonderd, worden getrokken door kleur. Roodachtige of meer oranje getinte zwerfstenen worden eerder opgeraapt dan witte of grijze. Donkere zwerfstenen als dioriet, gabbro en biotietgneis worden nog minder opgemerkt. In eerste instantie was dit ook het lot van de kei in dit verhaal.

Op de gemeentewerf van Tynaarlo lag een flinke hoop keien. Ze kwamen te voorschijn bij rioleringswerkzaamheden in Zuidlaren. Via een kennis werd ik uitgenodigd om de stenen te bekijken. Waren er bijzondere bij, dan zouden deze naar de keientuin in Borger verhuizen. Zoals opgemerkt werden de rode keien het eerst bekeken. De meeste waren rapakivi’s, vergezeld van kleurige microkliengranieten van de Aland-eilanden in Zuidwest-Finland. De sombergrijze kei ertussen viel op omdat deze nogal groot uitgevallen was. De steen was ruim een meter groot. Het was een biotiet-gneis. Te midden van een donkergrijze hoofdmassa waren onregelmatige strepen en vegen van graniet zichtbaar. Deze tekenden zich door hun lichtere tint duidelijk af tegen de grijze gneis. Duidelijk een gevalletje migmatiet. Migmatiet is een ultra-metamorf gesteente, dat op grote diepte in de aardkorst bij aanhoudende gerichte druk en bij een sterk verhoogde temperatuur uit andere metamorfe gesteenten ontstaat.

Een klauterpartij tussen en op de keien naar boven maakte zichtbaar wat ik al van enige afstand meende te zien. Een amandelvormige porfyroblast van ruim 10cm! Die zie je niet vaak.

Wat de porfyroblast bijzonder maakte, was dat deze niet van veldspaat, maar van granaat was. Zo groot zie je die onder noordelijke zwerfstenen vrijwel nooit. Nu ben ik opgegroeid met de wetenschap dat mineralen die harder zijn dan kwarts in potentie edelstenen zijn. Je noemt ze edelsteen omdat ze verslepen prachtige sieraden opleveren. Granaat is harder dan kwarts, bovendien mooi (granaat)rood, maar edelsteen….? In dit geval niet. Wel granaat, maar helaas niet van edelsteenkwaliteit. Die vind je elders.

Een heel bekende vindplaats van prachtige granaten van edelsteenkwaliteit ligt in Bohemen (Tsjechië). Al honderden jaren wint men daar uit een gneis granaten van bijzondere kwaliteit: diep granaatrood, prachtig van kristalvorm, zelfs zo dat de granaten zonder slijpen en polijsten in sieraden verwerkt worden. Granaat vormt in sommige gevallen rondachtige kristallen met wel twaalf kristalvlakken. Pentagon-dodekaëders noemt men dit in de mineralogie, ofwel vijfhoek-twaalfvlakkers. Aan de kristallen zitten geen scherpe randen of punten. Het dragen ervan geeft geen irritatie of verwondingen, vandaar dat men deze Boheemse granaten niet hoeft te slijpen.

De granaat in de migmatietgneis van Zuidlaren bezit geen kristalvlakken. Het ovale, 10cm grote mineraal bestaat uit een opeenhoping van louter kleine granaatkristalletjes. De afgeplatte granaatkogel in de gneis wordt aan weerszijden begrensd door puntig uitlopende ‘staarten’ van graniet. Deze granietstaarten konden ontstaan doordat ze in de schaduw liggen van de grote porfyroblast. Daar was de druk iets minder, waardoor kaliveldspaat en kwarts uit de omringende gneis op die plaatsen uitgroeiden tot grofkorrelige graniet.

Granaat in zwerfsteen in keientuin. Foto Harry Huisman

Porfyroblasten zijn, net als eerstelingen in magmatische gesteenten, grotere kristalvormingen, maar danken hun ontstaan niet aan kristallisatie uit magma, maar aan metamorfose. Door het oplossen van bestanddelen komen in de omringende gneis moleculaire bouwstenen vrij die via microporiën naar een groeikern toe bewegen. Afhankelijk van de samenstelling, druk en temperatuur ontstaat hieruit granaat. De kristaldruk van de granaatkristallen zorgt er voor dat de biotietgneis aan weerszijden ervan wordt weggedrukt. In de schaduw, d.w.z. in het verlengde van de groter groeiende granaat-porfyroblast vormen zich staarten die in dit geval uit graniet bestaan.

De migmatietgneis van Zuidlaren ligt langs een van de paden in de keientuin van het Hunebedcentrum in Borger, met de grote granaat-porfyroblast in het zicht. Een kijkje waard, want niet eerder zo groot en zo fraai van vorm gevonden.

Als u geïnteresseerd bent in meer verhalen over zwerfstenen dan raden we u de website van Harry Huisman aan – www.stenenzoeken.nl

Vorig artikelMeld je vondst bij het Hunebedcentrum
Volgend artikelMensenbotten in Mesolithische pijlpunten
Harry Huisman is conservator geologie in het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.