Maante vertelt: “Heimdal is blijkbaar de komiek van de godenfamilie. Als Donar, de god van de donder, eens in de hal van de reuzen zit, en men zijn hamer Mjölnir heeft gestolen, willen de aanwezigen hem tooien in bruidskleding. Ze willen hem daarna te sier zetten op een grote steen, welke min of meer dient als een heilig podium. Het idee gaat uit van Heimdal, die als oude vruchtbaarheidsgod blijkbaar het een en ander te maken heeft met bruiden. Heimdal zegt: “Binden wij Thor met het bruidsgewaad! Laat hem dan sieren de Brisingensteen! Laat aan zijn riemen rinkelen de sleutels, en vrouwenkleren zijn knie bedekken, en op zijn borst de brede juwelen, en laten wij kunstig kappen zijn haar!” Het loopt voor veel aanwezigen slecht af. Op het eind van de schertsvertoning wil Thrym, de koning der Thursen, die de bruidegom speelt, zijn ‘bruidje’ Thor wijden, door de godenhamer Mjölnir op haar schoot te leggen. Thor voelde eindelijk weer zijn vertrouwde hamer in zijn handen en sloeg wild om zich heen: “Thrym doodde hij eerst, de koning der Thursen, en verbrijzelde toen het reuzengebroed.”

Blijkbaar is de aanstichter van de hele scène de dans ontsprongen. Heimdal heeft de slachting namelijk overleefd. Waarom heeft Thor hem gespaard? Waarom had Thor, die iedereen neermaaide, een zwak voor Heimdal? Omdat Thor zijn vader was? Dat Heimdal zelf een flink uitgedijd nageslacht heeft weten te verwerven, lijdt geen twijfel. Op een tocht langs een zeestrand nam hij de gestalte van een ‘gewoon’ mens en de naam Rig aan. Hij verscheen aan de mensen als een kundig, volgroeid een krachtig persoon. Hij zocht langs groene wegen de eerste mensen op, welke waren ontstaan uit het lichaam van zijn voorvader Ymir. Hij brak min of meer in in de woning van bejaarden, door de deur van de haak te doen en snel naar binnen te glippen. Bij het vuur zaten twee oude mensen, Ai (= overgrootvader) en Edda (= overgrootmoeder). Door zijn wijsheid wist Heimdal indruk op hen te maken. Ai en Edda gaven hem flink te eten en namen hem ‘s nachts tussen hen in op hun slaapplaats. Dat hij een vruchtbaarheidsgod was, heeft hij toen wel bewezen, want de stokoude overgrootmoeder bleek zwanger van hem te zijn, toen hij na drie nachten weer vertrok. Ze baarde op hoge ouderdom een zoon, Knecht, die zou trouwen met Meid. Alle knechten, meiden, horigen, arbeiders en andere lagere groepen in de maatschappij stammen af van dit echtpaard, en via hen van Heimdal.

Zijn volgende adres was de woning van Afi (= grootvader) en Amma (= grootmoeder), blijkens hun namen ook al niet de jongsten meer. Gezien de betekenissen van hun namen zou men aan kunnen nemen dat ze kinderen waren van Ai en Edda. Dit gezin werd eveneens door Heimdals wijsheid ingepalmd, ze boden hem de warmste slaapplaats aan (tussen man en vrouw) en jawel: Ook Amma, de oude grootmoeder, werd na drie nachten zwanger van hem. Ze baarde Karl, kerel, de vrije boer. Karl trouwde met Snaar en van hen stammen alle vrijen, boeren en middenstanders af. De toch van Heimdal als Rig, de viriele man, was blijkbaar helemaal bedoeld om kinderen te verwekken. Heimdal trok namelijk weer verder, naar Vader en Moeder. Ze zaten in een zaal, waarin de vloer kunstzinnig was bestrooid met zand. Iets wat vroeger ook nog wel gebeurde in Drentse boerderijen. Weer maakte Heimdals wijsheid grote indruk en werd hem een zeer warme slaapplaats aangeboden. Moeder, de kleindochter van Edda, werd na drie nachten zwanger achtergelaten, en baarde negen maanden later een zoon Jarl. Jarl trouwde met Hersir, en ze werden de stamouders van alle edelen.”

