Witte rapakivi Foto Harry Huisman

Het is met vogels net als met zwerfstenen, huismussen en mezen zie je overal, halsbandparkieten zo langzamerhand ook. Kom je tijdens een wandeling een purperreiger tegen, dan ben je spekkoper. Tenminste als je het dier herkent. En daar zit bij zwerfstenen ook de kneep.

In de noordelijke helft van ons land zijn zwerfstenen van zandsteen, graniet en gneis heel gewoon, maar daarnaast kom je soms, heel soms zeldzaamheden tegen, waar je tot dusver nauwelijks van durfde dromen. Kogelgraniet uit Zuidwest-Finland is hiervan een goed voorbeeld. Van dit gesteente zijn in ons land, voor zover bekend, slechts twee zwerfstenen gevonden. Eén ervan is doorgezaagd te bewonderen in het museum Wonderrijck in Denekamp, het voormalige Natura Docet. De ander ligt in gepolijste vorm en als ruw brokstuk in het Hunebedcentrum in Borger. Beide zwerfstenen zijn gevonden op de Hondsrug en zijn afkomstig uit Zuidwest-Finland.

De meeste verzamelaars kennen kogelgesteenten ofwel orbiculieten alleen van plaatjes in stenenboeken. Geen wonder dus dat het vinden zo’n zwerfsteen slecht is voor hart en bloeddruk. Ook het slapen wil er wel eens bij inschieten.

Het is alweer een flink aantal jaren geleden dat ik gebeld werd door Gezinus Loman uit Schoonoord. Loman was in Drenthe en ook daarbuiten een heel bekende zwerfsteenverzamelaar, met een grote kennis van kristallijne zwerfstenen. Loman is helaas niet meer onder ons, maar velen herinneren hem vooral door zijn grote handen, zijn sortiment buitenmodel hamers en zijn voorliefde voor grote stukken.

Loman vertelde dat hij samen met collegaverzamelaar De Jonge in de zandgroeve bij Emmerschans een kogelgraniet gevonden had. Het was geen kleintje, de kei was een kleine kubieke meter groot. De steen lag als markering langs de zandweg die de groeve in leidde, en was in Zuidbarge bij graafwerkzaamheden gevonden. Diezelfde avond nog ben ik naar Emmen gereden. Beiden, overtuigd van de grote zeldzaamheid van de steen, mochten van de eigenaar van de groeve de steen hebben. Bovendien kregen zij de baas van een steenhouwerij in Emmen zo ver dat deze de kei in plakken wilde zagen. Nadat de steen gezaagd was, mochten de vinders één van de kopse einden houden. De overige plakken zouden als grafmonument verkocht worden.

Een kogelgraniet, het zou eens waar zijn. Afgaande op de beschrijving van Loman was er geen twijfel mogelijk. Maar helaas, als zo vaak is niet alles waar het op lijkt. Dat bleek ook nu weer. Bij aankomst werd de steenplak overgoten met water, waardoor structuur en details goed zichtbaar werden. Wat bleek? Geen kogelgraniet, maar wel een steen met veel grote ronde, bijna witte veldspaat-eerstelingen. Een aantal ervan toonde zelfs een concentrische structuur. Vandaar ook de indruk dat ze dachten met een kogelgraniet te maken te hebben.

Foto Harry Huisman

De teleurstelling bij beide verzamelaars was groot. Toen ik de steen wat beter bekeken had en zei dat het geen kogelgraniet was, maar dat zij een minstens zo zeldzame zwerfkei gevonden hadden, verzachtte de teleurstelling niet. De steen was een Finse rapakivi-graniet, afkomstig uit het rapakivi-massief van Laitila in het zuidwesten van Finland. Dit sloeg in als een bom. In plaats van een purperreiger, hadden ze dus met een huismus te maken. Tenminste zo voelde dit. Dat het een heel bijzonder type rapakivi-graniet was en nog zeldzamer dan een kogelgraniet kwam pas later ‘binnen’. Orbiculieten ofwel kogelgranieten spreken nu eenmaal meer tot de verbeelding. Komt ook omdat de voorkomens van orbiculiet in Zuidwest-Finland onwaarschijnlijk klein zijn, vaak niet meer dan enige tientallen meters in doorsnee!

De steen van Zuidbarge is een roomwitte rapakivi-graniet met talrijke tot 8cm grote rondachtige kaliveldspaat-ovoïden. Deze verlenen het gesteente een opvallend porfierisch karakter. De matrix rond de eerstelingen bestaat uit een grofkorrelig mengsel van grijswitte kaliveldspaat, veel olijfgroene, hoekige plagioklaas, zwarte biotiet en kwarts. De roomwitte ovoïden missen een plagioklaasring. In rapakivitermen gesproken is het gesteente dus een Pyterliet en geen Viborgiet.

Het bijzondere van deze kei is, dat het een gidsgesteente is ‘sensu stricto’. De zwerfsteen komt uit het Laitila-gebied binnen het Nystad rapakivi-massief, waar ook het Vehmaa-gebied toe behoort. Kleur en structuur van het gesteente komen tot in detail overeen met een rapakivi-type dat voorkomt bij de plaats Karjalankyla. Zwerfsteenrapakivi’s van het Finse vasteland komen, zij het zeldzaam, wel meer voor, maar van dit Karjalankyla-type is dit tot dusver de enige zwerfsteen, die in ons land gevonden is, en dan ook nog in zo’n groot formaat.

De beroerde kwaliteit van deze witte rapakivi – de steen is doortrokken van kleine breukjes – voorkwam dat alle plakken bij de steenhouwerij als grafmonument verkocht werden. De eigenaar besloot de steenplakken in arren moede voor zwerfsteenverzamelaars in stukken te zagen en die te koop aan te bieden.

Nabestaanden van Loman hebben een grote gepolijste steenplak van deze zeldzame witte rapakivi aan het Hunebedcentrum geschonken. Het gepolijste stuk is in de ingang naar de ijstijd-expositie aan de muur bevestigd. Het kopstuk van de zwerfsteen is in de kleine keientuin opgesteld.

Witte rapakivi Foto Harry Huisman
Vorig artikelArcheologisch onderzoek naast hunebed D34 in Valthe
Volgend artikelDe verborgen grottekeningen van 17.000 jaar geleden (Les Eyzies, Frankrijk)
Harry Huisman is conservator geologie in het Hunebedcentrum.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.