“Hou gladde praters in de gaten, en laat ze zeker niet in de buurt van je vrouw slapen, zouden we uit je verhaal kunnen opmaken”, zegt Rana. Maante lacht alsof hij kiespijn heeft. De anderen in de hoeve hebben het op een afstandje gehoord. Maante had eindelijk publiek, maar het is ook een beetje een wedstrijdje tussen hem en Rana, twee verhalen uit twee hele verschillende godenwerelden. “Als ik jou zo hoor, dan kan een knecht, een onvrije, nooit een boer worden, en een boer nooit stamleider’, zegt Rana. “We zullen het zien.” “Jazeker, maar eerst nog het verhaal van de hoorn”, zegt Maante dan:

“Heimdal krijgt uiteindelijk een bijzondere taak, waarin zijn magische hoorn een rol speelt. Deze hoorn ligt verborgen onder Ygdrasil, de heilige hemelboom. Deze boom is een verbinding tussen de mensen- en de godenwereld, en deze brugboom wordt door Heimdal bewaakt. Bilfrost, de regenboog, die vanwege het vele heilvocht dat van Ygdrasil afdroop regelmatig aldaar te zien moet zijn geweest, is de eigenlijke brug, tussen de mensen- en de godenwereld, Midgard en Asgard. Deze regenboog-brug wordt speciaal door Heimdal in de gaten gehouden, want niemand mag uit de mensenwereld van deze brug gebruik maken. Als bewaker komt zijn goeie gehoor, scherpe gezicht en eeuwige waakzaamheid natuurlijk zeer goed uit. We hoorden al dat er ook drie jonge vrouwen onder de boom wonen. Of vruchtbaarheidsgod Heimdal daardoor niet werd afgeleid van zijn wachterswerk, vertelt het verhaal niet. Slechts zeer wijze mensen weten waar de hoorn van Heimdal te vinden is. Daarvoor moet je eigenlijk wel een Wolwa, een toekomst voorspellende waarzegster zijn. De hoorn van Heimdal heet Gjallarhorn. Dit betekent letter ‘klinkende hoorn’. De hoorn is in alle lagen van de wereld en alles wat onder of boven ons is te horen, als er uiteindelijk op geblazen zal worden.

Een andere ‘hoorn’ bij de hemelboom Ygdrasil is de eekhoorn Ratatoskr (‘rattetand’). Dit beestje rent onophoudelijk van de ene tak naar de andere, en zaait waar mogelijk onrust. In de kruin van de boom zit een grote adelaar, terwijl ook de draak Nidhöggr zich bij Ygdrasil ophoudt. De eekhoorn Ratatoskr is vooral bezig om Nidhöggr en de adelaar tegen elkaar uit te spelen. Hij papt met de één aan, ontlokt hem uitspraken over de ander, rent naar de volgend een brengt dan over wat de één van de ander heeft gezegd. Daar komt nog bij dat Ratatoskr ook in verband gebracht kan worden met de vurige god Loki.

Het einde van de wereld is verdeeld in tijdperken. Na het Bijl-Tijdperk en het Zwaard-Tijdperk, worden wapens afgezworen en vernietigd. Dan volgt het Wind-Tijdperk en het Wolf-Tijdperk, voordat de onvermijdelijke ellende van Ragnarok aan zal breken. Een onbeschrijflijk strenge winter zal zijn tol eisen. Drie jaar achter elkaar zal de winter over de mensenwereld heersen, zonder dat een zomer tussendoor de mensen haar genadevolle warmte zal schenken. Nog drie van zulke winterjaren maken hun opwachting, terwijl dan tegelijkertijd een vreselijke oorlog in Midgard zal heersen. Het is deze oorlog waarin vader tegen zoon zal vechten, en vrijpartijen tussen broers en zussen, vaders en dochters, moeders en zonen, alle relaties en alle verhoudingen kapot zullen maken. De wolven Skoll en Hati Hrodvitnisson zullen de zon en de maan verzwelgen, zodat er totale duisternis zal heersen over de aarde. De sterrenhemel zal naar beneden vallen. En als Heimdal eenmaal zijn hoorn heeft, dan breekt de hel los. “Luid blaast Heimdal tot hoog in de hemel.” Alle negen werelden van de Germanen en hun goden worden gealarmeerd.

De god Odin komt na het blazen op Gjallar, de hoorn van Heimdal, direct in aktie, samen met de Einheri’s, de gevallen helden die onder zijn hoede in het Walhalla voortleefden. Maar Odin laat het vechten eerst over aan de Einheri’s, want hij gaat zelf eerst raad vragen bij het hoofd van de reus Mimir, een plaats die ook wel als een bron aangemerkt wordt. Typisch dat de manlijke hoofdgod uit de ene belevingswereld te rade gaat bij een bron, waar de moedergodin uit de veel oudere belevingswereld te bereiken is! Odin zal Mimir namens zichzelf en namens zijn volk raadplegen, alvorens met zijn gouden helm op en in zijn schitterende maliënkolder, met de speer Gungir in de hand, en op zijn achtbenige ros Sleipnir de strijd op te zoeken. Er gebeurt echter nog veel meer, als de hoorn van Heimdal schalt. De hemelboom Ygdrasil siddert over heel zijn stam. De oude boom kreunt, als het ondier los komt, de wolf Fenrir. De hellewolf was gevangen geweest. Dit beest, de hellewolf, verscheurt al zijn strikken. Fenrir verslindt zelfs oppergod Odin, de heerser over alle Germaanse goden, maar wordt uiteindelijk zelf door Widar, de zoon van deze god, om het leven gebracht: “Hij stoot met zijn hand zijn zwaard in ‘t hart van de wrede wolf. Zo wreekt hij Odin.” Widar vertrapte de wolf, met zijn speciale laarzen, gemaakt van het leer van door de mens geofferde dieren. Als alles achter de rug is, komt er een nieuwe wereld. Vijanden zullen verzoend wonen in het Walhalla. De overgebleven goden wonen vredig in hun godenhemel Windheim.

Heimdal’s hoorngeschal heeft de totale vernietiging van de oude mensen- en godenwereld tot gevolg. Het wordt ook zijn eigen dood. Hij en Loki, de bloed-broeder van hoofdgod Odin, zullen elkaar in de Ragnarok ombrengen. Of hij ook terug zal keren in de nieuwe, vredige wereld, vertelt het verhaal niet. Zeker is in ieder geval dat uiteindelijk alle Germaanse goden en werelden zullen vergaan, voor deze nieuwe wereld zal komen. Daarna zal er één heersen, wiens kracht groter is dan alle Germaanse goden, en waarvan de Germanen niet waagden zijn naam te noemen.”

Tegen de tijd dat Maante zover is, is er al niemand meer die luistert. De jongeren zijn weg, de ouderen liggen te slapen, en Maante zat nog alleen te prevelen bij het vuur. Zo was Maante. Die had verhalen van goden en krachten eigen gemaakt, die van volkeren uit het noorden kwamen. Daar was hij gelukkig mee. Daar was niks mis mee. Zolang hij er blij mee was, en zolang hij er verder geen kwaad mee deed. Zo valt Maante in slaap bij het vuur…..

Vanonder zijn deken heeft Eber alles aangezien en aangehoord. Zou Maante de goden echt allemaal kennen, die hij noemde? Of heeft hij zo vaak iets gehoord, bij de stammen in het noorden, dat hij alle verhalen op kan lepelen, maar eigenlijk niet eens goed weet wat hij vertelt? En zou hij, Eber, nu moeten vertellen wat hij heeft gehoord van het begin van mens en wereld, in de dagen dat hij werd gedoopt? Of is het beter om dat niet te doen? Gek eigenlijk. Hij heeft nooit geaarzeld, als er weer gevochten moest worden. Geen vijand was hem te erg. En hij heeft nog nooit zoveel getwijfeld als nu, nu hij weer gewoon Eber is, op de boerderij van de familie. Nu hij het gewone leven weer op wil pakken.

Vorig artikelKoralen op de Hondsrug
Volgend artikelConference about megalithic monuments in Europe and Asia

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.